Veilig in de buurt

Het verhaal van Adrianus Cornelus v.d. Broek, roepnaam Jos, geboren op 13 april 1920

Nieuwe wijk

Van 1949 tot 1959 woonde ik in de Columbusstraat numero twintig. Ik was een van de eerste bewoners in de nieuwe wijk, die na de oorlog in opbouw was.
Ons gezin bestond uit mijn vader, moeder, mijn vrouw en ons eerste kindje Elisabeth Petronella Hendrika. Beneden sliepen mijn ouders en boven hadden wij ons vertier. In één slaapkamertje hadden we een keukentje ingebouwd, in de douche sliep ons dochtertje, de tweede slaapkamer functioneerde als zitkamer en in de derde slaapkamer sliepen wij, ik en mijn vrouw.

Veranderingen

Ik werkte bij de Saval, waar ik iedere dag trouw op mijn fiets naartoe reed. Ik fietste door het gebied van de Oosterstraat tot de Dr. Struyckenstraat, waar een grote boerderij stond. Het gebied was toentertijd nog heel landelijk. Ondertussen, door de jaren heen, is het gebied volgebouwd. Ik herinner me dat de eigenaar van deze grote boerderij Sprenkels heette. De boerderij werd verpacht aan iemand die er jaren met hart en ziel keihard werkte voor zijn brood. Toen de pachter hoorde dat hij de boerderij moest verlaten omdat deze in de verkoop stond, hing hij zichzelf op. In 1953 werd de boerderij afgebroken om plaats te maken voor een school, die later bezocht werd door mijn kleinkinderen. Mijn vrouw werkte toen bij de Kwatta-fabriek in de Middellaan, waar nu ondertussen veel nieuwbouwflats staan.

(On)genoegen

In mijn schaarse vrije tijd heb ik met veel plezier gevoetbald bij Boeimeer en ik was scheidsrechter bij de Brabantse Bond.
Ondertussen was mijn vrouw in blijde verwachting van onze tweede dochter Els. Het huis werd nu te klein voor ons en na een goed gesprek met een van de gemeenteraadsleden kregen we ons eerste zelfstandige huisje in de Driesprong.
In de Texelstraat woonden de blanke families maar verderop in de wijk woonden de Ambonezen. Zij hielden er een aparte levensstijl op na en al snel wisten wij dat wij daar niet thuishoorden.
Na een jaar kochten we een oud huis in Dorst, wat we zelf helemaal hebben opgeknapt. We hebben daar vierendertig jaar gewoond en er een fijne tijd gehad.

Weer terug

Toch vond mijn vrouw de afstand tussen Dorst en Breda te vermoeiend worden. Zij deed namelijk alles in Breda: shoppen, werken en bingo spelen. Zij wilde terug naar Breda.
Eind jaren negentig besloten we terug te keren naar de Heuvel, waar onze kinderen woonden, waar we onze kennissen nog hadden en waar we ons thuisvoelden.
Onze kinderen waren ondertussen zelfstandig en wij kozen voor een ruime, gezellige bejaardenwoning met tuin in de Roggeveenstraat, waar ik nu nog woon. Mijn vrouw zit helaas in een verzorgingstehuis. Ik woon hier nog zelfstandig en met plezier en ik wil absoluut niet naar een bejaardentehuis. Ik voel me veilig in deze buurt. Als ik thuiskom met mijn boodschappen in mijn eigen autootje, dan komt de buurman naar buiten om me te helpen de boodschappen naar binnen te dragen.
Ik ben ondertussen zevenentachtig jaar en ik voel me veilig in deze buurt. Ben nog goed ter been en weer terug in de Heuvel, waar ik rustig van mijn ouwe dag kan genieten.

Interview: Janet van Heerden, december 2007