Begravenissen.

Door: Cor Willemse

Tijdens die eerste jaren in het Heuvelkwartier waren er twee uitzonderlijke gebeurtenissen die een diepe en blijvende indruk op mij maakten. In beide gevallen ging het om de schokkende dood van een jong iemand door een verkeersongeval.

De dood van de jonge marechaussee.

Schuin achter ons, in de Olivier van Noordstraat, woonde een familie met, als ik me het goed herinner, de naam Dujardin. Het was in ieder geval een Franse naam. Ze hadden een zoon van een jaar of 18. Hij nam dienst bij de marechaussee en hij maakte op ons, jonge broekjes van een jaar of 8, een verpletterende indruk als hij thuis kwam in zijn uniform met witte tressen. Een paar maanden later was hij opeens overleden. Het verhaal ging dat hij op zijn motorfiets tegen een hond was opgereden en daarbij dodelijk was verongelukt. Hij werd begraven met militaire eer. Een grote stoet van wel honderden marechaussees begeleidden de kist van zijn huis naar de begraafplaats het Zuilen. Onder hen waren tientallen muzikanten die behangen waren met luipaardvellen. Hun trommels waren bedekt met zwarte doeken. Zij trommelden en liepen een dodenmars. Dat wil zeggen: Zij liepen met een schuifelende tred, terwijl de trommels een sonoor en eentonig, maar zeer indrukwekkend geluid maakten. Wij liepen achter die stoet aan. Daarna hebben wij nog weken lang die begrafenisstoet nagespeeld.

De dood van Louis Nooijen.

Met een groepje van een man of zes waren wij tijdens de pauze de snelweg bij de St. Clemensschool overgestoken. Aan de andere kant van de snelweg was een sloot met volop kikkers en salamanders. Daar ergens hadden we ook een boomhut. Een oude, holle knotwilg. Daar kon je wel met drie man inkruipen en niemand die je dan zag. We vergaten helemaal de tijd toen we aan het spelen waren en hoorden onverwachts de schoolbel. Bij de tweede bel moest je op het schoolplein keurig in de rij staan, anders kreeg je straf.

   

We renden over de snelweg terug naar school. Een van ons, Wiekie Nooijen, bleef een beetje achter. Hij was daarvoor ziek geweest en dit was een van de eerste keren dat hij weer met ons mee was gegaan. Niemand van ons heeft die auto gehoord of gezien. Opeens was 't ieeee en daar was die klap. We keerden geschrokken terug. Wiekie lag een eindje voor de auto. Hij was erg bleek en kleurde langzaam blauw. Ik rende naar zijn huis in de Houtmanstraat en belde ademloos aan. Zijn moeder deed open. "Jullie Wiekie heeft een ongeluk gehad." "Is t'ie dood?" "Nee, maar…….bijna wel!" Achter mij kwam meester Thomas hard aanfietsen en zag dat ik hem voor was. "Terug naar school jij!" We hoorden dat Wiekie in coma in het ziekenhuis lag. Toen kwam een paar dagen later het nieuws dat hij was overleden. De kist in de kerk, overladen met bloemen, het bidprentje met zijn foto en het verdriet van zijn familie. Wat was de dood weer dichtbij! (zie ook)Hier

Bewerking: Ria Veltman, d.d.:27-01-2005.