Herinneringen aan 50 jaar Heuvelkwartier. 1949-1999

Door: Lien Baelemans

Juni 1999 Mijn herinneringen aan vijftig jaar Heuvelkwartier zijn er velen. Toch zijn er altijd gebeurtenissen, die je bij blijven of waar je met blijdschap of droefheid aan terugdenkt. Maar als je, je gedachten laat gaan over de afgelopen vijftig jaar komt er toch veel in je op. Dat is zoveel dat je er wel een boekje over zou kunnen schrijven.

De verhuis

Mijn ouders en vijf kinderen zijn in januari 1949 in de nieuwbouwwijk "Het Heuvelkwartier" komen wonen. Er bestonden nog maar enkele straten en ofwel paden vol modder. Er stonden ook nog wat boerderijen met akkers en op de plaats van het huidige Dr. Struyckenplein, boomgaarden. Dat was heel mooi voor een kind, dat uit het centrum van de stad kwam. Wij woonden aan de Nijverheidssingel in een kleine woning met een voorkamer waarin mijn ouders en het jongste kind sliepen. Er was ook een huiskamer met twee bedsteden, een voor de jongens en een voor de meisjes. Ik was thuis de oudste! Verder was er een kleine keuken met een zoals ik mij dat herinner een kachel waarop werd gekookt en een oven waarin mijn vader vooral tijdens de oorlog brood bakte. Een kleine achtertuin waar in de oorlog toch nog plaats was voor een schuilkelder, die vader samen met de buurman had gebouwd. Ondanks de oorlog herinner ik mij die tijd als een mooie tijd. Heerlijk buiten spelen op het asfalt om de hoek. In de Gasthuisstraat kon je hinkelen, tollen of fietsen leren zonder door auto's of wat voor verkeer ook gestoord te worden. Alleen het water, dat leverde voor sommige kinderen gevaar op. Zoals voor mijn broer, die liep zijn bal achterna het water in, gelukkig is hij door een buurmeisje gered.

Het Heuvelkwartier

Met ons vertrek naar het Heuvelkwartier heb ik als twaalfjarige mijn kindertijd verloren. De woning, die wij gingen bewonen was in mijn ogen groot maar niet gezellig, koud en kaal, vooral in de beginjaren. Later veranderde dat natuurlijk. Het gezin werd groter en het huis vanzelfsprekend voller. De warmte en de gezelligheid groeide mee. In 1952 bestond ons gezin uit vader, moeder en acht kinderen. Drie zijn er in het Heuvelkwartier geboren. Nu na 56 jaar, wonen er nog drie van de acht kinderen in het Heuvelkwartier. Wij moesten ver lopen naar de school. Ik ging naar de huishoudschool St. Anna, op de hoek van de Oranjeboomstraat - Haagweg. Ook in de winter in januari toen wij er kwamen wonen. Straatverlichting was er niet. En toch…….heb ik me nooit onveilig gevoeld door het donkere pad langs boer De Lange, naar de Oranjeboomstraat. Maar de wijk werd groter er kwam een kerk, de kerk op het Mgr. Nolensplein. Voor mij altijd het middelpunt van onze wijk, ons Heuvelkwartier.

Ook kwamen er kleine buurtwinkels, in de Houtmanstraat een kruidenier, de visboer Sweres, een kapper en bakker Van Gurp.
In de Willem Barendszstraat, een groenteboer, groenteboer Oomen zit nu nog op het Mgr. Nolensplein. Hoe goed wonen en gezellig het Heuvelkwartier was in die tijd besef je pas als je er niet meer woont, Dat overkwam mij vele jaren later!

Woningnood

Ook kleine meisjes worden groot. Ik kreeg verkering en na drie jaar zouden we kamers kunnen huren in de Ginnekenstraat. Onze huwelijksdatum stelden we vast, meubels en bed etc. werden besteld, maar de kamers kwamen maar niet leeg. Een week voor ons huwelijk werd het duidelijk dat de aan ons toegezegde kamers aan anderen waren verhuurd. Wij waren hevig teleurgesteld! Op woonruimte van de Gemeente hoefden we niet te rekenen omdat er een grote woningnood was. Mijn ouders kwamen met een oplossing. We mochten boven een klein slaapkamertje voor ons inrichten. In september 1957 trouwden we als zo velen thuis in! Dat inwonen gaf natuurlijk ook problemen. Het was zéker voor mijn moeder met zo'n groot gezin niet altijd gemakkelijk. Achteraf besef je dat pas goed! In september 1958 werd onze dochter geboren en in diezelfde week werd een broer van mij ziek en later een zusje. Wij schreven brieven naar de Gemeente om woonruimte voor onszelf.

Een eigen woonruimte

Op mijn verjaardag in mei 1959 bracht de postbode een brief waarin stond dat wij een flat ontworpen door architect Peutz in het Heuvelkwartier toegewezen kregen. Ik weet nog dat ik mijn moeder bijna fijnkneep van blijdschap. Ik juichte en huilde van vreugde. Een mooier cadeau had ik me niet kunnen wensen. Mijn man werkte op een bouwlocatie in de binnenstad. Ik vroeg mijn moeder om op mijn dochter te passen en fietste naar het centrum om mijn man het goede nieuws te gaan brengen. De collega's van mijn man, riepen naar hem dat ik er was en van een behoorlijke hoogte keek hij naar beneden. Ik gilde zo hard ik kon: "Wij hebben een huis!". Diezelfde middag moest er worden getekend bij het Woningbedrijf aan de Karnemelkstraat. Wij waren dolblij, togen naar de Karnemelkstraat en tekenden het huurcontract. De huishuur bedroeg toen f 7,85 per week. In juni betrokken wij de flat en woonde er héél graag.

Te klein

Als in de flat één kamer meer was geweest hadden wij daar beslist nog langer blijven wonen want ik voelde mij in het Heuvelkwartier als een vis in het water. Inmiddels waren ook mijn schoonouders in het Heuvelkwartier komen wonen. Het fijne ervan was, dat je iedereen kende en in de winkels in de buurt een praatje maakte en ervaringen uitwisselde met andere moeders met kleine kinderen. Het is 1964 inmiddels hebben we twee kinderen, een meisje en een jongen! Een rijkeluiswens, zoals velen toen zeiden. Het kleine kamertje met een eenpersoonsbed en een ledikantje werd werkelijk te klein voor twee kinderen. Voor een ander huis kwamen we niet in aanmerking, er was nog steeds woningnood. Wel werd ons geadviseerd om van woning te ruilen met mensen, die een groot huis hadden. Dat lukte eind 1964 in december ruilden wij onze flat met een woning in de bomenbuurt in Tuinzigt! De slechtste ruil en daad van mijn leven. Ik was er zachtjes gezegd, niet gelukkig! Veel ziek en ik zat meer thuis bij mijn ouders in het Heuvelkwartier dan in mijn huis.

Terug van weggeweest

Weer kwam het geluk op mijn pad! Tijdens de jaarwisseling 1966-1967 met familie, hoorden wij het volgende verhaal. Een kennis van mijn zwager had een huis toegewezen gekregen in Het Heuvelkwartier op het Thorbeckeplein. Hij wilde die woning eigenlijk niet maar het was zijn derde aanbieding. Hij wilde in Tuinzigt blijven wonen. Op nieuwjaarsdag zijn wij met die meneer gaan praten en het resultaat was dat we samen op 2 januari naar het Woningbedrijf zijn gegaan. Ik vertelde mijn verhaal aan de dienstdoende ambtenaar, mijn heimwee naar het Heuvelkwartier en de vele jaren dat ik er gewoond had. Het ging allemaal niet zonder slag of stoot maar het einde van het verhaal was dat wij gelijk konden verhuizen. Dat was in januari 1967. Die meneer wilde er niet wonen omdat hij het Thorbeckeplein zo'n deftige straat vond. Hij kon dan niet 'lekker' buiten aan zijn auto prutsen. Van die deftigheid heb ik nooit iets gemerkt. Een hartstikke fijn plein is het om te wonen. Mensen, die er voor elkaar waren in moeilijke tijden. Ook nu is het zo dat als we elkaar kunnen helpen of bij kunnen staan wordt dat ook gedaan. Ik hoop dat dit nog lang zo kan blijven! Mijn wens is dat het Heuvelkwartier in de toekomst een goede, veilige en leefbare wijk blijft, waar de bewoners met vriendschap en respect met elkaar omgaan!

Bewerking: Ria Veltman 17 februari 2005