De familie Schouten, Nanny

Straatspelen

Bij het lezen van alle Heuvelverhalen waan je je weer in die tijd. Je voelt en proeft de sfeer weer.
De straatspelen. Geweldig! Die mis ik nog altijd.

Toltijd

Tol in het putje draaien, touwtje eromheen en zwiepen maar. Onvermoeibaar gingen we verder, uren aan een stuk. Toen kwam de haktol. Je verfde hem met de mooiste kleuren en je stopte er een punaise in. Als de tol een flinke zwieper had gehad en stond te draaien in al zijn pracht en praal, waren er bandieten die daar een eind aan maakten. John Dekkers was er een van. Hij mikte met zijn haktol op de mijne en pats, raak, mijn mooie tol werd dwars doormidden gehakt. De grootste ruzie had ik met hem, aan huilen geen gebrek. Ik kon niet op tegen John Dekkers maar al gauw kwamen er wat broers en zusjes van mij naar buiten en gevlogen was John. Achteraf: hij was ook nog een kind, met al zijn kwajongensstreken.
Knikkertijd. Wat was je overstuur als je je looiers verloor. Je keek huilend toe hoe die ander ze gewonnen had. Spoorzoekertje doen. De hele dag was je weg, elkaar in groepjes zoeken. Corrie Bouw en Ellie Dekkers namen de leiding, zij zorgden ervoor dat iedereen weer thuiskwam en niemand echt spoorloos verdween.
Geweldig! Ik denk met weemoed terug aan die tijd.

Buurthulp

Er was een tijd dat mijn moeder vaak opgenomen werd in het ziekenhuis. Onderweg van school naar huis was er altijd wel iemand die dan zei: "Nanny, de ziekenauto staat bij jullie voor." Ik wist dan weer hoe laat het was. Helemaal overstuur rende ik dan naar huis en zag ik hoe de ziekenauto wegreed met mijn moeder erin. Ik rende dan als een gek naar vriendinnen thuis toe en ik werd altijd wel opgevangen door hun ouders. Ik heb daar veel aan gehad als kind. Ik werd regelmatig opgevangen door de familie Van der Bom en door de familie Den Ridder op de Heuvelbrink en ook door de familie Van Oosterhout op het Thorbeckeplein.
Als kind heeft me dat erg goed gedaan en als jullie dit lezen: bedankt nog!

Betsie

Mijn zus Engelien schreef het al, over Betsie Poep. Ja, wat waren we bang, maar wel zo bang dat we het zelf uitlokten dat ze achter ons aankwam. 's Nachts droomde ik dan dat ze ons achternakwam. En in mijn droom gilde ik en riep ik om hulp maar er kwam geen geluid uit En ik liep en liep, maar in die droom kwam ik geen stap verder. Badend in het zweet werd ik dan wakker. Maar als we Betsie weer tegenkwamen, lokten we haar weer uit.
Het was zonde, dat menske, maar ze zag eruit als een heks zoals die in sprookjes voorkwam. Je had het idee dat ze zo nu en dan op haar bezem achter je aan zou komen. Nu besef je dat je dat menske wat aan hebt gedaan.

Nanny Schouten