Heuvelflarden 13

Door: John Schouten

Vakantiekinderwerk

In de grote vakantie was er in het Heuvelkwartier altijd het vakantiekinderwerk. Het was een organisatie die door vrijwilligers draaiende werd gehouden en de kinderen meenam, ik dacht 2 x per week naar de Seterse bossen bij Dorst. In het begin gingen we lopend naar het NS- station in Breda en daar stapten we in een speciale trein die ons naar Dorst bracht. Midden op het spoor op een overgang stopte de trein en konden we uitstappen. Er lag daar vlakbij een drinkwaterpompstation waar we langs moesten wandelen om zo via het Olifantenpad naar de zandverstuiving te komen. Dat waren van die grote door wind opgehoopte zandduinen, de Seterse Bergen, waar je heerlijk vanaf kon rollen. Je kreeg boterhammen met bruine suiker, die na een heerlijk zonnebad als suikerwafels aaneen plakten. De fles gele citroenlimonade gazeuse of bruine champagne pils limonade van de LimFa fabriek uit Baarle-Nassau rondde het heerlijke bosmaal af. Ten minste als je de fles goed had gesloten, want anders plofte die tijdens de schuddende rit met de trein open en met een flinke straal in de nek van je buurman was je drinken voor die dag "Gone with the wind ".

De Paters van het Liesbos

Bij de vrijwilligers van het vakantiekinderwerk waren ook altijd een aantal priesterstudenten van de paters van het H. Hart aan het Liesbos. Een van hen heette frater Hoedenmakers en kwam uit Limburg. Wanneer we met twee kampen vlaggen veroveren speelden was hij niet te houden. Wij hadden op het Cadettenkamp al geleerd hoe je met de tijgersluipgang je in het zand geluidloos kon voort bewegen. Gecamoufleerd met allerlei boomtakken leken we meer op wandelende struiken dan op jochies uit het Heuvelkwartier. Met drie of vier van die wandelende takken doken we dan op frater Hoedenmakers en met het meegenomen koord werd hij stevig gekneveld. Althans dat was onze bedoeling, maar al zijn ingehouden energie kwam er, als we op hem doken, nou niet bepaald godsvruchtig uit. Vloekend en vechtend en zich niet gewonnen gevend, kwam hij onder ons vandaan en begon Cees Martens te knevelen. Met behulp van zo wat de hele troep kinderen hebben we hem er tenslotte onder gekregen. Ik denk dat hij zich al oefende opdat hij later in de missie in Afrika niet door de "wilden" wilde laten opeten. Nou gegeten hebben we wel bij hem in het klooster aan het Liesbos. Cees Martens en mijn persoontje werden door hem uitgenodigd om het patershuis in het Liesbos te bezoeken. We werden door frater Hoedenmakers, na aan een of andere onderpaus te zijn voorgesteld in de tuin en het tehuis rondgeleid. Prachtige volières met geïmporteerde vogels hadden ze daar. En omdat het zondag was en al die gasten daar op banken in de zon luierden en ons vriendelijk toeknikten, leek het ons toe dat het hier ging om een soort dolce far niente. In het tehuis hing een kloosterrust, zoals die bij de Trappisten in tv series te voelen is. Bij het middageten werden Cees en ik, frater Hoedenmakers mocht niet met ons eten maar moest elders gaan tafelen, alleen gelaten in een prachtig ingerichte kamer waar "Tafeltjedekje" voor ons al gereed stond. Een vijf-gangen-menu keek ons verlekkerd aan en bij de twee stukken vlees staken we allebei zo snel we konden onze vork in het grootste stuk. En maar trekken, en maar trekken, ik trok zo hard dat mijn vork uit het grootste stuk vloog en ik me tevreden moest stellen met het kleinste stuk; wat toch nog van een behoorlijke omvang was. Cees schrokte het grote stuk vlees als een ware Obilex naar binnen en zei: "God beloond onmiddellijk". Ik dacht dat hij echt in zou treden bij die paters, maar dat bleek niet waar te zijn.

Het Liesbos

Het Liesbos kenden we al wel omdat we daar met ons "Pa" regelmatig naar toe trokken. Je had daar het huis van de wielerploegleider Kees Pellenaars liggen. Je kon het niet missen, want er stond met grote letters op "Hier is 't ". Dat was niet voor Gerrit Voorting of Gerrit Schulte, zei ons Pa, want die weten dat toch wel te liggen, maar vooral voor de Tour de France rijders, Fausto Coppi en Barthali; zodat ze niet in het Liesbos zouden verdwalen. Nou dat wilden wij ook niet: verdwalen in het Liesbos dus bleven we in de buurt. Het Liesbos had heerlijke lange dreven en wij brakken konden er naar hartelust ravotten. Aan het eind van de middag togen we dan ook nog naar het begin van het Liesbos naar de speeltuin van Peerke Franken. De ijsjes daar waren verrukkelijk en als we dan op het hoekje in dat klein houten frietkot ook nog een zak friet kregen, was niet alleen de hele dag maar ook je buikje goed gevuld.

Zwemmen

Later werd het vakantiekinderwerk minder prettig of werden wij er te groot voor? Met de trein gingen we al niet meer, want die mocht niet meer op de spoorweg stoppen en dus gingen we met bussen van Oostvogels of De Pree. Regelmatig viel zo'n autobus stil en zongen wij ons de longen uit ons lijf van: "Chauffeur, chauffeur en rij een bietje deur en van je hela hola", maar beweging kwam er in dat buskreng niet meer in. Je kwam dan altijd al uren te laat op de Setersebergen aan en dat bedierf toch wel de pret. De pret was er nog wel op de laatste dag van het vakantiekinderwerk, want dan werd er met alle kinderen naar het natuurbad Surea in Dorst gegaan. Dat was een put waaruit het leem voor de steenfabrieken was gehaald en nadat die vol met water was gelopen, had men er een zwembad van gemaakt. Verrukkelijk natuurlijk water. Veel lekkerder dan het modderwater van het zwembad de Prinsenplassen, maar niet zo fijn als het glashelder stromende water van de Mark (AA). Een gezellig zwembad was ook "Het Ei" dat maar even voorbij de Brugflat in het Van Sonsbeekpark lag. Naast Het Ei lag nog een zwembad "Het Kosteloos". Ik begreep later dat het gewoon betekende, dat je niet hoefde te betalen om er in te mogen zwemmen; het was kosteloos. Ze pompten het water uit het Ei erin en waar het dan naar toeging, heb ik niet kunnen ontdekken. We hebben er wel eens in ons onderbroek in gezwommen toen we er bij uit kwamen, maar gezellig was het niet. Dan maar weer terug naar de Grote of Kleine Kuil van de Mark bij Trippelenberg, want de Kuil bij Prinsenbeek trok ons ook niet zo.

Bewerking: Ria Veltman, d.d.: 16-02-2005