Winterochtend.

Door: Cor Willemse

De radio.

Het is dinsdag 15 december 1953. Het is bijna 6 uur in de ochtend. Vandaag precies 50 jaar geleden. Ik ben 9 en een half jaar oud en ik lig in bed. Ik ben, zoals iedere ochtend van maandag tot en met zaterdag, net wakker geworden door keiharde geluiden van buiten. Enkele zich steeds herhalende tonen op de radio. Dat zal doorgaan tot precies 6 uur. Dan komen op een radiozender uit Bonn de nieuwsberichten. Onze buurman, Toon de Klerk, voert om deze tijd zijn duiven voordat hij naar zijn werk gaat en laat de deur van zijn huis openstaan, zodat hij al duiven voerend naar deze zender kan luisteren. Mijn vader grapt wel eens: Toon is bang dat de derde wereldoorlog begonnen zal zijn zonder, dat hij het weet. De andere radiozenders die we kunnen ontvangen, Hilversum 1 en Hilversum 2 komen immers pas om 7 uur voor het eerst in de lucht met het Wilhelmus. Om stipt 12 uur vannacht zullen ze ook allebei weer met het Wilhelmus uit de lucht gaan. Eindelijk klinkt de bekende gongslag en hoor ik de zware stem van de nieuwslezer: 'Jetz hören Sie nachrichten' . Ik kijk opzij naar het bed van mijn jongere broer of hij ook wakker is geworden. Hij kijkt zwijgend terug.

IJsbloemen.

Het vriest buiten.

Het vriest binnen ook. De ramen zijn bedekt met een dikke laag ijsbloemen en de wolk van mijn adem is in de kamer duidelijk zichtbaar, zelfs in het donker. Ik lig op een zogenaamd divanbed. Het is van ijzer gemaakt en het heeft een ijzeren spiraal in plaats van krakend hout, dat ook nog wel eens stuk kan gaan. De belangrijkste reden dat ik op een divanbed lig is vanwege de hygiëne. Mijn ouders zijn heel hygiënisch sinds mijn jongste zus en ik een paar jaar geleden TBC hebben gehad. Op het spiraal ligt een matras. Op de matras ligt 's winters een dubbelgevouwen moltondeken, vanwege de kou van onderen. Daarop is een laken gevouwen dat onder de matras is gestopt. Als ik een beetje woelig slaap ligt het laken al snel naast het bed of in een knoop naast me en lig ik tegen de kriebelende molton deken aan. Op mij heb ik weer zo'n laken dat ik in een stuk boven mij moet zien te houden en daar bovenop weer 5 dekens. Zomers kan ik het wel eens af met een deken en een enkele keer zelfs zonder deken. Maar nu het zo vriest heb ik het zelfs nog koud met die vracht van 5 dekens boven op mijn lichaam.

Nog even slapen.

Nu hoor ik bij ons in de tuin ook geluiden. Onze kippen beginnen onrustige te kakelen. Ik stap uit bed en adem tegen de ruit om het ijs te ontdooien. Ik wrijf met mijn vingers over het beademde plekje tot ik een kijkgaatje heb en kijk naar beneden. Ik zie mijn oudste zus in een peignoir eten in het kippenhok gooien. De kippen hebben net als ik nog geen zin om op te staan en blijven nog in hun nachthok. Hun behoefte aan nog even slapen is, net als bij mij, blijkbaar sterker dan hun honger. Mijn zus loopt even terug naar binnen en komt dan weer naar buiten met een lege kolenkit in haar hand. Ze loopt naar de schuur, gaat naar binnen en ik hoor haar de kolen scheppen en met donderend geraas in de kolenkit storten. Na een minuut of twee komt ze weer uit de schuur en loopt moeizaan terug met de volle kolenkit zwengelend tussen haar pantoffels. Mijn voeten zijn op het koude zeil ondertussen ijskoud geworden en kruip daarom gauw weer terug in bed. Ik hoor dat iemand (mijn zus of vader?) in ons huis de asla van de kachel opschudt en nieuwe kolen in de haard stort. Over een uurtje of zo zal het beneden lekker warm zijn. De Duitse nieuwslezer is inmiddels aan het eind van zijn berichten gekomen, hetgeen weer gepaard moet gaat met een daverende gongslag. Toon gaat ook weer naar binnen en sluit de deur van zijn huis zodat het buiten opeens weer lekker rustig is. Het verkeer is nog niet op gang gekomen. Straks, zo om een uur of 8, zullen bijna een uur lang duizenden fietsers ons huis in de Dr. Struyckenstraat voorbij fietsen op weg naar hun werk: de winkels en kantoren in de binnenstad. Als het meezit ook een paar auto's.
Vaag hoor ik nog beneden mij in de keuken de fluitketel gaan zingen: straks is er thee. Ik hoop dat de kippen flink aan de leg zijn. Mijn ouders leven nog met vier kinderen in dit huis en we hebben acht kippen. Met een beetje geluk hebben we vandaag meer dan zes eieren en dan krijg ik een eitje extra omdat ik in de groei ben. Met die zalige, hoopvolle gedachte val ik voor nog een uurtje snel weer in slaap.

Bewerking: Ria Veltman