De Heemskerkstraat

Door: Cor Willemse

Heemskerkstraat 3: De familie De Klerk.

Hier woonden onze naaste buren: de familie De Klerk. Ze hadden veel kinderen, bij benadering een stuk of tien. Een van hun dochters, Tonnie, woonde achter ons in de Houtmanstraat. Zij was getrouwd met de heer Schouten. De heer en mevrouw Schouten hadden heel veel kinderen, waaronder een of meer tweelingen. Ik dacht dat ze bij elkaar wel vijftien of zestien kinderen hadden. Eentje daarvan is een keer uit het slaapkamerraam naar beneden gevallen en in het ziekenhuis terechtgekomen. Hun oudste kind was John Schouten, met hem ben ik nog een tijdje opgetrokken. Samen met hem, zijn vader en een paar andere kinderen uit dat gezin ben ik een keer een dag bosbessen wezen plukken in het Mastbos. Dat was een bijzonder fijne dag die nog steeds duidelijk in mijn herinnering aanwezig is. Mijn moeder heeft later van de door mij geplukte bosbessen een heleboel jam gemaakt. De familie De Klerk had ook nog een jongere zoon: Janus. Hij was een jaar of vijf ouder dan ik en ik keek erg tegen hem op, omdat hij zo stoer was. Als ik een naam moest kiezen, bijvoorbeeld tijdens een van onze toneelvoorstellingen, koos ik het liefst voor de naam Janus.

Heemskerkstraat 7: De familie De Zwart.

Aan de andere kant woonde de familie De Zwart. Ik weet niet zoveel van hen af, omdat ze weinig buiten kwamen. Het waren een beetje deftige mensen. Ze hadden een grote zwarte bouvier, die veel indruk op mij maakte, maar het beest kwam gelukkig ook weinig buiten. Ze hadden ook een zoon of neef van een jaar of vijftien. Hij was spastisch en verbleef meestal in een internaat. In de weekenden was hij soms thuis. Als kind was ik gefascineerd door zijn verwrongen lichaamsbewegingen en de mimiek van zijn gezicht. Later woonden hier de heer en mevrouw Suikerbuijk. Met hun heb ik door de jaren heen af en toe nog contact.

Heemskerkstraat 9: De familie van Boxtel.

 
Foto uit het album van de heer Willemse
 De familie van Boxtel hadden eerst drie kinderen: Twee jongens: Wil en Rien en een dochter José. Later kwam daar volgens mij nog een tweeling achteraan. Wil was twee of drie jaar ouder dan ik, dus ik was voor hem een broekie waar hij niet mee omging.

Rien (zie foto)

was daarentegen twee of drie jaar te jong voor mij. Hij ging een tijdje met mijn broer Toine om. Ik heb van Rien van Boxtel nog een foto, waarop hij met een konijn in zijn armen staat.

Heemskerkstraat 11: De familie Bartels.

In de familie Bartels waren twee kinderen: Guus en Tineke. Ik ben ook lang met Guus opgetrokken. Hij kon vreselijk goed voetballen. Ik verwachtte later zijn naam tegen te komen als beroemde voetballer, maar hij is er blijkbaar niet in door gegaan. Tineke was een heel lief meisje. In mijn herinnering leek ze een beetje op Wiske van Suske en Wiske. Ze hadden ook een tante in huis, die woonde op een van de slaapkamers. Van vader Bartels, herinner ik mij niets maar moeder Bartels was een schat van een vrouw. Als we wel eens bij hem thuis kwamen kreeg ik van moeder Bartels altijd meteen een open snoepjestrommel onder mijn neus. "Wildenun lekkerske?" vroeg ze dan uitnodigend? Op een dag heeft moeder Bartels werkelijk mijn leven gered. Hun zolder werd beschoten en van een trap voorzien. Guus en Tineke namen mij via een geïmproviseerde trapleer mee de zolder op, om te laten zien hoe mooi het werd. Ik mocht ook uit het nieuwe dakraam kijken. Nog zwaar onder de indruk van het uitzicht liep ik achteruit bij het dakraam vandaan en viel in het trapgat. Gelukkig bleef ik even aan mijn armen in het trapgat hangen tot moeder Bartels de trapleer onder mijn in de lucht spartelende voeten kon schuiven. Als ze dat niet tijdig had gedaan was ik bijna twee verdiepingen naar beneden gestort, want het trapgat hing boven de trap naar de bovenverdieping…….

Heemskerkstraat 13 en 15:
De familie Van Gils en van de Velde.

Van de familie van Gils herinner ik mij dat ze ook veel kinderen hadden en een leuk meisje van mijn leeftijd dat Sjan heette. Daarnaast woonde familie van de Velde. Ze hadden ook twee kinderen van mijn leeftijd. De zoon heette volgens mij Jefke. Hij liep een beetje mank, want hij had ooit met een spa de grote teen van een voet er per ongeluk afgestoken. De dochter zei dat ze later een beroemde filmster zou worden dus haar noemden we Doris Day. Die was op dat moment de meest beroemde vrouwelijke filmster. De meest beroemde mannelijke filmster in die tijd was voor ons Roy Rogers. Elke zondag werd er wel een cowboyfilm met hem gedraaid in het parochiehuis. Wij noemden hem Rooie Roggers.

De familie Christiaansen.

In de Olivier van Noortstraat woonde de familie Chistiaansen.
Ze kwamen daar later vanuit Limburg wonen. Ik was al een jaar of tien, dus het zal ongeveer in 1954 zijn geweest. Ik raakte bevriend met hun zoontje Tony en kwam daardoor in die tijd regelmatig bij hun over de vloer. Tony had een grote, stoere zus van een jaar of 14: Kitty. Ik vond haar geweldig. Maar nog geweldiger was Tony's vader. Hij had een glazen oog, miste een hand en zijn hele lijf zat vol met de splinters van een bom. Hij vertelde mij vaak zijn verhaal in geuren kleuren en illustreerde dat verhaal door de betrokken lichaamsdelen aan mij te laten zien.
Hij vertelde dat hij aan het einde van de tweede Wereldoorlog in Limburg woonde. Hij was alleen thuis toen er een luchtalarm kwam. Hij durfde niet naar buiten om naar de schuilkelder te gaan, omdat hij vliegtuigen hoorde. Toen hij dacht dat het weer een beetje veilig was, opende hij de deur en stapte de straat op. Op dat moment ontplofte een vliegtuigbom midden in de straat en hij werd doorzeefd met scherven van de bom. Een hand werd van zijn arm geslagen en een scherf kwam in zijn oog terecht. De scherven kwamen in de loop van de tijd vanzelf wel weer naar buiten, maar die hand en zijn oog was hij voorgoed kwijt. Je kon een hele boel stukjes zwart metaal onder zijn huid zien zitten. Soms, als ik geluk had, stak er een puntje metaal door zijn huid naar buiten. Dan greep hij een pincet en wriemelde net zo lang tot hij de splinter uit had. Die hield hij dan triomfantelijk in de lucht en dan riep hij: "Zo, dat is er weer eentje minder". Toen hij hoorde dat ik naar de MULO zou gaan, zei hij steeds dat ik daar zou kennismaken met twee oude Grieken:
Arie Stootelus en Piet Agoras.

Bewerking: Ria Veltman, d.d.:27-02-2005.