De Vloeiweide

Fragment uit het verhaal 'Een lange Zomerdag', van Cor Willemse'(*.

Geleidelijk drongen we steeds dieper het bos in. De eerste tijd volgden we de rivier maar na een tijdje boog de rivier terug in westelijke richting terwijl wij vooral naar het zuiden wilden gaan, dieper het bos in. Een poosje volgden we een smal pad door het bos. Dit pad was heel lang en heette daarom het Eeuwige laantje. Maar ook dit pad verlieten we weer na een tijdje. We kwamen nu steeds meer stukken hei in het bos tegen. Op een van die stukken hei gekomen, stopten we bij een grote vrijstaande muur, die daar uit het niets oprees. Het leek een zinloze muur want hij hoorde niet bij een huis of een ander gebouw. We waren altijd vol ontzag bij deze muur. Hij was ongeveer tien meter lang en twee meter hoog. Aan de boskant was deze muur vrijwel ongeschonden. Aan de kant van de open heide echter zat hij vol gaten: kogelgaten. Hier waren tijdens de tweede wereldoorlog talloze mensen door de Duitsers gefusilleerd. We kenden alle drie wel verhalen van onze ouders over verzetsstrijders die hier waren doodgeschoten. Een daarvan heette Piet Avontuur, een wonderlijke, toepasselijke naam, die ik mijn leven niet meer zal vergeten. Als we hier kwamen, moesten we altijd naar die duizenden gaten in de muur kijken. Op sommige plaatsten van de muur waren zoveel kogels ingeslagen dat hele bakstenen eruit geslagen waren. Dat was natuurlijk precies op hoofd en borsthoogte. Je kon je handen en vingers in die gaten steken. Hier werd de oorlog waar onze ouders het nog steeds vaak over hadden, opeens tastbaar voor onze handen en zichtbaar voor onze ogen. Deze muur was verbonden met een ander muur. Ongeveer een uur lopen door bos en door velden in zuidwestelijke richting lag, achter het dorp Rijsbergen, een gebied dat wij Klein Zwitserland noemden. Het was een prachtig gebied met veel zandduinen, bossen, velden en allerlei watertjes: vennen, poelen en stroompjes. Aan de rand van Klein Zwitserland was een gebied dat de Vloeiweide werd genoemd. Daar stond nog een ruïne van wat eens een boswachterswoning was geweest. Alleen het fundament en twee geblakerde muren resteerden van dat huis. Er hing daar, twaalf jaar later, nog steeds een brandlucht. Enkele weken voor de bevrijding waren de Duitsers getipt dat daar verzetsstrijders zaten verstopt en de S.S. ging daar een kijkje nemen. Ze hadden het huis omsingeld en de familie die daar woonde en de verzetsstrijders die er zaten, besloten tot het eind te vechten. De boswachterswoning werd met een mortier beschoten en de S.S. gooide handgranaten naar binnen. Vijf Duitsers en zeven verzetsmensen kwamen om het leven. De S.S. stak het huis in brand, waardoor ook de vrouw van boswachter Neefs en drie van haar kinderen om het leven kwamen. Negen verzetsmensen overleefden deze nachtmerrie maar zij werden door de S.S. gevangen genomen. Na ondervraging werden ze de andere dag bij deze muur op de Galdersche hei doodgeschoten. Ik dacht toen dat de Vloeiweide zo heette vanwege al het bloed dat daar toen heeft gevloeid. Maar het was een naam die al lang daarvoor bestond vanwege de drassige grond. Mijn moeder kende alle namen van de mensen die daar de dood vonden en soms vertelde ze wat daar gebeurd was en ze noemde dan tot slot al die namen op. Dat klonk dan alsof ze een gebed opzei. Paul Windhausen, Emile Neefs, Broer Touw, Rien van de Boogaard, Harry van de Sande, Jan Nelissen, Janes van de Heuvel, Joop Bakker, Henk Hofman en de kinderen Neefs. Cor Neefs was pas vier jaar oud. Maar naar Klein Zwitserland gingen we nu niet op deze warme zomerdag. Dat was ons te ver. Na onze stop bij de muur staken we de Galdersche Hei over.

Cor Willemse
(* = Van Edu Schol ontvingen wij bericht dat een aantal namen, mogelijk door de tijd onjuist waren. Na enig nazoeken hebben wij bij deze met dank aan Edu Schol deze correcties overgenomen.