Mijn herinneringen aan het Heuvelkwartier

Maart 1953

Als kind van acht jaar kwam ik in maart 1953 samen met mijn ouders en vijf broers en vijf zusjes in de Laan van Mertersem te wonen. Voorheen woonden wij in de Belcrum dus dat was een hele verandering in mijn jonge leventje. Ieder kind, zoals nu, een eigen kamer? Vergeet dat maar. Mijn ouders sliepen in de voorslaapkamer, achter sliepen in twee tweepersoonsbedden vier zusjes, mijn oudste zus en ik in het kleine achterslaapkamertje, de vier broers in de zolderslaapkamer en de oudste broer op de zolder. En toen was het huis mudjevol.

Naar school

Ik heb heel goede herinneringen aan de tijd in het Heuvelkwartier. Ik ging er naar de Agnesschool in de Dirk Hartogstraat, mijn broertjes naar de Clemensschool in de Talmastraat. En ja, wat ik al ergens op deze site las, wij kwamen dus vier keer per dag de kinderen tegen, die naar de protestante school in de Heuvelstraat gingen. In die tijd was dat nog al eens een reden voor ruziemaken en (weliswaar bescheiden) scheldwoorden gebruiken. Allemaal verder onschuldig, hoor.

Noodlokalen ingestort

In 1954 zat ik in een noodlokaal van de Agnesschool. Het was 23 december en ik weet nog goed hoe wij, de kinderen uit de vierde klas van juffrouw Van Eijl, in de klas kwamen. Buiten was het noodweer, storm, regen. Wij kwamen de klas binnen en zagen een gedeelte van het plafond loshangen en zeiden dat tegen de juffrouw. Die wimpelde dat wat af. We baden, zoals dat toen nog ging, een extra weesgegroetje voor de mensen op zee en plots, met een dreun, kwamen drie zijden van het klaslokaal naar binnen vallen. Alleen de wand grenzend aan een gangetje, waar mijn mooie nieuwe jas hing, die ik met Sinterklaas had gekregen, stond nog overeind. De noodlokalen waren ingezakt.
Een meisje probeerde nog weg te komen en werd ernstig verwond boven haar ogen.
Wat wij toen nog niet wisten, was dat een meisje uit een klas naast ons was omgekomen. Zij heette Tiny Verhees en woonde in de Fagelstraat. Wij werden opgevangen in het stenen hoofdgebouw. Telefoon hadden de meeste mensen in die tijd nog niet dus ouders konden niet worden gewaarschuwd. Na een tijdje te hebben gewacht werden we naar huis gestuurd, zonder jas (ik in ieder geval) en dat vond ik op dat moment nog het ergste. Wat kan een mens vreemd reageren. Nou ja, ik was een kind van negen jaar. Ik moest wel de hele Heuvelbrink aflopen met slechts een rok en trui aan. Thuis werd ik enorm vertroeteld door mijn moeder en zusjes. Nee, slachtofferhulp kende men toen al helemaal niet.
De eerste jaren nadien wilden wij voor geen prijs in een houten gebouw en/of loods. De school liet een nieuw noodlokaal plaatsen en bij de eerste de beste harde wind vlogen alle meisjes naar buiten. Dat werkte dus niet meer. Wij hebben toen tijdelijk in een klein kamertje in de Bernadetteschool (meisjesschool) in de Oranjeboomstraat gezeten. Verder heb ik aan dit ongeluk zowel lichamelijk als psychisch geen nadelige gevolgen overgehouden gelukkig. Maar vergeten doe je zoiets nooit meer.

Buren 1

Het leven in de Laan van Mertersem was plezierig. Inderdaad, zoals ik elders al las, waren het bijna zonder uitzondering grote gezinnen (het Rijke Roomse Leven !!!). Wij woonden op nummer 86 (later veranderd in 108). Op 104 woonde de familie Adams, later Steffens, op 106 de familie Jacobs, later Verschuren, dan wij op 108, op 110 de familie Platenkamp, later Godlewski, op 112 de familie Schoonheim, op 114, geloof ik, de familie Mol.
Annemieke en Els Steffens waren mijn vriendinnen. Toen we al wat 'ouder' waren, mochten we zowaar soms naar de soos in het Ginneken. Mijn buurmeisje Bianka Schoonheim is in 1966 getrouwd met mijn broer Anton. Viola, Bianka's zusje, en ik hebben hen zo'n beetje gekoppeld maar toen woonden onze beide families al tijden niet meer in het Heuvelkwartier.

Vakantie

Als het vakantie was, gingen wij niet naar zee, naar het buitenland of met de caravan weg. Iedereen was even 'nat', had dus geen geld voor dergelijke zaken. Wij speelden op het 'veldje' aan de overkant van de straat; we maakten er knikkerbergen en ja, zo af en toe kreeg de heer Manders van het grote, witte huis in de Heuvelstraat (dat grensde aan het veldje) bezoek van ons; we pikten daar fruit, tenminste als er geen 'klep' (agent) in de buurt was. Want in die jaren zag je nog wel blauw op straat, meer dan je soms lief was. Er was een politiepost in de Heuvelstraat.

H. Mis

Elke ochtend gingen we al dan niet met buurkinderen en ouders naar de mis in de O.L.V. van Altijddurende Bijstandkerk (het ledikant) aan het Mgr. Nolensplein. Als we dan op school kwamen, werd genoteerd wie er naar de mis was geweest en dat aantal werd keurig op het kerst-, paas- en eindrapport vermeld. Ik weet zeker dat je op basis daarvan vaak ook werd beoordeeld, hoe gek het ook klinkt. Er gingen verhalen dat kinderen zelfs bij een bepaald aantal keren dat ze de mis bijwoonden, een kaartje kregen voor de film in het parochiehuis in de Dr. Struyckenstraat.

Buren 2

Bij de familie Godlewski werd een baby geboren en mijnheer Godlewski, die na de tweede wereldoorlog in Nederland was gebleven, kwam mijn ouders vertellen dat de olivaar, zo noemde de buurman de ooievaar, was geweest. In die tijd was iemand uit een ander land nog een onbekend fenomeen.
Een grappig voorval was toen Peter Adams het een keer aan de stok kreeg met buurman Platenkamp. Peter rende voor zijn leven, onze keukendeur stond open, dus hij via de keukendeur door de gang naar de voordeur met in zijn kielzog de heer Platenkamp. Dat was hilarisch, dat plaatje komt nog vaak voorbij in onze gedachten. Op de stoep voor de deur werd gespeeld, onder andere badminton. Kapelaan Kortman kwam regelmatig voorbij en speelde een partijtje mee. Hij was een geestelijke die volgens mij met twee voeten in het echte leven stond. Dat was in die tijd wel eens anders. Ik speelde ook vaak met Tineke v.d. Wiel, haar broer is ooit in onze parochiekerk tot priester gewijd. Dat was een hele happening in de buurt.

Januari 1965

In 1965 verruilden wij het Heuvelkwartier voor de Biesdonk, aan de noordzijde van Breda. Ik heb er lang over gedaan om te wennen. Had in het Heuvelkwartier van toen een fijn leven. Nu nog heb ik er de beste herinneringen aan.

Josť (Snoeren) Luijten, maart 2010