Tussen appels en peren:
belevenissen van een groenteboer in de Heuvel

Interview met Jan en Riet Oomen

Na 52 jaar

Als Jan vol trots zijn oude foto's laat zien van de groentezaak Oomen aan het Nolensplein, gaan zijn wangen glimmen als de appels die erop te zien zijn. Natuurlijk ziet het er extra goed uit voor de foto maar je kunt zien dat er liefde voor het vak in zit.
Een stille kracht op de achtergrond is zijn vrouw Riet. Samen hebben ze 52 jaar een groentezaak bestierd, die zojuist helemaal uit het straatbeeld is verdwenen. Op de vraag hoe ze het zo lang hebben uitgehouden, komt het geheim: een goed huwelijk en hard werken.
Werken, dat doet Jan nog. Hij kan van deze handel geen afscheid nemen. Voor dag en dauw staat hij op om voor zijn zoon een goede partij kersen op de kop te tikken. Kennis van de koersen van de dag en een timmermansoog voor goede groenten zet hij graag in voor zijn zoon. Deze heeft een standplaats op de markt aan de Hoge Vucht.
Wat hij dan ziet als hij 's ochtends vroeg door de Heuvel rijdt, wil hij niet precies zeggen maar dat er het nodige bij zit wat het daglicht niet kan verdragen, blijkt uit de toon waarop hij dat zegt. Hij klinkt echter niet verbitterd, eerder verlangend naar een 'renteniershuisje' in de Heuvel. Bijvoorbeeld op de hoek van het Nolensplein en de Heuvelbrink, waar je lekker naar buiten kunt kijken naar wat er allemaal gebeurt onderweg.

Riet Oomen

Jan Oomen

Het Nolensplein

Als kind ging Jan vanuit de lagere school gelijk de handel in. Helpen bij zijn vader, die op de hoek van de Barendszstraat en de Columbusstraat onder andere een groentewinkel heeft gehad. Na acht jaar onder vaders hoede het vak geleerd te hebben, werd het tijd dat zoon op eigen benen ging staan. Hij was toen zeventien jaar oud. Op het toen nog niet zo drukke Nolensplein begon Jan een eigen winkel (onder vaders vleugels).
Dat het goed ging met de zaak, bleek wel uit het feit dat ze allerlei losse hulpkrachten uit de Heuvel nodig hadden. Deze vier meiden moesten ook van aanpakken houden en bijvoorbeeld vijftien kilometer met een zak aardappelen fietsen.
Jan was niet de enige succesvolle ondernemer op het plein. Kaasboer Voeten, Mia Venning, de VG, André van Hulst, Sperwer, Vivo, Lutex, Nouwens Textiel, Bogers, Pauwels en Van de Putten Sigaren en Schmeitz Potten & Pannen zijn namen die vlot uit zijn mouw geschud worden.
"Je zag de mensen van winkel naar winkel gaan." Men kende alle klanten en het Nolensplein had vanaf het begin een goede samenwerking tussen de winkels, herinnert hij zich. De winkeliersvereniging bloeide als nooit tevoren. Regelmatig stond er een grote feesttent, waarvoor je bij besteding van vijf gulden een consumptiebon kon krijgen. Er liepen dan aan het eind van de avond veel dronken mensen rond en echt niet alleen de klanten.
Jan vertelt ook over de animositeit die tussen het Nolensplein en het nieuwe Strucykenplein bestond. Op het Strucykenplein werden veelbelovende ontwikkelingen gestart. Dat plein moest het hart van de Heuvel worden. De Edah en De Gruyter zaten er. Maar die ambities heeft het plein nooit kunnen waarmaken.

Lastige klanten

In de periode dat Jan nog met groenten ventte, had je sowieso meer contact met de buurt. Iedereen wist het: vader zat in het leger, dus de familie viel op. Dus toen er een sterfgeval in die familie was, wist je niet wat te zeggen. Dus ging je er maar niet langs. Dat zou hij nu anders doen.
Doortastend optreden was ook nodig om de waren niet ongemerkt kwijt te raken. Riet herinnert zich nog dat ze bij het afrekenen een klant eraan moest herinneren dat de rookworsten in de tas toch ook afgerekend dienden te worden. Jan vertelt over zijn tijd als jonge venter dat een vrouw altijd gepast met kwartjes betaalde. Tot bleek dat ze stelselmatig net even te weinig had betaald. Toen hij haar daarmee confronteerde, wist hij dat hij een klant kwijt zou zijn. Jarenlang vertrouwen werd beschaamd. "Dat doet zeer maar je leert ervan!"

Door: Willy Hoek en Joost Winter, 27 mei 2008