Mevrouw Trommelen vertelt

Ik ben geboren op 18 mei 1921 in Terheijden. Mijn man is geboren op 1 april 1917 en komt uit Zevenbergsehoek. We hebben elkaar leren kennen in Breda, hij werkte namelijk bij de PTT in Breda. Toen ik eenendertig jaar was, zijn wij in de Heuvel gaan wonen, in de Van Oldenbarneveltstraat. Ik had al zes kinderen, waarvan drie jongens en drie meisjes. We hadden ook nog een plaatsje voor opa, die sliep op de vliering.
We kwamen niet zoveel bij elkaar over de vloer maar als we een boterham met elkaar moesten delen, dan deelden we die. Er was saamhorigheid in de straat. Geen jaloezie onder elkaar, maar wetend dat we allemaal hard moesten werken om de huur te betalen. De familie Kop groet ik bij dezen. Zij hadden een kapperszaak in de Flierstraat.

A is A en B is B

Na een aantal jaren kregen wij een woning op het Thorbeckeplein, nummer 44. Het huis was ruimer en de slaapkamers groter, zodat opa zijn bed bij de jongens kon plaatsen. Vijftien jaar hebben wij met liefde opa verzorgd bij ons in huis.
De meiden gingen naar de mavo en ťťn meisje naar de huishoudschool. De jongens gingen naar de mulo en eentje ging er naar de ambachtsschool. Hij heeft nu al sinds drieŽntwintig jaar een eigen bedrijf in Breda. Zij hebben allen hun school afgemaakt en zij hebben allemaal werk gevonden meteen daarna. Met al mijn kracht heb ik ze alle zes grootgebracht.
Mijn man overleed namelijk al op zijn tweeŽnvijftigste levensjaar. Ik vond hem dood op bed. Een hartstilstand. Achtenveertig jaar was ik en alle kinderen woonden nog thuis. De leeftijden varieerden tussen tien, twaalf, veertien, zestien, achttien en twintig jaar. Het was soms overleven maar er was liefde en warmte in het gezin en ik moest verder. Als er bijvoorbeeld weer voor het nieuwe schooljaar boeken gekocht moesten worden, dan keek ik of er op zolder nog wat lag om te hergebruiken. Op een dag kwam mijn zoon naar huis en zei: "Mama, ik moet naar Gianotten voor een nieuw aardrijkskundeboek. Het oude van vorig jaar vind de meneer niet meer goed." Toen schreef ik een gesloten brief naar de meester waarin ik schreef: "Beste Meneer, de A is nog steeds een A en een B is nog steeds een B." Het was goed, hij kon nog een jaartje met hetzelfde boek doen.

Carillon

Terwijl de kinderen opgroeiden, maakte ik mezelf nuttig in de wijk Heuvel. Ik heb samen met Geert Gielen de Stuif-es-in opgericht. Eerst in de Vlieren, daarna in het Turfschip. Het was een gigantische onderneming voor kinderen van zes tot zestien jaar. Er was voor ieder wat leuks te doen. Je kon het niet opnoemen maar alle denkbare activiteiten voor de jeugd vonden plaats in ťťn gebouw. Het feest begon ieder jaar in de grote vakantie en duurde enkele weken. Er waren minstens tweehonderd vrijwilligers aanwezig om de kinderen te helpen.
Ik heb ook nog twintig jaar de kerk schoongemaakt en ben zestien jaren lang actief geweest in het kerkbestuur. We gingen dan met de damesvereniging wel eens een dagje weg. Dat ging gepaard met enig ongemak omdat het moeilijk is om het tweehonderd vrouwen naar hun zin te maken. Ook was ik actief als de jaarlijkse wielrenwedstrijden er waren in de Heuvel. Ik stond bij een kraampje om drank te verkopen aan de kant van de weg.
Ik was ook heel actief bij het tot leven maken van ons geliefd en mooi carillon. We zamelden geld in bij de mensen om het te laten spelen. Dat is ons gelukt, het carillon hebben we leven ingeblazen, het speelt. Wij hebben er zelf, ik en vijf mannen, persoonlijk ook financieel aan bijgedragen. Als eer is mijn naam gegriefd op de koperen plaat aan de binnenkant van het carillon.

Dag....

Ik zit nu in Huize Haga sinds twee jaar en ik blik met een warm hart terug op mijn leven in de Heuvel. De fijnste herinneringen heb ik aan het werk wat ik voor de jeugd heb verzet. Je krijgt er zoveel voor terug. Het gaat goed met al mijn zes kinderen, die me regelmatig komen bezoeken. Ik kijk hier met een glimlach om me heen en ben tevreden. Ik groet de Heuvel: "Dag lieve mensen..."

Interview: Janet van Heerden, april 2008