Heuvelflarden 14

Door: John Schouten

Hulp Sinterklazen

Als Sinterklaas het tegenwoordig druk heeft, behoeft dat geen probleem te zijn. Evenals er nu hulponderwijzers in de klas zijn om een handje toe te steken, heeft de echte Sint nu ook hulp. Het zijn hulp Sinterklazen die niet van echt te onderscheiden zijn. Maar toch, toen ook al letten de kinderen op de kleine details, zoals andere schoenen dan de vorige keer, een andere bril of een vuile baard, of een akelige stem etc. en zo merkten wij als kleine baasjes dat er toch iets niet in orde was met de gejurkte baardenman. De Kindervereniging in het Heuvelkwartier deed ook aan Sinterklaas en die kwam dan rond 5 december bij de leden van de vereniging, dat waren zowat alle gezinnen met kinderen, aan huis. Ooms maar vooral de huwbare tantes waren dan present als de Sint bij ons thuis zijn intrede deed. Het was niet enkel om te zien dat wij brutaaltjes toch wel schrik hadden van het symbolische goed en kwaad tweespan, wat Sint en Piet toch voorstelde. Zij waren niet bang van Zwarte Piet, integendeel. Deze met zijn roede rondgaande en zwart afgevende krullenbol kuste dan onder de nodige hilariteit de van rood opgewonden wangen van mijn tantes. En later hoorde ik ze dan onderling raden naar de namen van de Sint en de Pieterbazen. Wij dachten dat Sjaksjoer (Chaque Jour) en Piettenee (Pied de Nez) hun echte namen waren, maar ze bleken gewoon namen te hebben, zoals sommige jonge mannen bij ons uit de buurt. Terwijl de echte Sint, ik dacht bij de Ruud de Best thuis binnen was, kwam er een namaak Sint vanaf de Heuvelbrink met wapperende rokken de Houtmanstraat in gezeild. Op weg naar nr. 62 naar de familie de Leur want daar moest die namaak Sint zijn. Vader de Leur was bij de PTT en de personeelsvereniging deed ook aan Sinterklaas huisbezoek. Nog nooit in ons jonge leventje vertoont: twee Sinterklazen in de straat. Nou de mannen van de Kindervereniging, Nootenboom, Huybregts c.s. namen dat niet en die namaak Sint moest binnen blijven tot de echte Sint alle huizen in de straat had afgewerkt. Misschien is de namaak Sint stiekem langs de achterdeur en zo door de poortjes verdwenen, want we hebben hem niet meer in de straat gezien.

Koninginnedag

Met Koninginnedag was er ook altijd spektakel in de buurt. De Houtmanstraat was het centrum van het vermaak dat de Kindervereniging op die dag organiseerde. Een lange steigerpaal, waarvan gezegd werd dat ze hem eerst met groene zeep ingesmeerd hadden werd bij Martens voor de deur opgesteld. Op de top van die mast draaide een fietswiel met daaraan een aantal enveloppen. Je moest in die mast klimmen en een enveloppe te pakken zien te krijgen, want daarin werd vermeld welke prijs je dan te pakken had. Het gelukte niet veel acrobaten om een enveloppe vast te krijgen; slechts een enkele had kracht genoeg in zijn benen om zich aan de paal vast te klemmen, zich naar boven te hijsen en zo de felbegeerde prijs in de wacht te slepen. Er was ook een gladde steigerpaal waar je met tweeën op moest gaan staan op ongeveer 50 cm. boven het maaiveld, opgesteld. Je kreeg dan elk een geprepareerde en opgeblazen varkensblaas in de hand en het was de bedoeling dat je de andere partij met die varkensblaas van de steigerbalk af zou knallen. Van die grote gasten die jou wel eens koeioneerden, kon je nu naar hartelust met die varkensblaas rond hun oren knallen, zodat ze al rap van de balk afvielen. Diverse andere bezigheden hielden je de hele dag doende en we waren "Prosumenten". Wij werden niet overspoeld door zaken waar we geen behoefte aan hadden of waar we sociaal niet onder uit konden en welke de vervreemding in de hand werkte. Nee, wij waren Prosumenten. Dat wil zeggen: we produceerden, waar we plezier in hadden en wat we zelf wensten te consumeren. Later gingen we op Koninginnedag, in de autobussen van "De Blauwe Vogel " met de kindervereniging op reis. Meestal waren het grote speeltuinen maar ook de watervallen van Coo werden bezocht.

Verkenner - maatjes

Op het Dr. Ariënsplein woonde John Oomen, die ook bij ons op de verkennerij was. We gingen met de verkenners op zomerkamp in Berg en Dal (bij Nijmegen). We kampeerden op het terrein van de latere volkshogeschool "Ons Erf " van waaruit je Kranenburg in Duitsland kon zien liggen. Het buitenleven met de nachtelijke spelen en de sketches bij het kampvuur, welken werden overgoten met "heimweevolle" liederen, deden het oerinstinct in ons ontwaken. Bij John Oomen was dat niet het geval; hij had (wat wij toen zo noemden) "vaart". Hij wilde op de Ouderdag, meestal was dat midden in de week als de ouders op bezoek kwamen, terug mee naar huis. Zijn zusje moet wel iets bijzonders geweest zijn want hij sprak steeds, dat de andere baby's in hun kinderwagentjes "monstertjes" waren vergeleken met zijn zusje. We hadden John aan een boom vastgebonden en hem daar laten staan gedurende toch wel een groot deel van de Ouderdag. Iedereen was in rep en roer, omdat John maar niet verscheen, maar wij dachten als hij is vastgebonden, kan hij niet mee terug en gaat zijn heimwee wel over. Helaas hebben we hem met zijn ouders mee terug moeten laten gaan en dan mocht je ook niet meer bij de verkennertroep blijven. Dus John verdween. In de Dr. Cuypersstraat woonde de familie Grim, waarvan Jack Grim bij ons ook op de verkenners zat. Ik weet nog dat we met een paar man een muziekbandje "The Hillquater Comets"opgericht hadden en dat we zondagsochtends bij Jack Grim thuis repeteerden. Henk Martens, Jack Gladines (Benny was nog niet muzikaal genoeg), Jack Grim en ik. Ik speelde bas en die hadden we gemaakt van een theekist welke we bij AKET op de Vlasak gekocht hadden. Het was een vrolijke muziek-bende die wel eens optrad bij de verkennerij want verder hebben we het muzikaal niet geschopt.

Spel en vertier

We speelden ook op het braak liggend stuk grond waar nu de huizen van de Heuvelbrink en de Van Hogendorpstraat staan. We hadden daar een loopgravennetwerk gemaakt dat bijna kon wedijveren met de loopgraven van Hill 62 in Ieper. En het was er ook bijna net zo drassig. Als het geregend had dan zakte je tot je middel in het drijfzand en moest er flink getrokken worden om je eruit te halen. Wil Vet, de zus van de tweeling Vet, kwam ons nog eens halen en zakte tot haar oksels in het drijfzand. Met stokken en touwen hebben we haar, ze zag eruit als een negerinnetje met een blank gezicht, op de vaste grond kunnen trekken. Drijfzand daar hadden we het niet op. Het dak van het garagegebouw wat lag tussen de Dr. Struyckenstraat en de Laan van Metersem was een hoogte-punt in ons spel, waarvan je, om te voldoen aan de ik-hoor-er-bij-norm, wel vanaf moest durven springen. Bakker Janssen woonde op de hoek van Houtmanstraat-Heuvelbrink en grossierde in snoepwaren. Waarom wij hem "bakker" noemden, weet ik niet, maar iedereen, jong en oud noemde hem zo. Hij reed in een Borgward en nooit hard, want zo zei hij, dat spaarde niet alleen de motor maar ook de remmen en de banden en dat was kosten besparend. Hij was een van de weinige mensen uit de buurt die een auto had en waarmee hij zijn klandizie afreisde. Wij mochten soms van hem meerijden in zijn stationachtige Borgward, volgens mij een tweepitter, en zo zijn klanten bedienen, waarna je na afloop nog met een handvol lekkers werd beloond. Zo leerde je ook wie je wel en wie je niet tot vriend moest houden.

Bewerking: Ria Veltman, d.d.: 25-02-2005