Dag Flappie!

Door: Carl Heinz Lebon

De van Slingelandtstraat is de straat waar ik heb gewoond van april 1966 tot en met oktober 2001. Ik ben geboren op 13 mei I962. Mijn geboortehuis stond overigens in Princenbage, en wel in de Heilaarstraat. Ik kan mij m'n geboorte nauwelijks herinneren, daar was ik nog te klein voor.

Wij zijn in de van Slingelandtstraat gaan wonen omdat mijn ouders een flat zinvoller achtten. Later begreep ik dat dit kwam doordat de aanplant in de tuin voornamelijk bestond uit oude kerstbomen van de Jaren dat we daar hadden gewoond. Vader bad geen zin om de tuin op te knappen, iets waar ik ook niet zo van hou.

In de flat waar wij dus terecht kwamen heb ik in de jaren dat ik er woonde veel gezien: de bomtapijten op Vietnam als mijn vader dat zei als hij naar het Journaal keek. Eveneens de landing van Niel Armstrong op de Maan en de val van de Berlijnse Muur.

Doch ook ben ik hier voor het eerst verliefd geweest, heb hier op de kleuterschool en op de lagere school gezeten en kwam de politie bij ons aan de deur om mee te delen dat mijn vader overleden was, op 22 februari 1977.

Dit overlijden van mijn vader was de eerste echt grote klap in mijn leven. Mijn vader die mij ook mijn allergrootste vriend had bezorgd: gewonnen op de kermis. Hij was - destijds - ongeveer 30 cm groot, was wit en zwart van kleur had een hele grote aaibaarheidsfactor. Ik gaf hem de naam Flappie, mijn allerliefste knuffel.

Flappie

Het grootste verschil tussen de woningen in de Heilaarstraat en de van Slingelandtstraat was de staat van onderhoud. De woningen in de Heilaarstraat waren gewoonweg krotten. Desondanks kon je, je in de Heilaarstraat meer uitleven. Deze woningen waren eengezinswoningen. In de van Slingelandtstraat moest je alles delen: de hal, de tuin alsmede waren ze ontzettend gehorig. Het doorspoelen van het toilet, ruzies, timmeren: alles gaf altijd een ontzettend kabaal. En kleine Heinzi had altijd de vervelende eigenschap als hij moeders rok niet zag de hele flat bij elkaar te krijsen. En aangezien moeder halve dagen werkte was dit een behoorlijke aanslag op haar zenuwen, evenals die van de andere flatbewoners.

Het leven in de beginjaren was zoals men dat nu noemt bijzonder kleinburgerlijk: Zondags naar de kerk.
In de nette kleren en zaterdags het stoepje schuren. De wereld was zwart-wit. Er heerste duidelijkheid. Werkvolk, kantoorpersoneel en geleerden.

Bewerking: Ria Veltman d.d. 1 november 2005