Jeugdjaren in het Heuvelkwartier

Door Henk Haarhuis

Mijn naam is Henk Haarhuis, geboren te Best in 1951. Als kind van drie jaar kwam ik in 1954 met mijn familie naar de wijk "Het Heuvelkwartier" in Breda vanuit Den Bosch. Mijn vader Jan Haarhuis werkte bij de HKI (Hollandse Kunstzijde Unie) en we kregen een nieuwe flat toegewezen aan de Dr. Struyckenstraat 108a, tegenover drogisterij de Blauwe winkel. Het eerste dat ik me van Breda kan herinneren was een grote blauwe ronde neonreclame op de kop van de winkels op het Struijckenplein / Jan Ligthartstraat van de kruidenier ZIEZO.

Kleuterschool Maria's Kleuterhof

Op mijn vierde ging ik naar de kleuterschool Maria's kleuterhof, nu de Boksring. Een door zusters bestierd kleuterschooltje. Ik zat aanvankelijk bij juffrouw Vera in de klas. Later trouwde juffrouw Vera met een Van Gurp en werd bakkersvrouw in de Halstraat; met de hele school liepen we naar de bruiloft in Princenhage om het bruidspaar toe te zingen. Na enkele weken kwam er een nieuwe juf. Juffrouw Diet. Wij moesten toen speelgoed uit de oude klas meenemen en naar de klas van juffrouw Diet. Na de eerste tranen vanwege de plotselinge verhuizing konden we het met juffrouw Diet goed vinden. Ze kon ook streng zijn. Als we stout waren kregen we straf. Dan mochten we niet zoals de andere kinderen buitenspelen, maar moesten we van lange stroken papier muizentrapjes vouwen. Sommige kinderen in de klas hadden het echt te verduren. Er werd zelfs soms wel eens een stout kind even opgesloten in de bezemkast. Dat vonden we geloof ik ook nog normaal. Het overkwam je meer dan dat je, je er nou allemaal zo bewust van was of er een gevoel bij had. Het kon er ook heel kleinzielig streng aan toe gaan. Op een keer was er een groene geborduurde sloffenzak van de kapstokjes in de gang gevallen. We moesten toen net zo lang in de rij blijven staan tot de schuldige zich meldde. Ik was niet de schuldige, maar heb toen toch de schuld op me genomen. Ik kreeg een uitbrander en werd voor de groep onschuldig voor schut gezet. Ik weet nu nog niet waarom ik dat deed, maar het is me op een of andere manier bijgebleven. Misschien was ik bang dat mijn moeder bezorgd zou zijn of zo.

Pesten

Een hele aparte herinnering is ook het pesten. Wij werden als hele kleintjes soms achterna gezeten door "grote jongens". Dan moesten we rennen voor ons leven. Ik heb nooit geweten waarom ze dat deden. Mijn zusje Ria werd eens zo hard omgeduwd over een spandraad langs het gras aan de Heuvelbrink dat ze een stevige beenwond opliep. Het was soms echt opletten voor de kleintjes. Maar het gekke is, dat als wij gepest waren, we vervolgens naar de Olivier van Noortstraat gingen. Daar woonden nog kleinere Maleise kindjes. Om ons te wreken renden we dan schreeuwend achter die hele kleintjes aan. We zagen denk ik eigenlijk best in dat, dat slecht was, en toch deden we het, zolang hun broers maar niet voor hen opkwamen. Dan was het weer maken dat je wegkwam. Toen waren we dus vier en vijf jaar. Herinneringen aan sociaal groepsgedrag dat ik toch even vermeld als teken van de tijd. Is er eigenlijk zoveel veranderd?

Niet zo diervriendelijk

Een van de herinneringen uit de tijd in de flat aan de Dr. Struyckenstraat, was bijvoorbeeld het vangen van "kwaksoldaatjes", insecten met oranje schildjes en vrij grote antennes. In mei/juni zaten er duizenden van in de bossen in de binnentuin van de flat. Ze lieten zich gemakkelijk vangen, prikten en beten niet en waren daardoor gewillige slachtoffers voor de onervaren kinderhandjes. We stopten ze in potten met gaatjes in de deksels, wat takken met blaadjes erbij en namen ze mee naar onze flat. Het is onduidelijk of ze direct door onze moeders weer werden losgelaten of dat ze uiteindelijk van honger omkwamen, zonder nakomelingen. In de Laan van Mertersem was naast het huis van dokter van de Boezem heel lang een braakliggend veldje. Ook daar waren de dieren niet veilig voor ons. Veel slakken hebben we daar gevangen tussen de brandnetels. Het was knap oppassen om niet helemaal onder de brandneteljeuk door dat terrein te avonturieren.

Tollentijd

Bij de wisseling van de seizoenen ontstonden de jaarlijkse "rages". Plotseling waren er bij de winkel van Segeren op het Dr. Struyckenplein haktollen te verkrijgen ergens in het najaar. De tollen zaten in drie manden en hadden een verschillende grootte. Knikkeren was ook zo'n seizoensrage. Iedereen had dan ineens een zak met knikkers. Eentjes, tweetjes, vijfjes, looiers…. Wij waren nog te klein om serieus potjes te knikkeren en we snapten er in het begin ook niks van. We kwamen dan ook vaak zonder knikkers thuis. Van grote jongens in de buurt kregen we dan een paar knikkers om mee te doen.

Smoelentrekkers

De winkels tegenover onze flat waren een bron van kinderplezier. De snoepwinkel van de dames Verger bijvoorbeeld. Op zondagmiddagen mochten we soms voor vijf cent snoep uitkiezen. Superzure smoelentrekkers waren favoriet samen met de schuimblokken. Op warme zomerdagen gingen we naar de speeltuin aan de Talmastraat. Voor de 5 kinderen samen kregen we dan zo'n gele ploffles Limfa mee voor de hele dag en stapels boterhammen.

Het Ei

In de flat bestond een heel vriendschappelijk contact met de buren boven naast en onder ons. Paula Kuyper ging in de zomer vaak naar het Ei. De hele kinderschaar uit de flat ging dan mee. Het ei had nog een vrouwen- en mannenkant. Als kleine kinderen moesten we altijd mee naar de vrouwenkant. Tussen de spijlen en kapotte rietmatten door kon je dan naar de andere kant kijken. Het water van het Ei rook heel apart. Grondachtig. In de kleedkamers zaten ronde houten balkjes. Als iemand klaar was met omkleden moest je het balkje induwen en dan ging het luikje open om de kleren aan te pakken. Wij kleedden ons helemaal niet om en liepen met onze zwembroekjes aan met de hele schare terug naar huis.



Bewerking: Ria Veltman d.d. 18 juli 2005