Zeg me waar u gewoond heeft en ik zeg u wie u bent.

Door: John Schouten

Verhuizen

In 1948 zijn we van de Tramsingel naar de nieuwbouwwijk 't Heuvelkwartier verhuisd. Boer Nuiten woonde bij ons achter in de tuin. Nou ja zijn boerderij grensde toen nog tegen onze achtertuintjes van de Houtmanstraat aan. De boerderij van de Lange en sprenkels stonden er ook nog. Zij waren onteigend om de woningen van het Heuvelkwartier op hun grond te kunnen bouwen. Dat leidde zo werd in de volksmond gezegd tot de tragische dood van boer de Lange. Wij hadden een ongekende vrijheid in het Heuvelkwartier. De mensen kwamen onder de bezetting van de Duitsers uit en de kinderen mochten van 'hun' vrijheid genieten. De later gebouwde vijver op het Dr. Struyckenplein was tijdens de ijsperiode een plaats waar vele liefdes begonnen te bloeien. Agnes en Greetje waren mijn favoriete ijsfeeŽn, ook al kon ik niet schaatsen en moest ik het op de Zaanmark bij het nieuwe Diaconessenziekenhuis het af laten weten, zodat mijn vrienden met mijn geliefde feeŽn aan de haal gingen. De AA of Weerijs (door ons de Mark genoemd) was ons speelterrein net als het Peerdenbosch bij de Batenburglaan.

Integratie

Achter ons werd de Olivier van Noordstraat gebouwd, waar de spijtoptanten uit IndonesiŽ kwamen te wonen. Oud KNIL militairen, met hun vrouwen die zo lekker kookten dat de Indonesische reisttafelgeuren je zinnen prikkelen en het water in je mond deed lopen. De van Hoek, van Arnhem en Dusseljee, waren wat nu genoemd zou worden nieuwkomers. Er werd door ons behoorlijk geknokt om het territorium te behouden. Met Goos Reis, die overigens een prachtige zus had, waar je dan als jong jochie ook weer de nodige verliefdheids gevoelens voor ontwikkelde - en het geknok deed afnemen. Met Alex van Baarschot en zijn broers was het ook knokken geblazen. Maar je zat ermee op school, of hun broers zaten bij jouw broers in de klas en dat maakte dat er wapenstilstand kwam en verkennende rondjes gedraaid werden. Langzaam aan begonnen we met elkaar op te trekken en in veel gevallen werden we zelfs bevriend. Over integratie gesproken! Het filmtoestel wat we van Sinterklaas hadden gekregen deed wonderen. We projecteerden de film in ons schuurtje en de buurt mocht tegen betaling van een stuiver komen kijken. Dat integreerde veel sneller.

Het dienstmeisje

Het ledikant (de kerk) werd gebouwd en er ontstond voor ons, Hillquater Boys, een nieuw deel Heuvelkwartier dat we noemden: "achter de kerk". Bijnamen hadden we allemaal, De Lep, de Muis, Den Blauwe, de Kroot, De Vrouw, etc. Gezonde doerakken eersteklas. Maar ook lastig en vervelend. Ook dokter Ehlig ondervond dat. Het dienstmeisje Jo had een beetje verkering met een jongen uit het Heuvelkwartier en die jongen mocht dan op bezoek komen als de dokter en zijn vrouw uithuizig waren. Zo'n kleine 8 Š 10 schoffies kwamen dan ook op bezoek. Alle kasten werden bekeken, de dokterspullen geÔnspecteerd en de appeltaart op gegeten. En..... de dokter kwam plots thuis. Ik weet nog dat ik onder het bed van de bovenste slaapkamer lag en me muisstil hield. De dokter vloekte en verdween waarna ik me ongezien achter hem naar beneden spoedde en maakte dat ik via de achtertuin in .... onze tuin terecht kwam. Het dienstmeisje heeft er niet veel langer mogen blijven. En wie had je nog meer. Tandarst Van 't Hof, Boerke Nuiten, Boer Jan, Sieke uit de Hof, de familie Pijpers, den Italiaan (Meeuwis), de Vetjes, de Van Koolwijkjes, de Buinsters, de Besjes, de Schoutens, de Stevens, de Volders, de Rijnders, de Kroon, de Willemsem, Opa Groen... allemaal met een echt Heuvel v erhaal.

Opa Groen

Opa Groen was de opa van Guus Bartels. Guus was een goede voetballer bij Groen/Wit, ze woonden in de Dr. Stuyckenstraat en mijn opa en oma woonde daar ook. Ik denk een huis of vijf ervandaan. Wij plaagden opa Groen altijd met graagte. Hij gromde dan als een ijsbeer in de tropen en zwaaide met zijn wandelstok alsof hij je wilde betoveren tot eetbare monsters. Hoewel hij voor zijn leeftijd toch snel ter been was en ons achterna zat, konden we nog net op tijd de tuin van onze opa bereiken. De tuin noemde wij: "de plots ". Via de plots schoten wij de serre binnen en zo naar de woonkamer, waar onze opa stond. Opa, Opa, we moeten weg, want Opa Groen zit ons achterna.... en wij renden de gang in en zo via de voordeur de straat op. Opa Groen was niet mals en stond - zo hoorden we achteraf van ons Opa - opeens ook in de woonkamer. Nog schelden op die "daar motte oe eigen toch nie druk overmaken, opa Groen". U snapt het zeker al. Schelden en tierend begon Opa Groen onze Opa met zijn wandelstok af te rossen. We hebben er later - ook met ons Opa - hartelijk om kunnen lachen.

Broeder Paolo

En wat dacht je van de avonturen met de verkennerij. De Paus Pius de Xll troep, de gidsen (dat waren de meisjes, die toen nog niet met de jongens mochten spelen, maar dat toch wel deden). Broeder Paolo, die zich ook zo kwaad kon maken dat hij Hubert wilde schoppen, maar doordat hij een rok aan had zijn staande been ermee onderuit trok (door die rok) en op zijn kop in de gang terechtkwam. Dat ontlokte aan ons zesde klassers een daverend lachsalvo, wat zijn gezag naar hetzelfde niveau als zijn ko... deed dalen. Eruit..eruit..eruit, schreeuwde hij, en ik gunde het hem wel. Hij kon ook meedogenloos tegen je bol aan slaan, en hij had mij bovendien nog gekoejeneerd ook. Ik was misdienaar - hoe bestaat het toch allemaal hť - en om acoliet te worden met een insigne van de verkennerij moest je 60 punten op je rapport halen. 25 Voor vlijt, 25 voor gedrag en 10 voor wellevendheid. Hoe ik ook mijn best deed het waren er elke maand maar 59. Na 6 of 7 maanden was ik dat beu. Ik begreep toen dat hij mij chanteerde en zo van mij een keurige jongen wilde maken. Ik heb hem toen gezegd dat hij een oneerlijk mens was die me gewoon een kunstje flikte. De volgende maand prijkte er 60 punten op mijn rapport en werd ik acoliet in de kerk van OLV van Altijddurende Bijstand. Het feit dat ik en mijn kompanen acoliet en verkenner waren leverde ons op dat we in de Sint Jacobskapel in Galder de 's zondagsochtend de mis mochten dienen. Daar ontdekten we dat bezijden het altaar - waar je een deurtje kon wegschuiven - de miswijn werd bewaard. Niet lang daarna was het deurtje op slot. We dronken te veel van de miswijn.

Enfin misschien de volgende keer de minder leuke, de droevige, de brutalere, maar ook de aangenamere vertelsels