Een gruwelijk verhaal

1940 - 1945

Het hierna volgende verhaal is een gruwelijk verhaal. U bent gewaarschuwd! Het speelde zich af in het laatste jaar van de tweede wereldoorlog. Het is mij ongeveer vijf jaar geleden voor waar gebeurd verteld door een oudere neef van mij. Omdat er nog levende familieleden van mij in voorkomen, heb ik de namen veranderd van de mensen die er in voorkomen. Het gebeuren heeft zich voorgedaan in een voormalig dorp in de buurt van Breda en in de omliggende bossen.

Ergens in het voorjaar van 1944 ontdekte mijn nichtje Coba dat er in het grote huis bij haar vriendinnetje Marie thuis een jonge man was ondergedoken. Marie kon het geheim voor Coba niet bewaren en vertelde haar honderduit over die leuke jongen die bij haar thuis in de kelder zat ondergedoken. Hij heette Floris, was een jaar of twintig en hij kwam uit Den Haag. Hij was groot, had een blonde krullenbol, prachtige blauwe ogen en sprak met een raar Haags accent. Hij was op de vlucht gegaan van Den Haag naar het Brabantse land omdat hij niet wilde worden ingezet voor de Duitsers bij de verplichte arbeidsdienst. Hoe hij bij de ouders van Marie terecht was gekomen, was onbekend.

Als snel kwam Coba ook in contact met Floris en het was voor beiden liefde op het eerste gezicht. Gelukkig was Marie niet jaloers en ze leefde van harte met dit jonge geluk mee. Voor Coba was een wereld opengegaan die ze daarvoor niet kende. Ze straalde van verliefdheid als Venus zelf en haar plotseling toegenomen zelfvertrouwen zette haar aan tot opstand tegen de regels van haar ouders. Al spoedig liep het stel hand in hand door de straten van het dorp. Mijn oom Piet, de vader van Coba, was daar helemaal niet blij mee. Regelmatig kwamen Duitsers in het dorp bij de plaatselijke NSB-er langs om informatie te krijgen over onderduikers en over verzetstrijders. Hij vreesde voor het welzijn van zijn dochter. Coba bracht Floris een paar keer mee naar het ouderlijke huis en zijn charmes deden al snel hun werk. Mijn oom Piet en tante Marie gingen overstag en het duurde niet lang of Floris zat veilig bij hen in huis. Het is natuurlijk overbodig te vertellen dat Coba nu helemaal in de zevende hemel was en dat het stel elkaar regelmatig in de wederzijdse slaapkamers opzocht. Enkele weken later was Floris daar zogezegd helemaal kind aan huis.

Nu wilde het geval dat mijn oom Piet in het diepste geheim de leiding had over een plaatselijke verzetsgroep. Gezien de diepe haat die Floris steeds tentoonspreidde naar de Duitsers en de NSB, duurde het niet lang of Floris was betrokken bij de activiteiten van de groep. Helaas zat het de groep opeens niet mee en een aantal betrokkenen werden onvoorzien door de Duitsers opgepakt en afgevoerd om nooit meer terug te keren. Natuurlijk rees er wantrouwen tegen Floris en toen op een dag er weer iets onverwachts gebeurde, werd Floris door een groepje mannen onder leiding van mijn oom Piet meegenomen. Een paar uur later kwamen ze zonder Floris terug. Coba smeekte en vloekte. Ze krijste en huilde, maar oom Piet weigerde haar ooit te vertellen wat er met Floris gebeurd was. Mijn neef vroeg het ook aan zijn vader en aan hem vertelde oom Piet dat ze Floris hadden meegenomen diep de bossen in. Hij had daar de mannen uiteindelijk verteld wat hij had gedaan en dat hij daar erg veel spijt van had omdat hij van Coba hield. Mijn neef vroeg of ze Floris pijn hadden gedaan. Mijn oom Piet zei dat Floris allebei zijn duimen had afgebeten vanwege de pijn die de mannen hem hadden aangedaan. Nadat Floris aan de mannen zijn verhaal had gedaan, hebben ze hem doodgeschoten en in het bos begraven. "Vertel het nooit aan Coba," zei mijn oom tegen mijn neef. Hij heeft het haar nooit verteld.

Hij vertelde mij dat Coba daarna nooit meer de oude was geworden. Ze was voortaan stil en ingetogen. Ze bleef als enige bij haar ouders wonen en toen ze een jaar of veertig was, is ze onverwachts gestorven.

Cor Willemse, december 2008