Fijne jeugd in de Heuvel

Lucy Verregghen vertelt.

Ons gezin bestond uit vader, moeder en zes kinderen, drie meiden en drie jongens. Wij woonden in de Schimmelpenninckstraat. Het huis was klein en de drie meiden lagen bij elkaar en de jongens ook. Wij wasten ons in de grote, tinnen wasteil in de keuken. Het feit dat we weinig ruimte hadden, deed mij eigenlijk niets. We wisten niet beter.
De families waren over het algemeen groot. De families Van Hoof, Huijbregts en Alberts kan ik me nog goed herinneren. Er was weinig onenigheid in de straat. Toch was de Schimmelpenninckstraat anders dan de andere straten van de buurt, minder asociaal. Ik mocht bijvoorbeeld niet met de kinderen uit de Van de Spiegelstraat spelen.

Straatfeesten.

Een van de leukste ervaringen uit mijn jeugd was de kindervereniging Avok (alles voor onze kinderen). Koninginnedag werd uitbundig gevierd met versierde fietsen en straatfeesten. Ook werden er met Sint leuke dagen georganiseerd door de stichting. Er waren regelmatig straatspelen met prijsjes of er werd een groot dekzeil op straat geplaatst waar we onderdoor kropen. Dat vond ik best wel eng als we er massaal onderdoor kropen.
Toen ik acht jaar werd, verhuisden we naar de Heuvelbrink. De woning was ruimer. Het feit dat we verhuisden, vond ik niet erg want we bleven in dezelfde buurt. Ik zat op de Regina Mundischool en daarvoor op de kleuterschool die nu de Boksring is.

Jongemeidenstreken

Ik werd aardig kort gehouden thuis want ik was de jongste telg en iedereen hield een oogje in het zeil. Toch heb ik stiekem streken uitgehaald. Mijn vriendinnetje had sigaretten gepikt en ik zorgde voor de lucifers, die ik pakte van mijn pa. We rookten stiekem in het park of we gingen te voet naar het Mastbos. Flirten deed ik met de jongens uit de Gielis Beijsstraat.
Ik zat op gym, Odi genaamd (ontspanning door inspanning), samen met mijn beste vriendin Bernadette. Tegenover de gym was de friettent in de Oranjeboomstraat, waar we veel uithingen na de gym. Jongens ontmoeten in de poortjes achter de friettent. We gingen stiekem zwemmen in de plas de Bieloop. We gooiden water op de straat in de winter zodat we konden schaatsen, tot grote ergernis van de bestuurders van auto's. We vermaakten ons met touwtjespringen, tollen, hinkelen, stoeprandje, enzovoorts.

Weemoed

Ik zat ook op scouting, waar ik op mijn zeventiende jaar Paul B. leerde kennen. We kregen verkering. Het idee om samen te wonen werd afgewimpeld door de vader van Paul. Dus we kozen ervoor te trouwen op mijn tweeëntwintigste. We gingen een jaar in de Delpratsingel wonen en kregen twee kinderen. Daarna verhuisden we naar Prinsenbeek, waar we nu nog wonen. Het is prettig wonen in Prinsenbeek vanwege het landelijke karakter. Toch denk ik vaak met weemoed terug aan mijn leuke jeugd in de Heuvel. Het zijn fijne herinneringen.

Interview: Janet van Heerden, februari 2008