Heuvel-flarden 4

Door: John schouten


S(ch)toute - zaken

Toen we begonnen te ontdekken dat we jongentjes waren, bleken onze eerste activiteiten niet te zijn naar de meisjes te kijken. Neen we deden wedstrijdje: "Hoog piesen.". Daarbij diende de schutting van de familie (Henk) van Braak uit de Olivier van Noortstraat als wedstrijdveld. Je moest flink wat druk zetten om halverwege de schutting te komen en een enkeling haalde driekwart van de schutting. Maar het wonder bleek wel Paultje Haneveer te zijn. Hij was een klein ventje, twee koppen kleiner dan wij, en hij pieste..ja, ja, tot vermaak van alle bewonderaars, deelnemers en toeschouwers... over de schutting heen. Niemand heeft het hem ooit na gedaan. Je moest zulke uitspattingen wel weer opbiechten, werd je dan weer ingeprent.
Nou dat deed ik niet graag. Ik was misdienaar en dat bracht wel veel lol met zich mee. Als er een pater de mis kwam doen, wisten we het al. Die wilde altijd veel wijn en weinig water erbij. Ze trokken de kelk gewoon weg, zodat het water op de grond liep. Als je het water hoog hield kon je alles in de kelk gieten voor hij ermee weg was. Dat lukte mij ook meestal nog wel. Een nors Kapucijnen gezicht keek je boos aan. Maar wij vonden het leuk. Het potjeslatijn kende ik wel. Mea (maxima) Culpa door mijn (grote) schuld. Nou dat vond ik toen toch al wel wat te bont. Ook aan zaken waar je geen schuld had moest je, je schuldig voelen. En dan biechten. Nou, biechten moest je vooral niet bij Joling doen. Die was hardhorend en als je opsomde wat je gedaan had, dan riep hij het loeihard nog eens. Of als hij je niet verstond, begon hij steeds luider te roepen en jij moest op dezelfde harde toon terug antwoorden. Ik weet nog wie er toen in biechtstoel zat, ze zijn naar AustraliŽ geŽmigreerd en tegen Joling zei dat hij onkuisheid had begaan. Joling begon zo hard te roepen, dat wij, die nog in de kerkbanken zaten te wachten tot het onze beurt was, het konden verstaan. Joling riep "alleen of met anderen...met jongens of met meisjes en dan riep hij keihard.Hoe heb je het gedaan.!!! Verstijfd zaten wij in de kerkbanken met koppen als vuurballen. Al Veth schoot onder de kerkbanken, Ad van Koolwijk stikte zowat van het lachen en ik, ik wist niet waar ik het had en dacht aan mijn beurt, terwijl de onderwijzer ons met gÍne want hij had het ook gehoord, tot stilte maande. Ik dacht: "Oh was ik maar bij moeder thuis gebleven".

Den Heuvelbrink

"Ik had al genoeg te doen met zaken waar ik wel schuldig aan was. Zoals het vuurtje stoken in de vuilnisbakken van de Heuvelbrink. Op de Heuvelbrink woonden (Klaas) Mugge, (John) van Melle, (Tinneke en Bram) van Tellingen, Dokter Ehlig, de zoetwarengrossier Wijmermans, Bakker Janssen, ook een handelaar in snoepgoed. Met zijn zoon Ad bleven we goede maatjes want hij had een leuke zus Nancy waar heel de straat dol op was. Ook de familie Mertens, die in wasmachines deed, woonde op de Heuvelbrink. Hun voordeur in de Houtmanstraat,. En ook nog, de naam ben ik kwijt, iemand die in verzekeringen zat bij de Zeven ProvinciŽn. Hij had een prachtig reclamebord aan de voordeur waarop het admiraalschip van de V.O.C. prijkte, dat in volle vaart de Spaanse Armada ramde en overwon. Een betere verzekering kon je niet hebben. Ook Ir. Elink-Schuerman, dat was toch iets apart, zo'n dubbele naam, woonde er. En zijn dochter had een voor ons toen onbekende en ongewone naam, Merel. Het was een mooie en aparte verschijning, die Merel, en Gert Jan Platenkamp had het er op staan. Maar als hij met haar liep, bekogelde we Gert Jan, die bij mij op de verkennerij zat, met woorden als: "Ben je verliefd. Houdt ze maar goed vast. " en daar kon Gert Jan niet mee om en stopte de vrijage. Was het misschien toch ook een beetje jaloezie van onze kant ??? Ook de familie den Dolder woonde op de Heuvelbrink. We hadden het versje erop afgestemd. Older, den Dolder, ze hebben een koe op zolder; een grote vier cilinder koe, ha hoe, ha hoe, ha hoe. Een aantal huizen van de Heuvelbrink grensden met hun achtertuin tegen een brandgang aan. Die brandgang liep van de Olivier van Noortstraat, waar van Braak woonde naar de Houtmanstraat waar de familie Rovers (met Corrie, Jan en Klaas) woonden. De huizen van de Heuvelbrink hadden aan de achterzijde, nieuwerwets voor die tijd op de eerste verdieping de keuken. Daar moest je met een trap naar toe. Boven op het balkonnetje stonden de ijzeren vuilnisbakken. Het was sport om die vuilnisbak in brand te steken, wat een hevige rookontwikkeling met zich mee bracht. Het is ons een keer gelukt, maar de afloop ervan heeft nog lang in ons (collectief geheugen (d.w.z. het geheugen van mijn vrienden en mij) gezeten. Klaas Mugge had het in de gaten en was omgeslopen en had ons te pakken. Jongens wat hebben wij ze thuis "getrokken" gekregen. Rook ontwikkeling was er ook altijd met Nieuwjaar in onze straat. Ik maakte dan een pracht van een rookbom. De ingrediŽnten voor dit rooktuig haalde ik op het laboratorium van de "Zij" waar ik toen werkte. Overigens was dat niet goed voor je gezondheid om daar als spinner te werken. Ik moest daar proefnemingen verrichten en hield dan de ademhaling van de spinner nauwgezet bij. Groen en zwart sloegen de reageerbuizen uit. Nou al gauw hoefde ik geen proefmonsters meer te nemen. Tegen Nieuwjaar werd op de Kunstzij wel de chemicaliŽnkast gesloten, want iedereen nam van alles mee om zelf te mengen en te roeren. Zolang het bij aftershave bleef was dat niet erg. Maar rookbommen en vuurwerk zelf maken, maakte dat de kast rap leeg was. Ik had mijn spulletjes net op tijd mee en van Kees Volders, die werkte op een ander chemisch bedrijfje, kreeg ik het ontbrekende para analine, dat zorgde voor een rode kleur van de rookbommen. Geweldig.. heel de straat in een roze wolk van naar salmiak ruikende heerlijkheid. Aan de andere kant van de Heuvelbrink woonde Bertus Verwijst, een pracht van een mens. Bertus verhuurde in die tijd ook auto's. Luxe auto's waar je als een Vorst mee langs 's Heren dreven kon glijden. Bertus was chef van de cellofaanafdeling op het laboratorium van de Kunstzij. "Schout" zei hij later tegen mij, "Ik zag dat ik de chemicaliŽnkast niet op tijd gesloten had. Je was me te vlug af. Maar een prachtig schouwspel was het wel ".

De Kindervereniging

Sjef Nootenboom had een wijnvlek op zijn gezicht, maar we brachten de nodige eerbied voor hem op, want de vader van Sjef Nootenboom zat in de kindervereniging. Dat gaf toch een zekere status. Vooral met Sinterklaas. Sint werd niet enkel begeleid door zijn Pieten, maar ook werd hij begeleidt door de vader van Sjef. En als je zo dicht bij Sinterklaas en Zwarte Piet mocht komen dan was je zelf toch ook al een beetje heilig. En daar waren wij toch nog heel, heel, heel ver vandaan. Zo we daar ooit zouden geraken! Zelf lag ik er niet zo van wakker, want het heilige had ook iets doods in zich en wij waren levendig. Met koninginnedag waren er in onze straat de kinderspelen. Paal klimmen, varkensblaas slaan enzovoort. Ik won met het varkensblaas slaan van Wim van Nispen bijgenaamd de Klikker. Ik sloeg dat het een lieve lust was, want hij had nog een pak ransel van mij te goed. Maar ja hij was veel groter en sterker dan ik. Ik wist eerst niet dat ze hem de Klikker noemde. Wij hadden een vlot gebouwd en dat lag in de Mark (AA) stroomopwaarts voorbij de Krabbenboschen, bij de Wildert richting Zundert. Wim van Nispen, zo zeiden mijn maten, had dat vlot weggehaald en weggeven aan andere gasten. Ik liep naast Wim en hij vroeg hoe het met het vlot was. Ik zei, dat mijn vrienden gezegd hadden, dat de Klikker het vlot had weggehaald. Even wist ik niet waar ik was. Ik kreeg een klap tegen mijn hoofd, waarbij het leek alsof de wereld een krentenbol was. Je hoefde niet veel verstand over te houden om te begrijpen, dat hij de Klikker was en dat de Klikker zijn scheldnaam was. Ik was wel blij dat de familie van Nispen korte tijd nadien naar AustraliŽ is uitgeweken. Net als de familie Roks. Met Eduard Roks zat ik op de verkennerij en ik weet nog dat Eduard door Sjef Nootenboom, die voor kok leerde, was uitgenodigd om te komen eten. Sjef had zijn uiterste best gedaan en neem van mij aan dat het dan ook voortreffelijk was. Eduard had na afloop van de voortreffelijke schranspartij toch weer ruzie met Sjef gekregen en schold hem de huid vol. Ik vergeet nooit hoe Sjef reageerde. "Eerst vreet je, je krop vol en dan begin je het scheldend uit te braken", sprak Sjef. Zulk een proza had ik nog nooit gehoord.

Bewerkt door: Ria Veltman