Flarden van herinneringen

Door Henk Haarhuis

Vers brood met benzinelucht

Soms mocht ik met mijn vriendje Jack Mol met bakker Jack meerijden op zijn afleverroute. De oude Bedford bestelwagen rook helemaal naar het verse brood gemengd met benzinelucht. Als we met de bus uit de stad kwamen, zagen we voor we uitstapten in de verte de witgeschilderde panden van de winkels van Ouwerling en het Uiltje aan het Planciusplein liggen. Dat was voor ons toen een soort andere wereld. Ver weg, onbereikbaar en wit.

De voddenman

Regelmatig kwamen ook een schillenboer en een bulleman langs. De bulleman was blind aan een oog en trok een houten kar terwijl hij riep: "ouwpoeleeeee, ouwpoelouwpoelouwpoeleeeeee". (vert. ouwe bulle....) Ik meen dat de bulleman Franske heette. De schillenman zat bij mijn herinnering hoog op een kar en de indringende scherpe en weeďge schillenlucht is altijd in mijn neus blijven hangen.

Tante Betsie

In de Talmastraat woonde tante Betsie. Ze had onnoemelijk veel poezen. De kinderschare op weg naar de speeltuin kon het nooit laten om naar boven te roepen: "Betsie….mogen we je poezen zien"…..Betsie werd dan woedend en gooide emmers water naar beneden.

Vermaak

In die tijd ontbraken er ook nog een aantal voorzieningen zoals Het carillon op de Heuvelbrink, de Bibliotheek, de Vlieren enz. We gingen voor ons vertier, voor films en toneel naar het Buurthuis vlak bij de Oranjeboomstraatkerk. Als evenement herinner ik me wel het jaarlijkse hazewindhondenrennen op het grote grasveld aan de Heuvelbrink. Geweldig hoe die broodmagere scharminkels achter een lap aan een touw aan renden. In de zomer liep regelmatig een harmonie met lantaarns op de hoeken door de wijken. Dat vonden we echt prachtig. Vooral als ze tegen donker kwamen, dan waren de kaarsen aan. Heel geheimzinnig.

Het snoepje van de week

Op zaterdag deed ik vaak boodschappen bij de Gruyter voor mevrouw Ali Jordi. Zij woonde met Anton boven de drogisterij van Anton Adank. Bij de boodschappen kreeg je altijd het z.g. snoepje van de week. Een zakje snoep met een klein speeldingetje erin zoals die vroeger ook wel in de flessen Lodaline zaten. Er was een tijd lang een tekort aan centen. Als er op centen moest worden teruggegeven kreeg je een paar kleine Maggi bouillonblokjes.

Zegels

Ali werkte altijd in het postagentschap achter in de drogisterij. Hartstikke druk natuurlijk want alles moest met de hand gebeuren en uitgerekend worden. Alle originele documenten werden 's avonds in postzakken gedaan en verzegeld. Dan ging een speciaal brandertje aan en werd een stok van zegelpek warm gemaakt en uitgesmeerd op het label dat dan gestempeld werd met tijd en datum.

Schouwspel

Een mooie tijd was ook het bouwen van de uitbreiding van de winkelstrip op de hoek van de Columbusstraat / Dr. Struijckenstraat. Steigers en bouwvakkers. Voor ons een ademloos schouwspel dat maanden duurde. Toen deze winkels klaar waren, moest ik ook vaak op zaterdag naar de slagerij van Clarijs in de Columbusstraat. Onderdeurtjes waren we en er lette nooit iemand op wanneer je als klein jochie aan de beurt was. Dat was altijd lang wachten.

Heuvelbrink

Op mijn zevende of achtste zijn we verhuisd naar de Heuvelbrink 59. Vlakbij Rob Blokland, die ik me helemaal niet kan herinneren. Hij was protestant en zat op een andere school. Waarschijnlijk was dat toen nog allemaal streng gescheiden. Ons gezin van Henk, Ria en Ad was in de flat aan de Dr. Struyckenstraat uitgebreid met Jonneke en Jan. Vanaf de Heuvelbrink gingen we uiteraard boodschappen doen op het Nolensplein. Het woord Monseigneur hebben we volgens mij nooit uitgesproken. We woonden daar naast de Ridder. De oudste dochter Kitty was mijn lievelingsbuurmeisje. Door de dakraampjes hebben we heel wat afgekletst. We gingen toen nog gewoon op zaterdagochtend naar school. Op een gegeven moment waren de fabrieksmensen al op zaterdag vrij, maar de scholen niet. Dan kwam mijn vader ons met de oude Opel Kapitein van school halen. Alles wat op de Heuvelbrink woonde werd ingeladen en thuisgebracht. Omgekeerd mochten wij met heel extreem slecht weer met de nieuwe Citroen-snoek van de familie Plompen, die verderop aan de Heuvelbrink woonde. Op de hoek woonde Jetje van Wijk. Met haar fietste ik vaak naar school in Boeimeer. Tegenover op het grasveld woonde mijn boezemvriend Gregoor Martens. Zijn vader was journalist. Gregoor kon al heel jong foto's ontwikkelen. In het donker knutselden we dan met ontwikkelaar en kregen zowaar ook afbeeldingen op papier. Met Gregoor heb ik uitgedacht dat je een perenpit en appelpit moest splitsen en aan elkaar plakken. Dan kreeg je een nieuw soort vrucht. Genetische manipulatie toen we nog maar 10 waren. De mensen in het Heuvelkwartier hadden contact met elkaar volgens de straat waar je in woonde. Ik kende eigenlijk alleen mensen op de Heuvelbrink , wat winkeliers, de kleuterjuffen, die veel bij ons aan huis kwamen en de kapelaans, die avonden kwamen praten. Aan de andere kant was er ook geen grote onrust in de wijk. Soms haalden jongens uit de kleine straatjes achter ons wat kattenkwaad uit, maar daar bleef het bij. Van veel agressie en dergelijke kan ik me niets herinneren.

Naar de kerk

We gingen voor mijn gevoel bijna elke dag naar de kerk. Mijn vriendje Gregoor was misdienaar. Ik mocht dat niet van mijn ouders. Ik was ik toen oprecht gelovig. De donderpreken van kapelaan Huismans en de Spekpater Werenfried van Straten, staan me nu nog in het geheugen. Huismans hield eens een preek over het einde der tijden, aan het slot van het kerkelijk jaar. Hij dreigde dat de wereld elk moment kon vergaan. Zij laatste zin was: "en misschien zelfs vandaag". Daarbij sloeg hij zijn kazuifel theatraal om zich heen en snelde van de trap van de preekstoel af en liet mij bevend achter. Die nacht heb ik niet geslapen. De wereld verging niet die nacht en ook in de weken daarna niet. Dat was voor mij wel het begin van het afscheid van de Katholieke kerk. Ik kon het allemaal niet meer geloven en kreeg een hekel aan religies die mensen bang maakten. Met Allerzielen gingen we met de buurkinderen naar de korte misjes zonder communie. Een kort misje, uit de kerk en weer naar binnen, geen communie, weer een kort misje en zo ging dat een keer of drie op zijn minst volgens mij. Mijn ouders waren moderne katholieken. Mijn vader twijfelde toen ook al sterk aan de waarheden van de katholieke kerk, maar sprak daar met ons niet over. Ondanks de strenge regels van de kerk zochten ze naar mogelijkheden om de groei van het kindertal te beperken. Volgens mijn ouders waren er kapelaans in de parochie die met de parochianen kwamen praten over verboden moderne katholieke literatuur, onder andere over geboortebeperking. Ik denk dat Huismans daar bij hoorde. Ik weet dat mijn moeder voor geboortebeperking eerst de temperatuurmethode volgde, maar later de eerste versie van de pil van Organon kreeg van dokter Elich, samen met veel andere vrouwen. Veel vrouwen gebruikten de pil eerst niet goed, of waren verkeerd geďnstrueerd, waardoor na het gebruik van de pil een flinke golf nakomertjes ontstond. Ons zusje Ellen hoorde ook bij deze geboortegolf.

Jongste jeugd herinnering

Heuvel is voor mij de herinnering aan mijn jongste jeugd. Een hele gelukkige jeugd, met de angsten en onzekerheden die bij een beginnend leven hoorden.

Bewerking: Ria Veltman d.d. 18 juli 2005