Op bezoek bij Jan van Heerden.

Door: Helma Frijters

De Woning

Jan woont al vanaf het begin, najaar 1948, in de Olivier van Noortstraat. Hij was de vierde uit een gezin van negen kinderen en is na het overlijden van zijn ouders in het ouderlijk huis blijven wonen. Er is de loop van de tijd heel veel veranderd, neem als eerste maar de huur. Toen zijn ouders in dit huis kwamen wonen, was de huur f. 5,00 per week, dit is ongeveer € 2,35 per week, nu, zo'n 56 jaar later, is de huur € 315 per maand, dat komt dus neer op ongeveer f 693 per maand. Vroeger waren de gezinnen over het algemeen vrij groot, dus er moest met de ruimte in huis behoorlijk gegoocheld worden. Het huis in de Olivier van Noortstraat telt boven drie slaapkamers en een badkamer. Om extra slaapruimte te creëren, werd de badkamer ook in gebruik genomen als slaapkamer. Beneden was oorspronkelijk een voor- en een achterkamer. In de meeste gezinnen werd de voorkamer gebruikt als ouderslaapkamer, naderhand werd het dan meestal de mooie of goede kamer en tegenwoordig is bijna overal de tussenmuur uitgebroken en hebben bijna alle huizen een L-vormige kamer beneden. Omdat de badkamer niet als badkamer gebruikt werd en de bewoners toch zeker één keer in de week lekker schoon wilden zijn, kwam er op zaterdag een zinken teil in de keuken.
Er werd een grote ketel water gekookt en het bad werd gevuld. Om de beurt gingen eerst de kinderen in bad. Voor het badderen van een heel gezin, was de keuken een hele zaterdagavond dubbel bezet, want naast de functie van badkamer, moest er ook gewoon in de keuken gewerkt worden. Ouders hoefden overigens niet bang te zijn dat hun kroost boven in de badkamer een kraan open zou zetten, de ruimte boven heette dan wel badkamer, maar er was in de begintijd van de huizen op de bovenverdieping echt geen kraan of douche aanwezig.

Paard rijden

Grote gezinnen betekende natuurlijk ook veel wasgoed en omdat in die tijd niemand, of bijna niemand een wasmachine had, kon je er een huren. Veel mensen uit de straat huurden een wasmachine bij Eug. Mertens, die woonde op de hoek van de Houtmanstraat en de Heuvelbrink. Jan is een echte verteller en terwijl we gezellig een kop koffie drinken doet hij zijn verhaal. Een verhaal vol herinneringen aan vroeger, maar ook geeft hij zijn mening over het leven van toen en nu. Toen hij in de Olivier van Noortstraat kwam wonen was hij nog maar een klein mannetje. Voor kinderen van nu, maar zeker ook van toen is alles wat nieuw is spannend en als dat niet zo is, maak je het wel spannend. In 1948 waren nog niet alle huizen in de straat klaar. Waar je nu in de bouw grote vrachtwagens en kranen en cementmolens ziet, zag je vroeger toch heel iets anders. Jan weet nog dat in die tijd een paard een slee met cement en bouwmateriaal trok. Tijdens de pauze mocht het paard altijd los lopen. Dat was voor sommige jongens uit de buurt een hele aparte, maar ook een uitdagende ervaring. Als ondernemende jongen moest je daar iets mee doen, dus op een dag gingen ze dat paard opjagen. Het paard vluchtte in paniek bij "de Noot" (de familie Notenboom) de keuken in en at daar de geschilde aardappelen op. Het feit dat paarden niet alleen nu, maar ook vroeger een grote aantrekkingskracht op kinderen hadden blijkt wel uit het volgende. Er waren veel kinderen in het Heuvelkwartier en er werd heel veel buiten gespeeld. Helaas moesten de kinderen ook naar school, de klassen waren groot en het onderwijzend personeel moest wel streng zijn als ze zo'n grote groep wat bij moest brengen. Nou was de leerstof niet zo leuk, buiten was er veel meer te beleven en als je weet dat er boeren in de buurt zijn met wat paarden in de wei, dan is het verlangen en de kans om eens een illegaal ritje te paard te maken wel héél aantrekkelijk. Dat gebeurde dan ook wel eens.(Onder schooltijd.)

Scholen

De paters Kapucijnen besloten de ouders en de school een handje te helpen bij de opvoeding van de jeugd. Er kwam een soort hobbyclub waar de kinderen op woensdagmiddag naar toe moesten. De opzet was prima, maar het werkte niet altijd even goed. De kinderen deden niet precies wat de paters wilden. Nu lijkt het misschien dat de school een noodzakelijk kwaad was voor de kinderen uit die tijd, maar Jan heeft er toch ook wel een fijne tijd gehad. Hij ging eerst naar de Bernadette kleuterschool aan de Oranjeboomstraat. Het gebouw is nog steeds in gebruik als school. Nu heet het Basisschool "De Keysersmolen". Na de kleuterschool kwam de lagere school, (grote school) en in eerste instantie was dat voor Jan de Lourdesschool aan de Dr Struyckenstraat. Dit gebouw stond naast het patronaatsgebouw de Kleiberg. Deze zijn allebei afgebroken en daarvoor in de plaats staat nu, iets verder van de weg af, een mooi appartementencomplex voor vijftig plussers. In zijn tijd op de "Lourdes" heeft Jan les gehad van mijnheer Veltkamp, de latere minister van sociale zaken en volksgezondheid. Het Heuvelkwartier stopte niet bij de Olivier van Noortstraat en de Houtmanstraat. Er werd steeds meer gebouwd, de wijk werd alsmaar groter en kinderrijker, dus er moesten nieuwe scholen komen. Aan de Dirk Hartogstraat kwam de Agnesschool voor de meisjes en aan de Talmastraat kwam de Clemensschool voor de jongens. Deze twee scholen waren niet genoeg voor zoveel kinderen, dus er kwam nóg een meisjesschool aan het einde van de Talmastraat en aan de Jacob Edelstraat verscheen een uitbreiding van de Clemensschool. De kleuters vonden hun thuis in het witte gebouw aan de Talmastraat. Eigenlijk was dit een noodgebouw, maar de vier,- vijf en zesjarigen zijn tot 1974 van harte welkom geweest op deze school genaamd "Maria's Kindertuin." Vanaf het moment dat de Clemensschool zijn deuren opende, ging Jan hier naar toe. Twee leraren zijn hem steeds bijgebleven te weten mijnheer Thomas van de tweede klas en mijnheer Stiphout van de derde klas. De ene was goed in tekenen, de andere was goed in muziek. Om deze expressievakken goed en ontspannen te geven, gaven ze hun lievelingsvak bij elkaar in de klas. Mijnheer Thomas maakte op andere manieren ook veel indruk. Hij was een hele lange man en hij reed op een hele hoge fiets. Hij was aardig, kende al zijn leerlingen bij naam, ook de jongens die al jaren van de school af waren. Als je goed je best deed, kreeg je een stempeltje op je hand en het gebeurde ook nogal eens dat hij appeltjes uitdeelde.

De kindertijd

In het verhaal is al een paar keer gezegd dat de Heuvel heel kinderrijk was en dat er veel buiten gespeeld werd. Omdat de mensen niet echt rijk waren en zij hun kinderen toch wel eens wat extras wilden geven werd er een kindervereniging opgericht. Er werd regelmatig wat georganiseerd waarbij het jaarlijkse uitje en Sinterklaas het meest bijgebleven is. Vooral sinterklaastijd was leuk. Enkele vaders, (het bestuur van de vereniging) liepen 's avonds met een bakfiets vol cadeautjes door de straat. Zij belden aan bij de leden van de kinderverenging en even later kwam dan de "Goed heiligman" met twee Zwarte Pieten op visite. Binnen in de huiskamers werd volop gezongen, het was spannend, (Wat zou de Sint nou weer van je weten, hij wist soms dingen die je eigen moeder nog niet wist.) maar er was ook een gezellige sfeer.
Buiten was het op datzelfde moment ook leuk, de opgeschoten jongelui liepen achter de bakfiets aan. Een beetje lachen, een beetje dollen, een beetje uitdagen maar….er werd nooit iets uit de bakfiets gestolen. De sociale controle was groot en respect voor een ander was toen toch meer vanzelfsprekend dan tegenwoordig.

Emigranten

In ± 1953 kwamen er verschillende Indonesische gezinnen in de buurt wonen, zoals de familie Verbaarschot, familie Hitipeuw , familie van Arnhem, de familie Tielman. De laatste familie werd op een gegeven moment bekend door de muziek die ze maakten. Zij vormden de band de "Tielman brothers" en Jan weet te vertellen dat één van de zoons nu in Australië woont en daar nog steeds optreedt. Enkele jaren later, rond 1955, kwamen er ook Hongaarse mensen in de buurt wonen, zij waren hun eigen land ontvlucht. De heer en mevrouw Palotas kwamen met hun gezin in de Olivier v. Noortstraat wonen en zij zijn daar tot hun dood in de jaren negentig gebleven. Toen mevrouw Palotas overleed kregen de mensen die zij vanaf het begin als buren kende een overlijdensbericht. Eigenlijk is het in deze tijd best bijzonder als je iets van je buren hoort, vindt Jan. Mensen lopen elkaar tegenwoordig zo gemakkelijk voorbij, ze kennen elkaar nauwelijks.

Voetbal

Vroeger was de betrokkenheid met de buurt wel groot. Mensen kenden elkaar en noemden elkaar en ook de kinderen bij de naam. Soms was de eigennaam niet de enige naam waarmee je iemand benoemde. Er waren volop bijnamen en soms werd een hele familie opgezadeld met één bijnaam. Mensen die vroeger in onze buurt woonden zullen ongetwijfeld nog wel weten wie bedoeld wordt met: de Schout, de Juin, de Flap, de Scheet, Drop, om er maar een paar te noemen. Jongens voetbalden met elkaar, (denk erom niet op het gras, dat mocht niet van de politie,) en op een gegeven moment werden er straatvoetbaltoernooien georganiseerd. Dat ging er heel fanatiek aan toe. De jongens trainden echt en bij de wedstrijden kwamen ook echt scheidsrechters. Een hele bekende scheidsrechter die ook wel eens een wedstrijd floot was Ignace van Zwieten. De jongens van het Heuvelkwartier moesten ook soms voetballen tegen schorem, jongens uit een andere buurt. Al dat voetballen leverde de Heuvel een paar landelijk bekende voetballers op, Atie Grauwmans, speler bij N.A.C. en ook Nico Rijnders die o.a. bij Ajax gespeeld heeft. Nico wilde echt hogerop en dat hij lef had blijkt wel uit het volgende, hij heeft een keer een brief geschreven aan Eddy Pieters Graafland waarin hij vertelde dat hij een hele goede voetballer was en dat hij ook nog wel in het Nederlands elftal zou komen. Geloof het of niet, het is echt uitgekomen. Een ander voorbeeld van sportief bezig zijn, misschien niet hoogdravend, maar wel leuk was wielrennen. Een oom van Nico, Mies Stolker, een wielrenner die ooit meegedaan heeft met de tour en die op de Heuvelbrink woonde, organiseerde wel eens wielerwedstrijdjes voor de jongens uit de buurt.

Sociale controle

Als je dit allemaal weet, begrijp je wel dat de gemeenschapszin in de Heuvel geweldig was.
Er gebeurde echt wel dingen die niet door de beugel konden. Een beetje crimineel of was het gewoon deugnieterij, het maakte niet echt uit. Kinderen waren gemakkelijker te corrigeren dan tegenwoordig. De sociale controle was groot en omdat iedereen bij de naam genoemd en gekend was, was het ook gemakkelijker om iemand op zijn gedrag aan te spreken. Dat is ongetwijfeld ook gebeurd op de dag dat het Dr. Struyckenplein officieel geopend werd. Het was het eerste buurtwinkelcentrum in zo´n vorm in Nederland, heel ruim opgezet en met een vijver met fontein. De heer Eijkelenburg en enkele hoge pieten zouden door het in werking stellen van de fontein het plein officieel feestelijk openen. Het feestje werd een beetje anders dan verwacht. Een paar jongens, o.a. van Schouten, hadden zeeppoeder in de fontein gepropt, waardoor er met wat moeite eerst een hoop schuim over het plein ging en pas daarna het water echt de hoogte in ging. De gezellige winkels van toen zijn verdwenen. Het waren winkels waarvan de eigenaren en de mensen die er werkten de klanten ook echt kenden. Eén winkel uit die tijd, is er nog steeds. Het is de Blauwe Winkel aan de Dr. Struyckenstraat. De drogisterij annex parfumerie van mijnheer Adank ademt nog steeds de sfeer van toen, al was het in de beginjaren wel drukker dan nu. Misschien kwam dat wel omdat er destijds een postkantoor in deze winkel was. Mijnheer Adank staat nog steeds in zijn zaak. Jan is een gezellige verteller, hij vertelt heel veel anekdotes, veel meer dan hier opgeschreven, en hij vindt de specifieke Heuvelsfeer nog steeds in zijn omgeving. Toch is er wel wat verandert.
Dat komt niet door de buurt, het is iets wat je overal ziet. Het leeftempo van tegenwoordig is erg hoog, mensen zijn over het algemeen veel individualistischer en materialistischer dan vroeger. Daardoor krijgen mensen steeds minder binding met hun omgeving en de kans dat de gemeenschapszin groeit wordt zo steeds kleiner. En zijn mening over de toekomst. Als de gemeente wil investeren in de Heuvel, dan moeten ze op de eerste plaats géén torenflats wegzetten. Die horen gewoon niet thuis in de Heuvel. Daarnaast moeten ze eens goed kijken wat er hier leeft! Pas het aanbod aan, aan de behoefte van de mensen, organiseer iets wat de mensen aanspreekt (opbouwwerker) en dan blijft onze wijk een plaats waar het fijn leven is.

Interview en fotografie: Helma Frijters d.d. 25-09-2005
Bewerking: Ria Veltman