De familie Schouten

Wiekske Nooijen

Ik ben na lange tijd weer eens aan het lezen geslagen in de Heuvelverhalen en ik kwam nu uit bij 'Wiekske's bidprentje' in een verhaal van Cor Willemse.
Als kind heb ik Wiekske's naam veel horen vallen via zijn moeder, onze buurvrouw Rina Nooijen. Als ik dan aan haar vroeg: "Wie is toch ons Wiekske?",
zei ze huilend en jammerend: "Dat is mijn zoontje, die is dood!" en als ik dan door begon te vragen over Wiekske, zei mijn moeder: "Ophouden nu, 't is al erg zat, da's nu 'n engeltje." En nu, na al die jaren zie ik wie Wiekske is. Het is nooit bij me opgekomen dat er een bidprentje van Wiekske was. Maar ja, op die leeftijd was je het snel weer kwijt dat de buurvrouw verdriet had want op het grasveld zat bijna de hele straat weer paraat om weer eens te verzinnen wat we nu weer konden gaan doen.

Buiten spelen

Heeeeeeerlijk! Het leek ook wel of de zomers toen veel warmer waren. En ja, wij waren met vijftien kinderen maar je moest wel op tijd binnen wezen. Dus dat werd een kabaal want je wilde nooit. Als ze dan dachten dat je sliep, kon je stiekem langs achteren er weer tussenuit knijpen. De trap van boven kwam uit in de achtergang, je was zo weg. Twee keer gelukt, drie keer betrapt, nooit meer gedurfd!
Mijn jongere broertjes Eduard en Cok wel, die gaven het niet snel op. Maar als ze dan boven wilden kijken of alles goed was, deed ik dat wel en dan snelde ik af en toe naar het grasveld of de grote poort om ze te waarschuwen (als ze al luisterden naar mij).

Engelien van den Dungen - Schouten