Heuvelflarden 11

Door: John Schouten

Straten en mensen

In de Olivier van Noordstraat woonde de familie Heerden. Jan Heerden was een begaafde tekenaar en ik vermoed dat hij zijn tekentalent nog wel (h)eer aandoet. Zijn oudere broer Piet was voor ons een wat geheimzinnig ogende gast, die je ook altijd doordringend aankeek. In onze ogen was Piet een echte avonturier want hij werkte in de goudmijnen in Zuid-Afrika. In de tijdschriften zag en las je dan dat de inlanders, de Zoeloes, de Maumau-ers of de Kaffers zich te barsten moesten werken om het goud voor de blanken naar boven te halen. Ze verstopten soms goud in de bilspleet of slikte het door om een centje bij te verdienen bovenop het karige loon dat hen werd toebedeeld. Maar ze werden na afloop van het werk toen al geröntgend, zodat ze niets mee konden nemen, want dat werd onmiddellijk door de X-stralen vastgesteld. Piet verdachten wij er van dat hij als blanke, die werden niet ge-X-straald, wel degelijk een paar goudklompen uit die goudmijnen in zijn bezit had. Een eindje verderop woonde de familie Farla, waarvan de oudste zoon "De Flap" genoemd werd. Hij was een uitstekende monteur en zijn Fiatje reed altijd; hij was wat ze in de Fiat reclame noemden: "Fiat rijder, blijde rijder". Aan het eind van de straat had je dan nog Atie Graumans wonen een kort maar verrassend snel manneke wat uitstekend voetbalde.

De catechismus

Ik was in die tijd onder meer bevriend met John van de Kerkhof die in de Dr. Struyckenstraat woonde. John, zijn vader werkte op Hispano Suissa, zat bij mij in de 4e klas bij onderwijzer Jongenelen. Hij huilde toen hij voor een proefwerk de catechismus niet zomaar uit zijn hoofd op kon dreunen. Wij konden dat wel, want je moest volgens de catechismus leven en daar ons dat niet lukte, werden wij regelmatig op de echte inhoud ervan gewezen. Wij leerden spelenderwijs dat, wat wij deden niet volgens de catechismus was en zo kende je de hele catechismus zonder dat je er iets voor hoefde te doen. Ik vond het bijzonder vreemd, voor iemand die de PvdA een goed hart toe droeg, dat hij om de catechismus huilde. De vader van John had tijdens de verkiezingscampagne altijd een raampamflet van die partij hangen. Jongenelen maakte daar altijd sarrende bemerkingen op wat ik niet correct vond en ik al snel in de lectuur van Marx dook en zo ook Friedrich Engels leerde kennen. Wat die twee bedachten, leek mij toch aan de christelijke traditie ontsproten te zijn, maar daar was Jongenelen het helemaal niet mee eens. Toch was het, denk ik, aan de vader van John te danken dat wij kennis konden maken met een helikopter die op het veld van de Heuvelbrink landde. Het was Drees, of een andere partijcoryfee, die daar na urenlang door ons er naar uitgekeken te hebben in een helikopter aan kwam vliegen en keurig zacht op het gras landde.

Snijboontjes

In de eerste gebouwde huizen in de Dr. Struyckenstraat woonden de families De Kroon, De Klerk, Willemsen met twee schone dochters Annie en Riet, Wil en zijn zus José van Boxtel, Van Gils, (Guus) Bartels en (Piet) van de Velden (De Veldkat). Schuin er tegenover stond een zelfde soort woningen en later werden er huizen bij gebouwd die een afwijkende bouwstijl hadden. Daarin kwam John van de Kerkhof te wonen. Toen die huizen in aanbouw waren, speelden we daarin met onze nieuwe rechtstreeks uit Indonesië geïmporteerde vriend, Nol van Arnhem. Hij woonde in de Olivier van Noortstraat op het hoekje, naast de familie (Willy) van Zeeland. Aan de andere kant hadden zij als buren een mevrouw die een kunstarm had. Nol leerde ons al snel vloeken in het Maleis en ik denk ook een aantal woorden, dat bij de mensen, die het verstonden niet bijzonder in de smaak vielen. Als wij ze uitspraken, fronsten zij hun wenkbrauwen en spraken snauwend in het Maleis terug, wat ons deed vermoeden dat het "niet sjuust" was wat wij uitkraamden.. De Hollandse kost beviel onze nieuwe landgenoten niet zo, want ze zweerden bij hun rijsttafels en gelijk hadden ze. De exotische geuren van hun gerechten deden onze neusvliemen, als die van jonge paarden die hooi ruiken, trillen en het papillenwater in de mond lopen. Nol zong steevast een liedje wat duidelijk niets te wensen over liet: "En ik lust van mijn leven geen snijboontjes meer, van snijboontjes doet mijn maagje zo zeer . . . . " etc.

Dienstplicht

Kees Martens zijn vader Jaanneke verloor bij een bedrijfsongeval twee vingers, hij woonde bij ons in de Houtmanstraat. Kees had naast zijn broertje Piet twee exotische uitziende zussen; Jopie en Nettie en die laatste trouwde met de handschoen met Jan (?) een Indonesische jongen, die bij de marine was. Tante Fietje woonde bij hen in. Kees was een verdienstelijke voetballer die bij SAB (Sint Anna Boys) in het eerste elftal speelde. Toen we onze dienstplicht bij de Luchtmacht vervulden, spijbelden we regelmatig door ons bij ons onderdeel ziek te melden. Dat had als voordeel dat je bv. geen zware oefeningen mee hoefde te doen en dat je extra soldij kreeg omdat je thuis "in de kost" was die ziektedagen. We voetbalden dan gewoon door op het grasveld van de Heuvelbrink, maar plots verscheen het militaire busje met daarin de militaire arts, die op huisbezoek kwam om je ziekte daadwerkelijk vast te stellen. Maar ja, wij waren dus niet thuis, maar voetbalden. Dat rook, zo zei de militaire krijgswet naar desertie (met alle gevolgen van dien). Leiden was in last. Geen nood. Ik kende dat al. Wij op de fiets naar Dr. Hermans aan de Haagweg en we legden het uit. Geen nood, die schreef voor ons een ziektebriefje waarin stond dat we hem bezocht hadden op dat tijdstip en wat we mankeerden. De volgende dag werd je dan opgehaald met een militaire ambulance en afgeleverd in de ziekenboeg van de Kloosterkazerne in Breda waar je tot vrijdagochtend feestelijk werd verzorgd en dan kon je op vrijdag in de voormiddag al weer naar huis om . . .verder te voetballen.

Dubbelklassen

In de Willem Barendszstraat woonden twee hele grote gasten John van Inenveld en Jan van Vlimmeren. Ik en mijn schoolmaatjes hadden al een dubbelklas, derde en vierde klas, achter de rug en alle stof van de vierde klas meegedaan. Maar met de vierde klas over naar de vijfde mocht niet. Nu zaten we weer in een dubbelklas, vijfde en zesde en weer moesten we de stof van de zesde klas mee doen, maar deze twee grote gasten, ze staken met kop en schouders boven broeder Paulo uit, zaten in de zevende klas. Dat was pas iets en ze werden door Paulo, ik denk vanwege hun lengte, als gelijken behandeld. Wij keken tegen hen op en zij speelden als een soort klassenoudsten zelfs ook al de baas over ons. Spat van Gastel woonde ook in deze straat en zijn vader die buschauffeur bij de BBA was, had een mooie Matchles motor in de schuur staan. Zijn zoon had ons uitgelegd hoe je de motor met de voetversnelling moest schakelen. Eenmaal de theorie kennende, hebben we die motor wel eens geleend om in de praktijk het geleerde toe te passen en "een toerke" mee te rijden. Wisten wij dat toen de benaming joyriding bestond.

Brabantse gezelligheid

Henk Hekker en Toon Grootens woonden ook in die straat. Met Toon zat ik nog eens op de hoogste zit rij van: "Komt dat zien, komt dat zien, geachte dames en heren." bij Circus Bever. Ook de familie de Kanter, waarvan de kort gebeende vader wiens keurige broek daardoor altijd wat te lang uitviel reclasseringambtenaar was en bij dezen en gene voor toegewezen voogd speelde, woonde in deze straat. Dan werd de Willem Barendszstraat gekruist door de Heuvelbrink waar in het tweede huis van de hoek de familie Van der Kinderen woonde. Zij hadden een groot gezin en plots overleed hun vader en je besefte dan dat het achterblijven van de moeder met zovele jonge kinderen niet bepaald gemakkelijk moest zijn. Dat, vonden wij, was wel heel erg. Voorbij deze kruising, vlak voor waar nu de kerk staat, lag de boerderij van de familie Pijpers. Met Kees Pijpers was ik ook bevriend. De boerderij van de familie Pijpers was een piepkleine, met zwarte teer aan de achterkant besmeerde, boerderij waarvan ik het toen al jammer vond dat ze moest verdwijnen. Binnen voelde je de sfeervolle brabantse gezelligheid, die schril afstak tegen de eentonige revolutiebouw van de woningen in het Heuvelkwartier.

Bewerking: Ria Veltman, d.d.: 15-02-2005