De verhuis

Augustus 1948

Aan het eind van de zomer in augustus 1948 verhuisden wij van het Westeinde naar de Heemskerkstraat, de latere Dr. Struyckenstraat in het Heuvelkwartier.
We verhuisden met paard en wagen. Ik was net vier jaar oud maar ik weet het nog goed want ik mocht naast de voerman op de bok zitten. Ik zie zo nog voor mij de kont van het paard heen en weer schudden terwijl wij een paar keer heen en weer reden tussen Westeinde en Heemskerkstraat. Hoe indrukwekkend was het als het paard zijn staart omhoog deed en er een eindeloze stroom geurige paardenvijgen tevoorschijn kwam, die tussen paard en wagen op de zandweg plofte. Om over de indrukwekkende straal dampende urine, die het edele beest zo nu en dan wist te produceren, nog maar te zwijgen. De bestrating in het Heuvelkwartier was nog niet voltooid zodat we grotendeels over deze zandweg moesten rijden.
Een paar keer heen en weer rijden moet voldoende zijn geweest om alle huisraad over te brengen. Het is alleszins begrijpelijk dat de lezer zich afvraagt wat er nu eigenlijk verhuisd moest worden?

Huisraad.

In de eerste plaats natuurlijk de eettafel en de vier eetstoelen. Dan was er een zogenaamde rookstoel. Dit was een gemakkelijke, verstelbare, lage stoel, waarin mijn vader letterlijk na het eten een sigaretje rookte en daarna prompt in slaap viel.
Er was geen bankstel.
Er was een laag dressoir met een afneembare spiegel. De inhoud van het dressoir, het bestek, het servies en het glaswerk was in aparte dozen gedaan, evenals de fotolijstjes en wat attributen die op het dressoir stonden.
Er was een Belgische keukenkachel en een kolenhaard voor in de huiskamer. Er was een doos met keukengerei. Potten en pannen en dergelijke.
Er was een wasketel en een losse wringer. Er was geen wasmachine, geen droger.
Er was geen koelkast. Voedsel werd bewaard in de altijd koele kelder. Er waren een paar bezems en stoffer en blik. Een paar emmers.
Er was geen stofzuiger.
Er waren een paar ombouwen van bedden en enkele matrassen. In het oude huis sliepen mijn ouders en de meeste kinderen in bedsteden.
Er was een radio. Er was geen tv of een geluidsinstallatie.
Er was een kapstok met een spiegel voor aan de muur in de gang. Zowel in het oude als in het nieuwe huis was geen badkamer.
Er waren zakdoeken, vaat- en handdoeken.
De scheerspullen van mijn vader: zijn scheermes, de scheerriem, scheerpot en wat losse spullen, zoals scheerzeep en natuurlijk een stuk aluin, om het bloeden te stelpen.
Kleding: elk jaar met Pasen kregen we nieuwe kleding. Dat was voor op de zon- en feestdagen. De kleding die we vorig jaar Pasen hadden gekregen werd gedegradeerd tot wekelijks kloffie. En de kleding die tot dan al ons wekelijkse kloffie was, ging naar de bullenboer. Die bracht op die manier nog wat op en het ruimde lekker op.
Er was een lectuurmand voor kranten, tijdschriften en de geleende boeken uit de bibliotheek.
Er waren geen boekenkasten. Er waren geen andere kasten, want elk huis had zelf overal ingebouwde kasten.
Ik denk dat we twee keer gereden hebben die dag. Maar het kan ook zijn dat we in één keer helemaal over waren.

Cor Willemse