Franske

Mobiele ondernemers

Het is in deze tijd nog maar moeilijk voor te stellen maar toen wij nog kinderen waren, kwam er de hele dag volk aan de deur. De banken hadden toen nog een marginale rol (die waren er alleen voor de rijken) en in bijna alles van het leven toen speelde contant geld de hoofdrol. De gasopnemer, de waterman, stroom (Wattman), verzekeringen, de krant, de huishuur. De distributieradio, de leesmap, de radiobode. En alles werd per week contact betaald. De PTT (wie kent hem nog), de post kwam twee keer per dag! Ik meen mij ook nog te herinneren dat de postbode aan de deur aangeboden post mee terugnam. Maar het geheugen is bedrieglijk, dat weet elke psycholoog.
De vuilnisman kwam twee of drie keer per week. De groenteboer, de schillenboer, de bakker en de melkman kwamen elke dag. En vergeet de olieman niet, die kwam eens per week. De kolenboer kwam als het weer eens nodig was aan het begin van de winter en aan het eind daarvan als het maar koud bleef, de kolen op waren en er nog geld was om meer kolen te laten komen. Bovendien waren er dagelijks ook nog onregelmatige gasten in de buurt: een muzikant met een accordeon, een bedelende werkeloze. Hazen- en konijnenvellen werden ook opgehaald.

Een bijzondere ondernemer

Een bijzondere gast die onregelmatig verscheen, was Franske. Hij was een kleine en magere man van een jaar of dertig. Hij had een misvormd gezicht, vol littekens en geen of kleine oren. Franske haalde oud papier op voor zijn bestaan. Zoals hij er uitzag, doet hij mij nu een beetje denken aan de slachtoffers van de brand in Volendam. Het verhaal dat over Franske werd verteld, is dat hij zijn ouders en al zijn ongetwijfeld vele broertjes en zusjes met gevaar voor eigen leven uit het brandend eigen huis had gered. Daarbij had hij de afschuwelijke brandwonden in zijn gelaat en aan het hoofd opgelopen. Daardoor was ook zijn verstand aangetast en ook zijn spraakvermogen. Als dank daarvoor mocht hij van de gemeente en de kerk met een vergunning voor het leven oud papier ophalen. Hij liep door de brandgangen tussen de huizen van het Heuvelkwartier door en riep altijd weer met verwrongen, maar duidelijke en luide stem: "Ouwahpielen! Ouwahpielen!"

Cor Willemse,
november 2008