Mevrouw Joke Kielman-Kilsdonk

Mevrouw Kielman is op 2 mei 1927 te Leur geboren. Zij heeft haar man Wilco Kielman leren kennen in een danstent op de kermis in Breda. Na vier jaar verkering zijn zij op 28 maart 1951 getrouwd. Zij kregen 5 kinderen, 4 kleinkinderen en 2 achterkleinkinderen.

Woonruimte


Door de woningnood waren wij genoodzaakt om bij mijn zus aan de Haagweg in te gaan wonen. Mijn zus had 7 kinderen en een viswinkel. Mijn zus en ik hadden het best druk want mijn zus moest ook in de winkel werken en ik hielp haar door op alle kinderen te letten. Twee van mijn kinderen zijn aan de Haagweg geboren, Willie en Bert. Op een gegeven moment kreeg ik door de gemeente een huis toegewezen aan de Willem van Oranjelaan maar deze woning was privé eigendom en de huisbaas wilde het niet verhuren. In 1954 kregen wij een huis aan het Dr. Ariënsplein toegewezen. Op het plein zijn onze Crist, Jannie en Erik geboren.



A-griep

In 1956 heerste er A-griep. Op een woensdag werd onze dochter Jannie van anderhalf door een bij gestoken, zij werd er erg ziek van. De volgende dag kon ze niet meer lopen. Wij dachten dat het kwam door de bijensteek. Zij werd steeds zieker en op zaterdag zijn wij met haar naar de huisarts gegaan, die dacht dat het A-griep was. Het was kermis op de Leur en daar gingen wij altijd deels te voet en een stel op de fiets naar toe. In de kerk werd Sinter Cornelis gevierd en dan kreeg je de zegen. Mijn man bleef thuis bij Jannie en ik ging met mijn andere drie kinderen naar de Leur toe. Mijn moeder vroeg gelijk naar Jannie. Ze zei: "Een kind moet erg ziek zijn als het niet meer kan lopen." Ik zei: "Daar hebt u gelijk in.". Zij kon iemand, die dat ook had gehad. Ik werd daar erg ongerust over en toen ik thuis kwam lag Jannie in haar bedje en ik ging meteen naar haar toe. Op maandag ben ik extra vroeg opgestaan om eerst de was te doen. Daarna ging ik haar temperatuur opnemen (wat ik nog nooit gedaan had) en zij bleek ondertemperatuur te hebben. De buurman zei dat ik achterelkaar naar de dokter moest gaan want dat ondertemperatuur erger was dan eenenveertig graden koorts. Wij belden Dr. Hermans, deze kwam op zijn fiets aan en wij moesten haar op de tafel leggen. Hij pakte haar beentje, dat zo naar beneden viel. Jannie werd verwezen naar het ziekenhuis. Wij moesten met de kinderwagen gaan omdat anders de ziekenauto helemaal ontsmet moest worden en zouden dit dan zelf zouden moeten betalen. Wij begrepen dit niet. Onze andere kinderen brachten wij nog snel naar de school en gingen dus met de kinderwagen te voet naar het Ignatius ziekenhuis. Die weg was heel erg lang, toen wij daar aankwamen kon ze haar armen ook al niet meer bewegen.

Polio

In het ziekenhuis moesten wij erg lang wachten omdat kinderarts Dr. Soeters niet aanwezig was. Wij waren erg bang en toen kwam er een geestelijke binnen, die in een ander kamertje mocht wachten. Ik begon te huilen en zei tegen mijn man: "Ga eens vragen wat het is.". De zuster maakte de brief open en deelde mee dat het polio (kinderverlamming) was (daar werden de kinderen toen nog niet voor ingeënt), toen werden wij versneld geholpen. Jannie werd meteen naar de barakken gebracht en wij moesten daarna 3 maanden lang achter het glas naar haar kijken. Een week later werd er een jongetje van de Beverweg binnengebracht.

Hij had hetzelfde als ons Jannie en is ook verlamd gebleven aan een beentje, twee dagen later werd zijn broertje binnengebracht, hij was helemaal stijf maar heeft er niets van over gehouden omdat bij hem de polio in zijn spieren zat. Weer een week later kwam er een kind binnen uit Klein Zundert, dat ook polio had en er werd gezegd dat ze het van elkaar over hadden gekregen. Dit begreep ik niet omdat ons Jannie van anderhalf jaar nergens kwam.

Zo kwamen een week na de opname van Jannie onze andere kinderen huilend thuis van school. Een had er een briefje meegekregen dat dit was omdat polio een besmettelijke ziekte was. Ik wist dit toen niet en er was ook niet tegen ons gezegd dat onze andere kinderen de ziekte konden overdragen. Nog lang daarna liep men met een grote boog om ons heen, wat zeer vernederend was.

De kinderen

van de Beverweg waren particulier verzekerd en hun ouders hadden een kennis, die Mensendiecktherapie gaf aan huis en de andere drie kinderen waren snel naar huis omdat zij daar naar de therapie gingen maar Jannie mocht niet naar huis omdat wij in het ziekenfonds waren en de therapie alleen in het ziekenhuis vergoed werd, thuis werd deze niet betaald. Ik had toch liever dat zij naar huis kwam en de volgende dag mocht ze naar huis. Mijn man werkte bij Fokker en Fokker heeft toen de therapie betaald. Na drie maanden ziekenhuis moest ik iedere dag met haar naar de Academiesingel bij juffrouw Hodes voor de mensendiecktherapie. Dit heeft 5 jaar geduurd. Zij kreeg een beugel, een soort ijzeren corset om haar heupen tot onder haar voetje, zo kon ze weer wat lopen. Later is Jannie aan haar heup geopereerd en heeft men een metalen pin gezet waardoor ze dat corset niet meer hoefde te dragen. Het gaat nu goed met haar en ze werkt al meer dan 25 jaar op het kantoor van de bibliotheek in Breda.

De Tasmanstraat

Het huisje aan het Dr. Ariënsplein werd te klein. In de Tasmanstraat woonde de familie Paulussen waarvan het oudste kindje bij ons Willie in de klas zat en zij gingen in 1961 emigreren. Wij gingen proberen het huis te krijgen, dat het eigenlijk al was toegewezen aan een gescheiden vrouwtje met twee kinderen. Wij zijn toen naar Fonds Loszé gegaan en wij hebben dit huis toen toch gekregen omdat wij 5 kinderen hadden. Wij waren er zeer blij mee want het was veel groter, had een grote tuin waar de kinderen heerlijk in konden ravotten en het was veel dichter bij de school.

Toen wij hier een maand woonden moest mijn man voor Fokker in Frankrijk gaan werken en ik zat in mijn uppie in de nieuwe buurt. Het was wel wennen voor mij. Op 22 mei 1975 heeft mijn man zijn 25-jarig jubileum bij Fokker gevierd ter gelegenheid daarvan kreeg hij een miniatuur van een F28 cadeau. Toen mijn man 59 jaar was werd er bij Fokker een reorganisatie gehouden en mijn man kwam thuis.

Wij trokken veel met de familie De Reuver op en gingen daarna ook samen op vakantie. In 1992 waren wij 40 jaar getrouwd en hebben toen een groot feest gegeven, ik ben blij dat wij dat hebben gedaan omdat mijn man in 1993 op 69-jarige leeftijd is overleden. Van onze kinderen kregen wij een reis naar Schotland aangeboden, het was prachtig! Achteraf ben ik blij dat hij toen is thuisgekomen omdat wij daardoor nog 10 jaar leuke dingen hebben kunnen doen. Ik heb hier altijd graag gewoond. Het was hier wel leuk hoor want toen de schoenmaker 25 jaar getrouwd was had hij de buren uitgenodigd en hebben we z'n allen een polonaise door de straat gemaakt.

Hobby's

Vroeger ben ik nergens bij geweest omdat ons gezin veel aandacht van ons opeiste en ik iedere week bij mijn moeder op de Leur ging werken, dit was toen een plicht! Wij gingen in de vakanties wel met de kinderen naar heb bos of zo. Toen mijn man thuis kwam zijn wij begonnen met een dagreis en van lieverlee is het meer geworden. Wij hadden een treinkaart en maakte voor weinig geld treinreisjes. Sinds ik alleen ben ga ik wel eens met mevrouw Bul op treinreis en op zaterdagmiddag gaan wij samen naar de stad. Na het overlijden van mijn man ben ik lid geworden van de Dames Vereniging Heuvel waar ik iedere maand een leuke avondje heb. Mijn moeder is in 1997 op 99-jarige leeftijd overleden. Zij verbleef in Etten in een bejaardenhuis en ik ging hier iedere dinsdag naar toe. Ik heb dit altijd graag gedaan.

Na haar overlijden ben ik bij de handwerkclub gegaan waar we iedere week heel leuk en gezellig bezig zijn. Ik ga altijd naar de vakantie- en hobbybeurs in Utrecht of naar Rotterdam, soms ga ik met iemand samen maar ook vaak alleen. Ik ben gewoon alles blijven doen wat ik samen met mijn man deed!

Interview en fotografie: Ria Veltman, 1 maart 2005