Heuvel - flarden 2.

Door: John Schouten

Geloof

Het straatvoetbal in de tijd (1954 - 1955) leverde ook elk jaar weer topsporters, welke door ons, al naar gelang dat we voor of tegen hen waren bejubelt of verguisd werden. Ik weet nog dat er toen ook een godsdienststrijd was. Er waren twee geloven. En twee geloven op een kussen, daar sliep de duivel tussen. Dat vond ik altijd wel raar. Als je mee twee naar bed ging dat daar dan zo'n gehoornde, van hoeven en staart voorzien monster bij aan schoof. Als je toch al verkering kreeg met het andere geloof dan moest die persoon zich wel eerst bekeren voordat je er mee kon trouwen. Laat nou toch mijn eerste liefdes, de ijsfeeŽn Greetje en Agnes, allebei protestant zijn. Vandaar mogelijk mijn voorliefde voor het vrij- zinnige. Wij waren de katholieken en zij waren de protestanten. Je snapte later pas dat in het woord protestant ook het woord protest zit. Zij protesteerden tegen de overdadige weelde en banaliteit van de roomse kerk. Hun school stond in de Heuvelstraat vlak naast het politiebureau. Protestanten waren een ander volk. Zij scholden ons uit en wij scholden hun uit. Zij scholden netjes "Paapse kontenlikkers". Je moest dan thuis vragen of in het woordenboek op zoeken wat paaps betekende. Wij waren platvloerser, minder fijntjes en direct op de man af. Niet netjes, niet leuk, maar wel effectief, want ze vloekten behoorlijk als wij scholden. Dat schelden, ook van mijn vrienden, stopte toen de ijsfeeŽn heel aardig voor mij werden en de eerste kussen gewisseld werden. Blijkbaar had ik toen toch wel wat invloed op mijn vrienden.

De paasnacht

Of kwam het doordat mijn tante Ad; een zus van mijn moeder, die verpleegster was, verkering kreeg met een boven-Moerdijker? Ome Henk kwam uit Dordrecht en deed zijn naam eer aan : Maas-kant. Ome Henk was protestant maar daar houdt de liefde geen rekening mee. Gelukkig maar. Hij was een enorme stielman en daar heeft de gehele familie van kunnen profiteren. Ome Henk en tante Ad werden verliefd, maar trouwen kon slechts als ome Henk van geloof verwisselde. Hij moest katholiek worden...en onder leiding van pastoor Vos werd hij in de overvolle OLV van Altijddurende Bijstand kerk gedoopt, en wel in de paasnacht. Nooit eerder vertoont, werd ome Henk gedoopt in het bijzijn van naar mijn schatting 300 mensen. Ik zie hem nog te staan met een kaars in zijn hand werd water over zijn hoofd gegoten en zout op zijn tong gelegd. Wat moet die man verliefd zijn geweest op tante Ad. (Overigens ze zijn allebei nog fief en nog steeds verliefd bijeen).

Voetbal

Of kwam het door Cor Holleman? De familie Holleman woonde in de Abel Tasmanstraat. Zij hadden een transportbedrijf (3 vrachtwagens meende ik mij te herinneren). Je had Rens, Cor en Ad, die later ook wel het kanon van NAC werden genoemd. Maar Cor Holleman, die kon voetballen als de beste, met een schot zo hard dat, zo vertelden wij, als de keeper de bal zou pakken zijn handen er af vlogen. Nou hij "loeide" ze er ook altijd als kanonskogels in. Waarbij wij dan als supportertjes mekaar op de schouders sloegen, zodat je rug wel een galmend kerkgat leek. Het feit dat de familie Holleman protestants was, werkte de integratie flink in de hand. Cor was voor ons geschikt als voorbeeld. Je wilde zelf ook wel zo loeihard kunnen schieten en doelpunten maken en de held van het Heuvelkwartier zijn. Want dat werd hij tijdens de zomeravondvoetbalcompetitie. Cor was het geheime wapen in het elftal dat wij bejubelden. Alleen de kampioenswedstrijd werd op zondag gespeeld en op zondag mocht Cor niet voetballen. Dat mocht niet van zijn geloof en van zijn ouders. Maar zonder Cor was het een verloren wedstrijd, dus speelde hij wel mee. Zijn zondagse kleren werden gewisseld voor het voetbalklofje in de in aanbouw zijnde huizen van de Van Heemskerkstraat. Onder gejuich van zijn jeugdige supporters betrad hij dan het veld en jawel..kanjerde er meteen er een in.

Rausen

Er waren ook hele technische en slimme voetbalacrobaten. Maar ja daar kon je niet tegenop, tegen die slimme- of was het sluwe voetballers, als de tweeling Henny en Albert Vet, Kees Martens, Jan en Nico Reijnders. Overigens was Nico zo fanatiek dat hij aan zichzelf brieven schreef waarin hij zichzelf uitnodigde om mee te trainen met het Nederlandse elftal in het KNVB - complex te Zeist. Kees en Henk Volders en dat kleine manneke, dat we de Piemus noemden. Razendsnel en scherp werd er, tussen de op de grond geplaatste jassen, geschoten. Rausen was een gevleugeld woord. De laatste noodrem voor het doelpunt gemaakt werd, was rausen. Je zorgde gewoon dat je tegenstander niet voorbij kwam. Hoe en wat deed er niet toe: rausen. En daar was ik goed in.Ik werd, altijd als er gekozen werd wie mee mocht doen, gekozen om als back te rausen. Echter mijn voetbalknie heb ik opgelopen in zo'n rauspartij met de "de Beerin". (Mart Beerens uit de Willem Barenstraat). Die bijnaam de Beerin kreeg hij omdat hij eerstens Beerens heette en tweedens omdat hij steeds zei wanneer hij andere kleren aan ging trekken: ("ik ga even een schoon kleed aan trekken"). Hem kwam je, gezien ook zijn omvangrijk Beerin postuur niet zonder kleerscheuren voorbij. We mochten met hem ook wel mee naar feestjes in het Ginneken waar zijn geliefde Beppie bij haar vrienden was uitgenodigd. Met de Beerin dronken we dan de kast bij haar vriendinnen leeg totdat de vader van de vriendinnen, in wit lang ondergoed, ons kwam verzoeken toch maar op te hoepelen.

Den Blauwe

Ik leerde toen, je had toen geen zomertijd, dat de zon ongeveer om 4 uur 's ochtends op kwam. De vogels begonnen te fluiten dat het een lieve lust was en je oren ervan tuuterden. Wisten wij dat het gefluit van die beestjes territoriumafbakening was. Als we in het begin van de ochtend in de Willem van Oranjelaan aankwamen, namen we een door ons geliefd paard uit de wei en reden we er met zijn drieŽn op, richting huis. Eenmaal bij boer Verschuren, aan het einde van de W. van Oranjelaan, aangekomen zetten we het behulpzame beest dan weer keurig in de wei. Het spaarde ons een hele looptocht uit en ik kan me ook niet herinneren dat we nog geld voor een taxi hadden. Bij boer Verschuren doken wij, jonge snaken, regelmatig de boomgaard in en namen flink wat appels mee. We spoeden ons dan richting de Mark (d.i. de AA) en verdorie daar had je "Den Blauwe". Dat was de politieman die het buitengebied regeerde en ons regelmatig op de hielen zat. We renden naar de Mark en doken met kleren aan en niet te vergeten de appels in onze truien, de rivier in om zo naar de overkant te zwemmen. Daar lagen we dan heerlijk brutaal, de appels poetsend en etend met "Den Blauwe" te converseren terwijl wij uitputtend ons best deden hem ervan te overtuigen dat zoiets geen diefstal was. Slim als hij was, had hij de keer daarop een collega-politieman meegebracht. Die aan de kant van de rivier waar wij appels lagen op te eten zich verdekt had opgesteld. We werden flink in onze kraag gegrepen en moesten mee naar het politiebureau in de Heuvelstraat, waar we in de cel werden gesmeten. Na een minuut of tien mochten we eruit. We kregen ook een straf, want zonder straf konden de politiemannen ons niet laten lopen, zeiden ze tegen ons. Ik moest thuis twee flessen koude thee gaan halen en naar het politiebureau brengen. Al(bert) en Hen(ny) Vet moesten thuis acht perziken van hun boom gaan halen en Jan van Oers, de Elvis Presley van het Heuvelkwartier, moest met zijn gitaar naar het bureau terugkeren. De politiemannen schonken de thee in glazen, aten de perziken en Elvis van Oers moest op zijn gitaar zijn kunnen ten beste geven. Het had iets weg van een verbroederingsparty. Met de boodschap om nooit, maar dan ook nooit meer appels bij boer Verschuren weg te halen, werden we, nadat we plechtig beloofd hadden om nooit, maar dan ook nooit meer appels weg te zullen halen (lachend) naar huis gestuurd.

Bewerkt door: Ria Veltman