Mevrouw D. van der List-Schouten

Mevrouw Diennie van der List-Schouten

is op 25 oktober 1928 geboren in Rotterdam. In 1940 is zij met haar ouders en drie broers naar Breda verhuisd en hebben een maand in een huis gewoond waar haar moeder niet wilde blijven. Daarna zijn zij naar de Rubensstraat gegaan tot na de oorlog. Haar moeder vond het een mooie woning maar hield er niet van als zij boven bezig was om steeds de trap af te moeten lopen als er aan de deur gebeld werd. Zij wilde graag naar een flat. Toen werden er nieuwe flats gebouwd in het Heuvelkwartier en daar wilde haar moeder graag gaan wonen. Mevr Van der List

De flats in het Heuvelkwartier

In 1953 kregen wij een flat op het Planciusplein 15b. Het was er echt gezellig en er woonden veel kinderen. Met Sinterklaas hing mijn moeder altijd een zakje snoep aan de deuren van de kinderen. Totdat er een jongen 16 jaar werd, die kreeg geen snoep meer. De jongen vroeg toen aan zijn moeder: "Doet mevrouw Schouten dat niet meer?". Vanuit die flat ben ik na een lange verkeringstijd in 1956 getrouwd. Wij gingen op kamers aan de Vredenburgsingel wonen omdat er toen ernstige woningnood was. Er woonden destijds veel gehuwde kinderen bij hun ouders thuis in net zoals mijn broer. Na 6 jaar kregen wij en onze zoon een benedenflat in de Hudsonstraat. Waar ik heel erg graag woonde. Omdat mijn moeder geen trap meer kon lopen verhuisde ze naar een benedenflat op het Planciusplein Ik moest vaak 's nachts over de straat naar mijn moeder omdat zij niet goed was. Telkens was er wat en ik werkte overdag wat me zeer vermoeide, daarom kreeg ik een flat in het trappenhuis van mijn moeder. Toen ik net verhuisd was overleed mijn moeder. In 1997 zijn wij naar een benedenflat ook op het Planciusplein verhuisd. Ik woonde liever op de bovenste etage omdat de kamer veel groter en er een mooi balkon was.
Maar ja, lieve koekjes worden niet gebakken. Ik kan zelf ook slecht trappen lopen. Beneden hebben wij een gezamenlijke tuin maar daar vind ik niets aan. Erg is dit niet omdat wij 's zomers toch altijd naar onze caravan op de camping gaan. Ik heb nog wel contact met mevrouw Volders en de familie Allemans maar alle jongeren, die men nu huisvest kent zij niet omdat de jeugd geen tijd heeft. Echt contact is er niet meer en dat vind ik heel erg jammer. Ondanks dat ik beneden woon moet ik toch nog een trapje op om bij mijn voordeur te komen. Daar ben ik laatst vanaf gevallen. Nu ga ik een leuning aanvragen voor langs de muur. De ruimte in deze flat vind ik te klein vooral als de kinderen en de kleinkinderen komen daarom kijk ik al verlangend uit naar de nieuwbouw die hier over een tijdje zal komen in plaats van onze flats met grotere ruimtes. Ik vind het geweldig in het Heuvelkwartier en zou niet willen ruilen met de meeste andere wijken van Breda.

Vrijwilligerswerk

Ik heb een tijd in de Wijkraad gezeten en was redactielid van de Wijkkrant samen met dhr. D Pijacker, mevr. J. Timmermans, dhr. T. v. Nijnatten, mevr. E. Lips en dhr. H. van Wanrooy. Dit was in de tachtiger jaren en ik heb dit zeer graag gedaan. Verder gaf ik naailessen bij het Kloske Garen. Toen bij het Kloske Garen de naaimachines waren gestolen ging bij mij de deur dicht en ben ik overal mee gestopt. De laatste 8 jaar ben ik toch nog enthousiast bezig in het Ouderenproject.

Op de bon

In het Heuvelkwartier waren vroeger alle voorzieningen aanwezig, dat was zeer prettig. Nu moet je voor veel dingen elders heen. Op het Dr. Struyckenplein is er alleen nog de bakker en de sigarettenboer. Tegenwoordig is het een rommel, ze ruimen niets meer op. Vroeger zag het plein er altijd stralend uit. Elke week werden de trapjes en de stoepen met chloor geschrobd. De jeugd bouwde van oude dekens tentjes in de trappenhal. En als er iets was, dat je naar de huisarts moest of zo, dan zeiden ze: "Breng de kinderen maar hier, daar passen wij wel op." Dat kon toen allemaal! In de tijd voor de oorlog woonde ik in een flat met acht gezinnen. De mannen waren allemaal werkloos. En als één van de mannen voor korte tijd een baantje had dan mochten alle kinderen pannenkoeken komen eten. Men was één in die tijd. Omdat wij uit Rotterdam kwamen werden wij de eerste twee jaar niet geaccepteerd in Breda. Ik ging naar de St. Annaschool en had witte sokjes aan en werd naar huis gestuurd. Dit mocht niet! Na de lagere school ging ik naar de huishoudschool in de Nieuwstraat, dit was ook geen succes. Waar ik geen zin in had deed ik niet. Het ging niet goed bij de nonnen. Omdat alles op de bon was moest ik een bon meenemen voor een lap kleding waar een babypakje uit gemaakt werd. Mijn moeder was daar erg boos om, omdat de bon bedoeld was om kleding voor mij van te maken. Voor de kookles moest er ook een bon meegebracht worden en als het lekker was ging het eten naar de nonnen. Was het niet lekker dan moesten wij het zelf opeten. Uiteindelijk behaalde ik toch mijn diploma. Wij hadden het zwaar in Breda en zeker in de hongerwinter.

Het geloof

Mijn vader was gereformeerd en mijn moeder was katholiek. Pastoor Dekkers kwam wel eens bij ons thuis en had het er dan over dat de kinderen vrij werden opgevoed. De pastoor was wel een aardige man hoor. Hij heeft eens gezegd: "Ik voel me hier zo thuis, het is net of ik bij ons moeke zit." De pastoor zou er voor zorgen dat mijn ouders in de pastorie zouden kunnen trouwen maar mijn vader wilde dit niet omdat hij vond dat zij al zo lang alleen voor de wet waren getrouwd en het niet nodig vond om na al die jaren nog voor de kerk te gaan trouwen, hij vond het wel goed zo. Wel ben ik en zijn broers gedoopt. Zo is het ook in mijn huwelijk gegaan. Mijn man kwam uit Delft en heeft geen geloof terwijl ik katholiek ben. Mijn zoon zou zijn H. Communie doen maar mocht dit niet omdat hij op de openbare Jan Ligthartschool zat. De kinderen moesten per se op de school in de Oranjeboomstraat zitten. Er kwam een broeder aan de deur, die naar de Bisschop ging en bij Gerardus Marjella zou hij zijn H. Communie wel mogen doen. Ik vond dit niks en het is niet doorgegaan. Mijn zoon liep tegen een katholiek meisje aan en zei op een dag: "Ja mam, ik moest mijn Communie doen anders mocht ik niet in de kerk trouwen.". Zo kon je ook niet bij clubjes of in bonden omdat je dan per se katholiek moest zijn. Ik ben wel gelovig maar de druk door buitenstaanders in ons huwelijk met ons gemengde geloof heeft mij toch van de kerk verwijderd.

Interview: Ria Veltman