van 'Pipke de Bijl', alias Adrienne

Hallo Heuvelbewoners

Ik kwam op deze site terecht toen ik aan het zoeken was of het 'Heuvelkwartier' nog bestaat. Ik ga 6 en 7 maart met mijn zus naar Breda om daar eens rond te kijken.
In de tachtiger jaren was ik een keer in de Roggeveenstraat om aan mijn kinderen te laten zien waar ik vroeger gewoond heb. Ik hoorde toen wel dat het hele kwartier plat zou gaan. We zijn dus benieuwd wat er nog over is!

Soeur superieur

Ooit woonden wij in het Heuvelkwartier, namelijk van eind 1949 tot eind 1955.
Ons adres was Roggeveenstraat 13A. Met wij bedoel ik mijn ouders, mijn één jaar jongere zusje Diana en ikzelf natuurlijk. Ik heet officieel Adrienne, werd door mijn moeder Pipi (Hongaars voor kuikentje) genoemd en dat werd door soeur Ludovica van de Sint Bernadette Fröbelschool verbasterd tot Pipke. Op z'n Brabants heette ik dus Pipke de Bijl (Bijl de Vroe vond men een veel te lange achternaam).
Ik ben van februari 1946. Toen ik zes jaar werd, mocht ik helaas niet op de Bernadetteschool blijven want wij waren niet katholiek. Ik moest naar een protestants-christelijke lagere school. Wat heb ik gehuild toen ik niet meer naar soeur Ludovica mocht en geen communie mocht doen zoals al mijn vriendinnetjes. Ik was drie jaar lang gewend om met de hele klas naar de kerk te gaan, al werd ik altijd wel apart gezet in de kerk zodat het heilige water van de wijwaterkwast mij niet zou raken. Ik was immers niet gedoopt! Ook kreeg ik nooit bidprentjes tot mijn grote verdiet maar dat werd opgelost: mijn vriendinnen kregen van mij klapkauwgomplaatjes met afbeeldingen van Roy Rogers en Doris Day. Ik mocht dan hun bidprentjes hebben. Thuis bad ik altijd de gebeden die ik op school leerde en tot vermaak van mijn ouders maakte ik van 'de vrucht van uw schoot' 'de fruitvrouw van uw schoot'. Mijn ouders kenden het 'Wees gegroet Maria' niet maar begrepen wel dat er iets niet klopte van die versie.
Kan iemand zich nog herinneren dat we voor de poort van de kleuterschool altijd zongen: 'Soeur soeur superieur, zet de piespot voor de deur'? Ik herinner me de naam Sjefke van Lindt of Lint waar ik 'op' was.

De Beatrixschool

De Beatrixschool was er nog niet toen ik naar de eerste klas moest dus dat werd de Julianaschool. Met twee bussen moest ik daar elke dag helemaal alleen naar toe en dan twee uur lang overblijven en buiten in de kou je rot vervelen op het plein. Ik was erg verlegen en vond het daar op die school vreselijk.
Gelukkig kon ik het jaar daarop samen met mijn zusje naar de Beatrixschool, die was op loopafstand. We liepen langs de Jan Ligthartstraat waar we Diana Tieskens ophaalden. Over haar schreef Willy Lensen. Mijn zusje Diana was vóór jou de grote vriendin van Diana Tieskens, Willy! Diana en Diana zaten in de eerste, de tweede en heel even in de derde bij elkaar in de klas. Ze sliepen vaak bij elkaar en later hebben ze elkaar nog wel eens ontmoet. Diana Tieskens ging in Antwerpen studeren voor tolk-vertaler, trouwde met een Engelsman (haar moeder was ook een Engelse) en ging in Birmingham wonen. Meer weet ik niet.
Zelf haalde ik Arthur van Es vaak op waar ik verliefd op was toen ik in de derde klas zat. Hij liep een keer een hersenschudding op en ik ging hem elke dag na school 'verplegen'.
In de tweede klas was ik verliefd op meester Verhoef. Toen ik een keer heel lang ziek was, kwam hij aan mijn bed met me kaarten en toen ik weer naar school mocht, fietste hij langs ons huis en mocht ik bij hem achterop de fiets. Dat was het summum van geluk. Toen ik hem echter wel eens een kusje gaf, vond hij het, geloof ik, welletjes en gaf mij te verstaan dat ik dat niet meer moest doen. Wat kreeg hij een rode kop toen hij dat zei!
Meneer Hoogerhuis had ik in de vierde. Die heb ik maar drie maanden meegemaakt maar wat was die streng, zeg! Op zaterdagochtend kwam hij in zijn padvindersuniform op school want hij was hopman bij de padvinders. Een gemene meester die soms een bordenwisser door de klas smeet naar de kop van een jongen. Doet me aan Roald Dahls 'Mathilda' denken.
In 1954 vertrokken wij uit Breda. We verhuisden naar Den Haag waar mijn vader al jaren op de Hogere Krijgsschool zat, hij woonde op kamers en reisde elk weekend op en neer. Den Haag had echter net zo'n woningnood als Breda vlak na de oorlog dus je moest soms jaren wachten voor er ergens iets te huur was.

Tegenslag

In de Roggeveenstraat woonden veel officieren en onderofficieren. Wij speelden met onder andere Marianne(ke) Asselbergs, Elleke en Gijsje de Heer, Yvonne Walthuis en Jopie en Hans Peute. Marianneke Asselbergs liep tbc op op de Bernadetteschool (of had de lagere school die daarachter lag, een andere naam?). Ze moest daarna drie jaar naar sanatorium de Klokkenberg en hield er een blind oog aan over. Wij hebben haar nooit meer gezien omdat we in de Klokkenberg niet op bezoek mochten komen. Het voorval heeft diepe indruk op ons gemaakt en mijn moeder was blij dat wij toevallig niet meer op die school zaten want het bleek dat de juf open tbc had en dertien kinderen had aangestoken!
Zelf was ik eeuwig ziek; de bekende kinderziektes die iedereen in die tijd nog kreeg, plus eeuwig oorontstekingen, longontsteking, bronchitis, etcetera. Ik heb, toen ik vijf was, acht weken in het Diaconessenhuis gelegen, in de isoleer, met een oorontsteking die niet genas omdat men toen nog niet de antibiotica had die we nu hebben. Ik heb er een doof oor aan overgehouden en een behoorlijk trauma met betrekking tot ziekenhuizen. Maar daarover niet gezeurd: onze kinderjaren in Breda waren heel gezellig.

Een verademing

Onze ouders waren blij met de flat, al droop het vocht dan nog van de muren en hadden ze geen rooie cent voor meubels: ze hadden sinds ze na de bevrijding uit Engeland naar Nederland kwamen steeds bij anderen ingewoond en waren dolblij dat ze 'op zichzelf' konden wonen.
Mijn vader is in Indië opgegroeid en mijn moeder in Hongarije. Allebei altijd in mooie huizen gewoond. De oorlog bracht mijn vader grotendeels door in krijgsgevangenschap, hij vluchtte en na drie maanden door de Karpaten te hebben getrokken, door meters hoge sneeuw, heeft hij uiteindelijk mijn moeder in Boedapest leren kennen. Ze hebben het beleg van Boedapest meegemaakt; de latere gouverneur van de KMA, generaal Van Hootichem, heeft daar een boek over geschreven, 'Een zak met vlooien'. Van Hootichem was ook een van de 'ontsnapten'.
Via Engeland kwamen ze uiteindelijk begin 1946 in Nederland waar mijn moeder bij haar schoonouders in Wassenaar moest inwonen want er was woningnood en als je bij familie inwoonde, kwam er tenminste geen vreemd volk in huis. (Mijn moeder was Nederlandse, van Nederlandse ouders, maar had hier nog nooit gewoond en kende het land dus niet. De taal sprak ze wel maar kon ze niet echt goed schrijven, wat ze later wel leerde.) Mensen met een groot huis waren verplicht om vreemden in huis te nemen, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Toen wij in Breda kwamen wonen, was mijn vader net terug van de politionele acties in Indonesië en hadden we korte tijd in Ermelo ingewoond bij een kippenboer. Vader gaf daar les op de school voor reserveofficieren. Bij die kippenboer moesten we altijd doodstil zijn want dat was een oud echtpaar van in de tachtig dat altijd dutjes deed. De Roggeveenstraat met al zijn bouwkundige gebreken was voor ons dus een verademing.

De buren

Onze buren op nummer 13 waren 'opa en oma Sassen'. Ik weet nu dat die in de oorlog hartstikke fout waren maar gelukkig wisten wij dat als kinderen niet. Opa Sassen had het wel aan mijn ouders verteld.
Hun kleindochter Anita, die wel Hollands verstond en sprak, maar in Mainz woonde waar haar Duitse vader violist was, logeerde alle vakanties bij haar opa en oma en mocht dan vaak bij ons slapen. We waren dol op haar. Toen wij ooit naar Duitsland verhuisden (toen ik twaalf was) omdat mijn vader daar verbindingsofficier werd, ging ik met haar in het Duits corresponderen maar het contact verwaterde en ik zou nu niet weten waar ze leeft.
Laatst zag ik een interview met Saskia Sassen over haar vader Willem. Dat was een hartstikke foute man in en na de oorlog, de oudste zoon van opa en oma Sassen. Hij ontsnapte uit gevangenis Fort Blauwkapel waar hij samen met zijn vader zat. De vader was NSB-burgemeester van Veghel en had later, geloof ik, wel spijt maar Willem was veroordeeld tot twintig jaar vanwege zijn activiteiten aan het oostfront. Enfin, Willem ontsnapte, later was hij de marechaussee ook weer te slim af en vluchtte naar Argentinië waar hij vrienden werd met Peron. De rest van het verhaal is te lezen als je onder de naam Willem Sassen zoekt op het internet. De tv-uitzending is daar ook op te vinden.
Wij woonden dus naast zijn ouders en als je dan bedenkt dat wij dat schatten van mensen vonden; opa Sassen kon prachtig opera zingen waar wij door de dunne muren heen van genoten. Al de meisjes Sassen trouwden in de oorlog wel met Duitsers, dat zegt al genoeg. In totaal hadden ze tien kinderen maar één meisje was in haar jeugd al overleden en daar rouwde oma Sassen nog steeds om. Enfin, wij wisten van niks en waren erg op ze gesteld. Gelukkig maar, denk ik.

Verstoppertje spelen

Ik herinner me dat we altijd verstoppertje speelden in de kelders, snoep kochten in de Oranjeboomstraat in een winkeltje dat, geloof ik, van twee dames was en waar je voor een cent een schep salmiak kon kopen. Ons zakgeld ging altijd op aan snoep of patat. Eerst kregen we een dubbeltje, daar kon je geen patat van kopen. Later werd het een kwartje en dat was genoeg voor een zak patat zonder mayonaise of een ijsco (zoals dat toen nog heette) van Jamin. Wat vonden wij de eerste zelfbedieningswinkel een wonder. Ik geloof dat die van de Gruyter was. De naam van het plein waar die winkels kwamen, weet ik niet meer. Ik herinner me vooral de sigarenwinkel aan het eind van de Roggeveenstraat (zal wel Oranjeboomstraat geweest zijn). Ik moest daar altijd voor mijn ouders Miss Blanche of Bondstreet sigaretten kopen of sigaren voor opa Sassen. Ook ben ik eens gevlucht voor de grote jongens van de visboer. Anita en ik hadden een scheldwoord door hun brievenbus geroepen en toen stuurde de moeder haar zoons op ons af. Wij vluchtten naar de kroeg in de Oranjeboomstraat waar we ons onder de tap mochten verstoppen. Uren later durfden we pas naar huis te lopen.
Anita en ik hebben ons ook eens verstopt in het Julianapark toen wij naar Den Haag gingen verhuizen. De verhuiswagen stond klaar om te vertrekken, mijn ouders hadden geen idee waar ik uithing en waren in alle staten. Toen wij eindelijk thuis kwamen omdat we bij nader inzien 's nachts niet in het park durfden te blijven en we ons op vreselijke straffen hadden voorbereid, kregen we tot onze verbazing helemaal geen straf. Ik zie nog de krijtwitte gezichten van mijn ouders voor me en ik moest mijn vader wel bezweren zoiets noooooit meer uit te halen!

Andere herinneringen

Vissen met Jopie Peute in het riviertje de Aa. Overigens was mijn zusje 'op Jopie'. Op de fiets gaan kamperen in de Drunense Duinen met mijn ouders. Mijn vader had een kar gemaakt waar mijn zusje en ik in konden zitten. De kar ging achter de fiets, wij erin, legertentjes en alle andere troep boven op ons en karren maar. Mijn moeder deed ook boodschappen met ons in die kar. Ze waren dus hun tijd ver vooruit. Later heeft vader voor mij en mijn kinderen weer net zo'n kar gemaakt en pas een hele tijd later kwamen ze in de mode.
In 1953 kocht vader een derdehands Volkswagen waarmee wij heel Europa doorkruisten. Dat ging allemaal ook op z'n militairs, dat wil zeggen zonder enig comfort en met hooguit twee verschoningen, maar naarmate de welvaart vorderde, kwam er elk jaar wat 'luxe' bij, al was het maar dat we luchtbedden en echte slaapzakken kregen en niet meer op stro dat we bij een boer haalden, moesten slapen.
Mijn zus en ik zaten bij de kabouters in het Mastbos. Dat was best leuk, vooral het kamp in de buurt van Nijmegen waar we een toneelstuk instudeerden dat we hebben opgevoerd in Concordia. Ik had notabene een hoofdrol terwijl ik zo verlegen was. Hoe ze dat hebben kunnen verzinnen! Ik heb nooit meer op de planken gestaan, voor geen goud!

Zo, ik geloof dat ik maar eens stop met 'herinneren'.
Misschien heb ik na mijn bezoek aan Breda wel weer wat te vertellen.

Groet van 'Pipke de Bijl', alias Adrienne Februari 2006