Straten in de Heuvel

Johan de Wittstraat

Kennen we de uitdrukking "Jongens van Jan de Witt"? Tussen Flierstraat en Talmastraat lag tot 2006 de Johan de Wittstraat. Deze straatnaam werd al in oktober 1949 bij Raadsbesluit vastgelegd. De meeste straten in de Heuvel kregen hun naam pas in 1951.

Hoogtijdagen

Johan de Witt werd in 1625 in Dordrecht geboren als tweede zoon uit een oud regentengeslacht. De beide zonen uit het gezin, Cornelis en Johan, werden in 1641 naar Leiden gestuurd om rechten te studeren. Behalve in rechten was de jonge Johan ook erg ge´nteresseerd in wiskunde: hedendaagse verzekeringsberekeningen zijn gebaseerd op zijn verhandelingen.
Na hun studie gingen de zoons met hun vader Jacob mee op een diplomatieke reis naar Denemarken en Zweden. Hierna reisden ze nog twee jaar door Frankrijk en Engeland. Terug in Nederland vestigde Johan de Witt zich als advocaat in Den Haag.
De Staten van Holland benoemden in 1653 de jonge, slimme Johan de Witt (28 jaar oud) tot raadpensionaris (premier). Hij trad aan in een periode waarin de Republiek de hoogtijdagen van haar macht en rijkdom beleefde. Op de Dam in Amsterdam verrees een nieuw stadhuis (Paleis op de Dam), kunstenaars als Rembrandt en Vermeer schilderden hun wereldberoemde doeken.

Oorlogen

De Republiek kreeg intussen ook in toenemende mate last van twee vijanden: Engeland en Frankrijk. Johan de Witt probeerde met beide mogendheden op goede voet te blijven, wat het meest gunstig was voor de handel. Maar zo eenvoudig was dat niet.
Ter beteugeling van de machtswellust en oorlogszucht van de Oranjefamilie hadden de Staten van Holland in 1654 besloten dat de zoon van Willem II nooit Stadhouder van Holland zou kunnen worden (de 'Acte van Seclusie' oftewel de 'Uitsluitingswet'). Onder het volk waren de Oranjes niettemin razend populair gebleven. In tijden van oorlog riepen de Prinsgezinden: "Het is de schuld van De Witt en zijn vrienden!" Dat gebeurde bijvoorbeeld in de jaren 1665-1667, toen de tweede Engelse Zeeoorlog woedde (waarin admiraal De Ruyter de ketting over de Theems kapot voer in zijn beroemd geworden 'Tocht naar Chatham'; het was tevens de eerste actie waar het splinternieuwe Korps Mariniers werd ingezet). Om het volk koest te houden, werd de toen vijftienjarige Prins in april 1666 uitgeroepen tot 'Kind van Staat', wat betekende dat hij in staatszaken zou worden opgeleid door Johan de Witt.
Toen de oorlog met Engeland een jaar later voorbij was, vonden de regenten dat zij de Prins weer veilig op een zijspoor konden schuiven: ze bepaalden dat het ambt van stadhouder 'voor altijd' zou worden afgeschaft ('Eeuwig Edict'). De geschiedenis wilde het anders. Vanuit Frankrijk was Lodewijk XIV, de 'Zonnekoning', bezig met zijn veroveringsplannen. Daarbij wilde hij de zuidelijke en een deel van de noordelijke Nederlanden inpikken. De Witt probeerde met allerlei verdragen de macht van Frankrijk te beperken. In 1670 sloot Frankrijk niettemin een geheim verdrag met Engeland om de Republiek aan te vallen. In het 'Rampjaar' 1672 werd de Republiek van alle kanten belaagd: door Engeland, Frankrijk en door de bisschoppen van Munster en Keulen.

Een gruwelijk einde

Johan de Wit kreeg van het volk de schuld van alle ellende. In juni 1672 mislukte een aanslag op zijn leven. Begin augustus legde Johan de Witt zijn functie als raadpensionaris neer.
Twee weken later werd zijn broer Cornelis gevangen gezet in de Gevangenpoort in Den Haag. Een barbier Tichelaar uit Piershil had het gerucht verspreid dat Cornelis de Witt een moordaanslag had beraamd op de Prins van Oranje. Hoewel vrijgesproken van deze aanklacht werd Cornelis tot verbanning uit Holland veroordeeld.
Op 20 augustus 1672 ging Johan naar de Gevangenpoort om zijn broer af te halen. Buiten de gevangenis had zich een massa woedend volk verzameld, die het leven van de gebroeders De Witt eiste. Op weg naar het Groene Zoodje, de plaats van het schavot, werden ze met slagen en steken van musketten, zwaarden en pieken zwaar verwond. Cornelis de Witt werd letterlijk doodgetrapt; Johan riep nog: "Wel mannen, burgers! Wat zijn jullie aan het doen?" en trok zijn mantel over zijn gezicht. Hij werd gedood door een pistoolschot. Onder de ogen van Haagse regenten werden de lijken naar de galgenpaal gesleept en aan de voeten opgehangen. Voor het gepeupel was het moorden nog niet genoeg. Men scheurde de kleren van de lichamen en sneed de lijken aan stukken. Lichaamsdelen en ingewanden gingen van hand tot hand. Pas om een uur 's nachts durfden bedienden het te riskeren de lijken weg te halen. De volgende avond werden Cornelis en Johan de Witt in alle stilte begraven in de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Door: Gerard Schaffels, d.d. 10 september 2006