Herinneringen aan de Heinsiusstraat, deel 1

Een straat met veel contacten

Mijn naam is Klaas v.d. Heuvel en ik ben geboren op 11 maart 1949. Met veel plezier lees ik de stukjes op jullie site.
Toen ik drie jaar was, werd mijn vader (hij was beroepsmilitair) overgeplaatst van Rotterdam naar Breda. In december 1952 verhuisden wij naar Heinsiusstraat 13. Ons gezin bestond uit vader, moeder en vijf kinderen, namelijk Janny, Marry, Klaas, Thijs en Joke.
Toen ik vier jaar werd, ging ik naar de Prinses Marijkekleuterschool in de stad. Deze was naast de Julianaschool. Ik ging dan met mijn oudste zus mee achter op de fiets. Aan de kleuterschool in de Heuvelstraat werd nog gebouwd.
Het was goed vertoeven in het Heuvelkwartier. Er waren veel kinderen en ik zal een paar gezinnen opnoemen, die er toen woonden. De Heinsiusstraat begon met nummer 5. Daar woonde de familie Schipperen. De vader, Jan Schipperen, was melkboer en ze hadden ook vijf kinderen. Jan Schipperen had een andere bezorgwijk maar toch kon je altijd bij hem aan huis melk of vla halen. Op nummer 7 woonde de weduwe Van Loon. Zij had altijd kostgangers in huis en het was er altijd gezellig druk. Op nummer 9 woonde de familie Coupal. De vader was politieagent. Ze verhuisden al snel en er kwam een ander gezin wonen. Deze familie kan ik mij niet zo goed herinneren. Ze woonden er een paar jaar en gingen toen ook weg. Hierna kwam de schuimrubberkoning er te wonen. Nu ja, die kent iedereen nog wel. Op nummer 11 woonde de familie Bogers. De vader was ook beroepsmilitair en ze hadden vier kinderen, Cocky, Peter, Hans en Marijke. Wij hadden met hen een hele goede band en we kwamen veel bij elkaar. Aan de andere kant op nummer 15 woonde de familie Huibregts. Zij hadden één zoon, Wim. Ook woonden er nog een broer en de vader en moeder van Fien Huibregts in hun huis. Het leuke van dit gezin was dat ze voor een snoepfabriek thuiswerk verrichtten. Ze moesten kauwgom met plaatjes inpakken en wij kregen dan altijd de stukjes kauwgom die overbleven. Aan het eind van de straat woonde de familie Dijke. Zij hadden twee dochters, Ann en Kitty. Hier hadden wij ook zeer veel contact mee. Mart Dijke werkte bij de BB in Princenhage. Dit waren de families waar we veel mee optrokken.

In het begin was er achter ons huis nog weiland. Later werd hier een lagere school gebouwd, een katholieke meisjesschool. Op de twee volgende foto's kun je dat goed zien. Op de eerste foto begonnen ze met bouwen en op de tweede staat de school er.

Het was altijd groot feest als de drumband door de staat kwam, we liepen dan altijd zo ver mogelijk mee.

Hier zien we een meisjesdrumband aankomen, met op de achtergrond de Heinsiusstraat.

En hier zien we de gewone drumband in de Johan de Wittstraat.

Boodschappen doen

Mijn vader was vroeger bakker geweest en hij stelde altijd hoge eisen aan de kwaliteit van het brood. We hebben dan ook veel bakkers versleten want als het brood niet goed was, moest er een andere bakker komen (Ouwerling, Oomen, Sas, van Dorst en waarschijnlijk nog meer).
Verder kwamen er veel andere verkopers langs. Ik weet nog dat er elke week een man op een bakfiets met motor langskwam, die van alles verkocht, waspoeder en andere huishoudelijke artikelen. Mijn moeder kocht elke week wel iets, totdat ze een keer zag dat hij aan andere mensen spaarzegels gaf. Omdat mijn moeder nog nooit een zegeltje had gehad, was het gelijk de laatste keer dat ze er wat gekocht had.
Groenten gingen we altijd in het halletje aan de Mastbosweg halen en we kregen dan altijd een appel mee voor onderweg. Ook kwamen wij veel bij Cor Verdonk om vergeten boodschappen te halen en iets verder zat Rieka Vriens, daar kon je ook van alles kopen. Ik weet nog dat ze daar ook niespoeder verkochten. Wij kochten dat dan stiekem, lieten andere kinderen eraan ruiken en die raakten dan flink aan het niesen. De grote boodschappen deed mijn moeder altijd bij de Gruyter in Princenhage, dus kregen wij op zaterdagavond altijd het snoepje van de week. Ook zat er een sigarettenwinkeltje in de Mastbosstraat, waar we weleens sigaretten haalden. De winkelier was een broer van Franske, die altijd oud papier op kwam halen bij ons in de buurt. Later gingen we meer boodschappen doen op het Mgr. Nolensplein, onder andere bij de Végé, John Bogers, slager Van Brunschot en natuurlijk een lekker frietje bij Kees van Gils.
Als we naar school gingen (ik zat op de Prinses Beatrixschool aan de Heuvelstraat), kwamen we altijd langs de benzinepomp van Van Naalden. Daar hing een pinda-automaat waar we altijd even aan draaiden. Op een dag kwam er ineens een hoop pinda's uit, wij gelijk onze zakken vullen totdat mevrouw Van Naalden ineens naar buiten kwam. Wij natuurlijk gelijk hard weggelopen. De volgende dag was de pinda-automaat van de muur verwijderd.

Vrije tijd en een baantje

Wij gingen zondags ook naar de zondagsschool, dit was na de kerkdienst. Hier werden altijd mooie verhalen verteld en het was er ook altijd gezellig. De zondagsschool werd gehouden aan de Heuvelstraat en ik heb daar nog een mooie foto van.

Ook in de Johan de Wittstraat woonden mensen die ik mij nog kan herinneren. Zo woonde er de familie De Bruin en die kinderen waren helemaal gek van voetballen. Ook woonde er een familie Boerrichter, die in die tijd naar Amerika emigreerden. Ook Corry Konings heeft er gewoond (bij haar oom en tante). Op het hoekje woonde de familie Renne. Zij hadden een Surinaamse moeder, een heel lieve vrouw.
Vaak gingen we met een aantal vrienden in de Prinsen Plassen zwemmen. Het was toen nog apart zwemmen, meisjes aan de ene kant en jongens aan de andere kant.
Wij gingen ook zaterdags altijd eieren halen bij de boer (van Beek) in Effen. Dit was altijd een belevenis omdat je er zo fijn kon spelen. Het was weer familie van onze buren Bogers.
Toen ik zo'n jaar of tien, elf was, gingen er toch veel gezinnen verhuizen. Wat me opviel, was dat ze toch in het Heuvelkwartier bleven wonen. Zo ging de familie Dijke naar de Schimmelpenninckstraat, de familie Bogers naar de Heuvelbrink en de familie Huybregts naar de Willem Barendszstraat.
Toen ik elf jaar was en een keer zomaar voor ons huis stond, kwam de schillenboer langs, die aan mij vroeg of ik me verveelde. "Hoezo?", vroeg ik. "Nu", zei hij, "als je zin hebt, kun je me wel helpen en kun je ook wat verdienen." Nu, daar had ik wel zin in. Ik kon vijftig cent verdienen, elke keer als ik meeging. Dit was toch een leuk bedrag. Als de kar vol was, gingen we die bij de Boerenbond aan de Tramsingel lossen. Op een keer vroeg hij of ik soms een sigaretje wilde en hij draaide een zwaar shagje voor mij (volgens mij ben ik zo begonnen met roken). De schillenboer woonde in de Talmastraat en hij had een prachtig huis. Ook had hij een prachtige auto, volgens mij zo'n grote Ford of Chevrolet. Zondags ging hij altijd met zijn vrouw een rondje rijden en ik ging dan af en toe mee. Dit was altijd een grote belevenis omdat toen haast niemand een auto had.

Klaas v.d. Heuvel, februari 2009