Juffrouw Liza van Oudheusden.

Juffouw Liza is op 16 juni 1931 in het plaatsje Klimmen in Limburg geboren. Haar vader werkte bij de spoorwegen en men werd toen na een aantal jaren altijd overgeplaatst naar een andere stad. Eerst ging het gezin naar Assendelft bij Zaandam en woonde in Krommenie. Uiteindelijk werden ze overgeplaatst naar Tilburg. Het gezin had al een huis gehuurd en stond gepakt en gezakt klaar om naar Tilburg te gaan. Toen kregen ze een telefoontje van de spoorwegen dat ze niet naar Tilburg maar naar Breda moesten verhuizen.


Klik op de foto voor een vergroting.

Breda

Zo kwam juffrouw Liza in Breda terecht. Zij is een vertrouwde persoonlijkheid in het Heuvelkwartier. Als haar naam wordt genoemd komt men met enthousiaste verhalen voor de dag. Zij stond 45 jaar voor de klas en is nu al 10 jaar overblijfjuffrouw, daardoor heeft zij vele kinderen in het Heuvelkwartier onder haar hoede gehad, waarvan zij de naam en geboortedatum nog steeds weet!


In opleiding

Toen ik op de K.L.O.S. (Kleuter Leidsters Opleiding School) zat moest ik overdag voor de klas staan en van 16.15 uur tot 18.15 uur moesten wij naar les. Op woensdagmiddag van 13.30 uur tot 18.15 uur en op zaterdagmiddag ook omdat wij op zaterdagochtend ook nog voor de klas stonden.


De verpleegstersschort

Na mijn opleiding ging ik solliciteren bij de Bernadetteschool, de huidige Keijsersmolen aan de Oranjeboomstraat. Op 'n zaterdag ging ik er om 12.00 uur naar toe maar de zuster, die hierover besliste, was er niet dus moest ik om 16.00 uur terugkomen. Weer was de zuster niet aanwezig. Vervolgens moest ik op zondag om 14.00 uur terugkomen. Toen zei de zuster: Om je nog een keer helemaal naar de Oranjeboomstraat te laten komen vind ik ook niets. Komt u morgenvroeg maar. Lange kousen aan en een witte verpleegstersschort." Op 1 juli 1951 ben ik bij het schoolbestuur St. Anna te Oudenbosch aangenomen voor de Bernadette kleuterschool.


De Keten

In 1953 waren ze het Heuvelkwartier aan het opbouwen. De Van Hogendorpstraat en Mr. Stormstraat waren er nog niet. Vanwege de groei was de Agnesschool aan de Dirk Hartogstraat te klein en werden er noodlokalen gebouwd op het braakliggende terrein, hoek Jacob Edelstraat/Heuvelbrink. Eerst 3 gewone degelijke houten keten voor de kleuters en daarna 2 (Zweedse snel klaar keten) voor het lager onderwijs. Op een dag was er een zeer zware storm. In de klas van juffrouw Tiggelman werd het dak van 'n Zweedse keet opgetild en de schotten vielen naar binnen. Tini Verheezen kreeg een schot op haar nek en zat tussen het schot en het bankje ingeklemd. Dit was een zeer trieste dood. Bovendien waren er ook veel kinderen gewond waarvan Tini Bierman zwaargewond. De kinderen waren naderhand zo bang als het maar een beetje begon te waaien, dat ze weg wilden. Toen gingen wij later in de Keet aan de Talmastraat met kapelaan Huismans jeugdwerk verrichtten waar wij in de vrije tijd met de kinderen knutselden maar als het waaide, wilden de kinderen niet komen. In 1954 zijn er degelijke nieuwe Hollandse houten keten gebouwd.

De Clemens-1

De Clemens-1 stond op de plek waar nu 'De Brink'staat. Er waren boven en beneden drie klassen, als je voor de school stond was het rechtse gedeelte van de jongens en het linkse van de meisjes, dit was de Agnesschool. Juffouw Ria van Tilburg mocht met de jongens in het eerste lokaaltje van de jongensschool van broeder Paulo. Dat was waar nu de Ring zit, er waren 10 klassen in het gebouw. Het was een typisch gebouw dat ontworpen was door architect Nixs. Dus werd er gezegd dat het een school van Niks was. Daar stonden gaskachels, die zij 's morgens niet mocht aansteken want dat deed Huub de Bont, dat was ook een onderwijzer en naast ons zat Jan Thomas. Dus het was altijd koud als we de klassen binnenkwamen. Toen de Broeders eruit gingen zijn die naar de Jacob Edelstraat gegaan. Daar was toen de jongensschool. In april 1953 na mijn diploma uitreiking kwam op een dag de zuster naar mij toe en zei dat er een juffrouw op de jongensschol stond die met een onderwijzer flirtte. Dat kon natuurlijk niet. Ik werd overgeplaatst en ging les geven op de Clemens-1 jongensschool van de strenge broeder Paulo. Wij begonnen met 65 jongens, die naar de 1ste klas moesten maar vanwege de snelle groei van het Heuvelkwartier werden dat er in het begin van het schooljaar 82 in datzelfde lokaal. Ik kreeg daarbij wel een assistente. Ik praat wel over een tijd dat de wet van liefde en oud papier er was want toen was de onderwijswet er nog niet. De kinderen hadden elk 8 kubusblokjes van 2,5 X 2,5 en een potlood. We hadden ook een hele doos met etiketjes van Blom Jeuken, die ze gebruikten om op de kleurpotlooddozen te plakken, wij konden ze ook inscheuren, dat waren motorische oefeningen, het zgn. muizentandjes maken. Op een dag kwam er een moeder huilend bij mij, haar kind zat bij de zuster en zij vertelde dat het kind er 's nachts niet van kon slapen. Als de kinderen de tandjes niet goed hadden gemaakt knipte de zuster gewoon de tandjes eraf want het mochten geen paardentanden zijn, ze moesten van haar doorgaan totdat het helemaal goed was. Het waren "De zusters van Liefde", het ging er ook erg godsdienstig aan toe op de scholen. Er werd veel gebeden en wij moesten van de nonnen heel wat Goddelijke verhalen aan de kinderen leren, zoals dit onderstaand Scheppingsverhaal.

Het scheppingsverhaal

Toen God Hemel een Aarde schiep, En ook Adam en Eva tot het leven riep, Mochten zij wonen in het Aards-Paradijs, Als vriendjes van God, En zij waren heel wijs. Daar stonden veel bomen met heerlijk fijn fruit, "Hier mag je van eten", zei God, kies maar uit, Maar daar… aan die enen boom kom daar niet aan, Want dan moet je voortaan… Hard werken en lijden, Veel pijn en verdriet, Wees dus gehoorzaam en eet daarvan niet, De duivel was boos, Hij zag Eva gaan, Hij kroop in een slang, Daar bleef Eva staan, "Toe Eva, waarom eet jij ook niet dan deez fijne vrucht?", "Dat mag niet van god", zei Eva beducht, "Toe pluk maar", zei toen weer die lelijke slang, En Éva…. Ze plukte maar was wel heel bang, zij beet van de appel en zei toen heel stout: "Hier Adam, eet jij ook", Maar dat heeft hem berouwd, Oh Adam, oh Adam, wat heb je gedaan… Nu kan er geen mens meer den Hemel in gaan, Want straf kregen Adam en Eva van God, Zij moesten hard werken, En den Hemel ging op slot. Maar God is Barmhartig en Liefderijk en goed, En stuurde na eeuwen het Kerstkindje zoet, De Engel heeft toen van Maria gehoord, Zie de Dienstmaagd des Heren, Mij geschiede naar uw woord, Het vlees is geworden, Het Woord God de Zoon, Hij zoekt in ons midden, Zijn blijvende woon.

De Clemens-ll

Door het ruimtegebrek en de groei van het Heuvelkwartier hadden ze achter de huizen van de Heinsiusstraat weer een school gebouwd, De Clemens-ll. Daar was zuster Jacinta het hoofd, verder waren er nog zuster Guido, zuster Willibrord en zuster Margriet, zij droegen zwarte sluiers met een witte kap. Toen werd de kleding aangepast en de roklengte werd korter zodat er een stukje van de onderbenen zichtbaar werd. De zusters deden de kleren aan en bleven allemaal in de nieuwe kledij in het kamertje staan totdat er iemand van het personeel kwam. Ze vroegen: "Zien wij er gek uit?", Wij zeiden: "Ahh, wat modern, leuk zeg!", ze konden immers niet in een spiegel kijken omdat ze die niet hadden. Naast de school van broeder Paulo lag een groot grasveld op de plek waar men later het T.V.C.-terrein vestigde. De wei was omheind met prikkeldraad. Als het gras niet te hoog was mochten wij er van de boer voetballen. Jet Roovers mijn assistente uit Princenhage hield dan de draad omhoog, zo konden de kinderen eronderdoor lopen. Wij hadden dan zo twee elftallen van elk 41 kinderen, die achter één voetbal aanholden. Ze zagen er soms wel uit. Zo was er ook een jongetje met een nette moeder. Hij zal altijd onder de modder, zonder dat hij gevoetbald had, hij dook overal in en had veel leut. Ik had verschillende potjes en flesjes uitgekookt in de soda en had er een grote kan water bij gezet. Ik zei tegen hem: "Daar mag jij mee spelen en je mag al de flesjes vol water doen."Hij straalde helemaal, "Ja, mag ik dat."zei hij. Ik antwoordde: "Maar nu nog niet, dat mag je als je schoon op school komt. Als je, je morgen niet vies gemaakt hebt mag je met dat water spelen."Dat heeft hij een hele week vol gehouden, toen had hij genoeg van het water maar hij kwam niet meer onder de modder thuis. O, wat was die moeder blij. Ja, wat trekt kinderen meer aan dan zand, water, modder en rommel? Prachtig, Hè!

De oude Agnesschool

In de oude Agnesschool aan de Dirk Harogstraat waar nu de Spreekhoorn zit waren twee vleugels van 6 klassen. In het laatste lokaaltje zat ik, het was in 1954 toen ik nog geen hoofd was. In de klas van de zuster zat een jongetje, dat een echt boefje was, hij had weer wat uitgehaald en kreeg straf. Hij werd in een hok gezet waar planken lagen, zilverpapier en postzegels, Deze werden verzameld voor de arme kinderen in Afrika. Ik zei op een gegeven moment tegen de zuster dat hij er wel uitgehaald moest worden omdat hij toch moest leren. Toen ze hem haalde hoorde ik haar tegen hem zeggen: "Jij bent een heel stout jongetje", hij had alle postzegels en het zilverpapier door elkaar gegooid. Hij keek ze aan en trok zo haar kap van haar hoofd af. Het was wel een consternatie hoor, wij zijn nog dagen bezig geweest om de postzegels en het zilverpapier uit elkaar te halen maar hebben er vreselijk om moeten lachen. Oh, wat was het toch een prachtige tijd!

Het Maria Hofke

In het schooljaar 1955-1956 ging ik naar het Westeinde. Daar stond een houten keet met drie klassen in de Walstraat. Het hoofd van deze school was zuster Crescentia en in het andere lokaal werkte juffrouw A. van de Brûle. In 1979 dus 25 jaar later werd Het Maria Hofke aan de Dr. Struyckenstraat opgeheven omdat het aantal leerlingen te gering was geworden. Bij het afscheid werd een mooi gedicht voorgelezen (geschreven door dhr. W. Frèrejean) en bood dhr. De Koning mij daarbij een gasfornuis aan namens de bewoners van het Westeinde en men bedankte mij voor alles wat ik had gedaan voor de kinderen en de ouders. Ik vond het erg om afscheid te nemen van iedereen, die mij zo dierbaar was, ja het was afgelopen, dit was hard. Daarbij kwam ik ook nog thuis te zitten. Zuster Xaverienne werd 65 jaar en zou tegen zuster Hortensia van het schoolbestuur zeggen: "Als ik er mee stop, zou ik graag willen dat juffrouw Liza mijn baan krijgt." Hortensia had gezegd: "Liza van Oudheusden krijgt die baan niet.". Toen heb ik gezegd dat ik die baan niet eens wilde hebben. Ik wil geen genadebrood eten van Oudenbosch. Maar toen het hoofd ziek werd hebben ze mij toch gevragd om hoofd te worden.

Hoofd van de school

In 1956 werd de wet van kracht dat de hoofden van de scholen gediplomeerd dienden te zijn. Toen werd zuster Crescentia ziek en men had een invalster nodig. Ik had hier alle diploma's voor omdat ik in 1953 hiervoor geslaagd was. Toen moest ik op een zaterdagmiddag bij Moeder Overste komen. Ze zei: "Jij hebt diploma's en wij hadden eraan gedacht om jou hoofd te maken, je hoeft de administratie niet te doen want dat doen de zusters wel." Na 2 jaar had ik een kaart nodig om een kindje in te schrijven. De zuster zei tegen mij: "Pak er maar een uit de kast bij mij, ze staan in de brievenstandaard." Ik ging naar de kast en pakte een kaart uit de standaard, die hoog stond en ik ben klein dus het ging moeilijk, toen vielen alle brieven op de grond. Meteen zag ik een brief waar mijn naam op stond en dacht: "Die brief heb ik nooit gezien." Het was een brief van de rijksinspectie uit 1956 waarin stond: "Hier op deze school is iets niet in orde want hier staat een gediplomeerde, die niet in functie is terwijl een ongediplomeerde de functie van hoofd waarneemt." Toen begreep ik pas waarom ik ineens was aangesteld als hoofd. Ik ben 2 jaar hoofd geweest zonder dat iemand het wist.

De centjes

In de loop van de jaren heb ik in het Westeinde ook van alles meegemaakt. Zo was er een groep jongens onder het prikkeldraad doorgekropen bij boer Vriends op het Dr. Struyckenplein, die afgekeurd fruit in een put deed waar men op de veiling kalk of loog of iets dergelijks overheen deed zodat de boeren het niet meer konden verkopen. De jongens hadden ervan gegeten. Ze werden er erg ziek van. Een jongetje overleed eraan en een ander jongetje hield er difterie aan over. Daardoor kwam de schoolarts uitstrijkjes maken op school en een jongetje moest zijn mond open doen maar had er geen zin in en spuwde de dokter recht op zijn bril, ik zie het nog voor me. "Wat ben jij een vies jongetje", zei hij. Er was ook een meisje, dat op een gegeven moment niet naar huis wilde gaan. Zij huilde en huilde tot ik het er uiteindelijk toch uitkreeg. Zij wilde niet naar huis omdat haar vader had gezegd dat hij haar moede kapot zou maken. Dat gebeurde in die tijd. De kinderbijslag was binnen en de vader (evenals zovele vaders in die tijd) was naar het café van Nelleke van Gemert gegaan waarna hij dronken thuiskwam en ruzie kreeg met zijn vrouw waarbij hij had gezegd dat hij haar kapot zou maken. Wanneer weet 'n kleuter één begrip! Er waren gezinnen, die maar amper te eten hadden. Zo had ook een moeder tegen haar zoontje gezegd: "Als papa straks thuiskomt moet je eens kijken waar hij zijn centjes wegstopt." Nu had je vroeger van die traplopers met roeden en de vader had het geld onder de loper van de bovenste trede gestopt. Hij was stomdronken en maakte eerst flink ruzie met zijn vrouw. Daarna fluisterde zijn vrouw tegen haar kind: "Ga jij eens even dat geld pakken." De vader ging naar beneden omdat hij naar de w.c. moest en zag het kind met het geld in zijn handen staan. Toen schopte hij het kind van de trap. Het kind had 2 gebroken benen. Dan praat je over kindermishandeling. De uitleg was later dat het kind van de trap was gevallen. Vroeger had je van die grote gezinnen, die in een klein huisje woonden. De moeders liepen altijd zwanger achter een kinderwagen waar nog een plank oplag waar nog eens één of twee kinderen opzaten met aan de zijkant van de kinderwagen nog twee kinderen, die zich eraan vasthielden. Zo was er in een gezin ook een kind waarvan de vader hout aan het hakken was. Het kleutertje kwam buiten en trapte op de steel waardoor de bijl in zijn been terecht kwam. Hij had zeventien hechtingen. Nou, zo'n groot hakbijl slaat echt niet om door het gewicht van zo'n klein kind.

Het geluk

Een groot gezin won op een dag de toto. De vader ging naar Vriends aan de Markendaalseweg en kocht een Ford Mustang. Hij kocht twee van die kleine huisjes naast elkaar en brak de muur ertussen uit. Zo maakte hij er één grote woning van. Dan ben ik blij dat een grote prijs ook eens bij arme mensen terecht komt, maar ze kennen eigenlijk de weelde niet en delen alles uit.

De Bernadetteschool

De Bernadetteschool (de huidige Keijsersmolen) is tot 1966 een noodschool voor het Westeinde geweest omdat de Walstraat was afgekeurd. Waar nu de aula is was een portiek waar de kinderkolder en de kar stonden, daarnaast stonden de fietsen en een plekje verder had ik twee haken laten maken waar de schommels aanhingen. Het klasje waar nu de peuterspeelzaal is, was pas bijgebouwd en daar kwam juffrouw Luus te zitten. Bij de ingang was de directeurskamer en ertegenover waar nu de conciëge zit waren twee klassen. In de eerste zat Ad van Giesbergen, de klas ernaast was van zuster Imelda en zuster Carmela dan kreeg je de klas van juffrouw Anneke en dan de klas van zuster Ludowika. Waar nu de toiletten zijn was het poortje waarmee de kinderen naar de speelplaats gingen. Nu het een Brede School is geworden hebben we wel een beetje gebrek aan ruimte. Zo heb ik een mooie racebaan gekregen, die erg leuk is voor de jongens maar die ik nergens kan laten staan. Het moet steeds opgeruimd worden, ook het speelgoed dat mee naar buiten gaat. Het zou fijn zijn als wij een zeil of een afdakje hadden want als het regent kunnen de kleintjes toch even naar buiten om te spelen. Om voor 10 minuten alles voor de dag te halen is de moeite niet. Dit komt omdat de drumband, De Stem, Kom er eens bij, Integratie en wij het gebouw moeten delen dus kun je echt niets laten staan.

Zing het maar

In 1965 ging juffrouw Corrie trouwen in de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijd Durende Bijstand, toen heb ik voor al de bruidsmeisjes jurkjes gemaakt. In 1991 was het zeer koud met karnaval daarom maakte ik een soort kazuifels met hoge hoeden voor de kinderen en had hun gezichtjes wit geschminkt. In de Ring werd het karnaval gevierd omdat wij daar geen ruimte voor hadden. Ik heb nog eens een schaartje gekocht voor linkshandige omdat die kinderen moeite hadden met de andere schaartjes. Alles moest rechtshandig op school. Verder heb ik een Bon Départ cursus gevolgd. Deze was van een Française, die had gezien dat als kinderen grote dingen op een klein blaadje moesten zetten, ze er veel moeite voor moesten doen vooral als de motoriek wat minder was. Zo ook met stotteren. Als kinderen er niet uit konden komen zong ik: "Zing het maar, zing het maar". Dan was de spanning eraf en konden ze het zonder haperen wel zeggen. Er was ook een autistisch kind en hij sprak voor elk woord een t. Ik verstond hem wel en dan straalde hij helemaal.

De dienstjaren

Op 1 juli 1991 was ik dus 40 jaar in dienst. Rietje Roovers was invalster voor Cees van Rooy en zij zei: "Als ze nu opschieten in Oudenbosch dan weten we voor dat ze met vakantie gaat of ze na de vakantie nog terug kan komen." Ik zei: "Wat weten ze nu in Oudenbosch over de scholen. Ik ben vandaag 40 jaar in dienst en heb géén kaartje, géén telefoontje, helemaal niks gekregen. Ik ben gewoon schoolnummer 57." Daar schaamden ze zich toch wel voor. Toen hebben ze het jaar daarop toen ik 41 jaar in dienst was een onvergetelijk feest voor mij gegeven. In 1996 toen ik 45 jaar in het onderwijs zat ben ik met pensioen gegaan.

Géén afscheid

Ik heb vele cursussen gevolgd, zo ook in 1985, toen hielden de kleuterscholen op te bestaan en werden alle klassen groepen. Ik zou dus ook in een hogere klas moeten staan. Na de cursus werd gevraagd of ik hoofd wilde worden van de Agnesschool, maar ik wilde geen kantoorbaan. Waar heb ik anders dan zoveel voor geleerd. Ik wilde gewoon voor de klas staan en als je hoofd bent gebeurt dat niet. Cees van Rooy is toen hoofd geworden. Ik werk het liefst zoals ik altijd gedaan heb met de kleuters. Ze zijn zo eerlijk en zuiver van geest. Toen ik in 1996 met pensioen ging kon ik toch geen afscheid nemen en ben toen overblijfjuffrouw geworden, dat ik tot op de dag van heden op mijn 75ste jaar nog steeds met plezier doe. Het afscheid zal nog wel even op zich moeten laten wachten want zolang ik gezond blijf van lichaam en geest neem ik geen afscheid van de kindertjes!

Interview: Ria Veltman d.d. 21 september 2006