Rob Keim vertelt

Gezellig vertoeven

Mijn naam is Rob Keim, geboren in de Oranjeboomstraat nummer 106 op 24 mei 1968.
Ik woonde recht tegenover de Klabats. In de Klabats was het gezellig vertoeven, een potje biljarten of gewoon een lekker biertje en gezellig kletsen. Ik woonde dus eigenlijk net aan de grens tussen het Westeinde en de Heuvel. Er stond in de buurt eigenlijk altijd koffie klaar, zowel binnen als buiten voor de deur op straat. Het werd dus ook "het koffiebuurtje" genoemd. In die tijd stonden bijna alle deuren nog open of er hing een touwtje uit de brievenbus.
Mijn moeder is hier ook geboren. Mijn vader komt uit Tuinzigt maar hem heb ik helaas maar kort gekend want hij is overleden toen ik zeven jaar was. Verder heb ik geen broers of zusters. Desondanks heb ik toch een fijne jeugd gehad. De straat was namelijk één grote familie. Mijn ma, tante en oom en wie er mee wilde doen, speelden kaart. Rikken was erg populair toen. De volwassenen brachten heel wat uurtjes met de kaarten in hun handen door en o wee als je ze dan stoorde.

Op stap

Ik kreeg interesse in het voetballen en toen ik een manneke van rond acht jaar was, ben ik gaan voetballen bij SAB. Daarna ging ik voetballen bij Groen-Wit in de Postillonstraat. Daar leerde ik Leon uit de Heuvelbrink en Erik Braaksma kennen en wij werden goede vrienden.
Toen ik veertien jaar was, ging ik veel om met Renee Visser, Ton Damen, Peter Maas, Kinie Dieckmann, Jos Dieckmann en Peter Aarts. We waren een hechte groep en gingen vaak samen naar NAC en op stap naar de Havermarkt. Als het slecht weer was, zaten we vaak bij Pierre de Jong, spelletjes doen. Zondags was het Kingdag, een gezellige discobar aan de Visserstraat. Het was een leuke tijd met deze jongens, we hadden onder mekaar geen ruzie.

Leren en werken

Na de school de Keysersmolen doorgelopen te hebben, ben ik daarna naar de ITO gegaan, wat ik erg leuk vond. Na de school ben ik op zeventienjarige leeftijd gaan werken bij de stichting SSPB, een bouwbedrijf, wat mij erg goed beviel. Toch ben ik na een paar jaar totaal iets anders gaan doen. Ik ben namelijk taxichauffeur geworden, wat ik twaalf jaar heb gedaan. Het is een afwisselend beroep en het leuke daarvan was het contact met de mensen.

Na moeilijke jaren weer gezellig vertoeven

Op mijn eenentwintigste verhuisde ik naar Geeren-Zuid, waar ik ging samenwonen. We trouwden en er kwamen twee kinderen. Helaas, na zeven jaar kwam er een breuk en ik ging terug naar de Oranjeboomstraat, waar ik vervolgens weer drie jaar woonde. Het was net of ik weer thuis kwam: vanwege de gezelligheid die ik gemist had in de Geeren. Haast iedereen die ik kende, woonde er nog. Helaas stierf mijn moeder en van Helvoort, die de huiseigenaar was, verkocht de woning.
Er volgden enige moeilijke en onrustige jaren voor mij. Ik vond in Hoeven voorlopig een kamer. Leerde ondertussen mijn nieuwe partner kennen en we gingen zestien maanden inwonen bij haar familie. Vervolgens hebben we ook nog zes maanden met ons pasgeboren dochtertje in het Koetshuis geleefd.
Na deze moeilijke jaren waren we de koning te rijk toen ons een mooie, nieuwe woning aangeboden werd. Wij zijn ontzettend tevreden in ons nieuwe huis aan de Savornin Lohmanstraat en natuurlijk ben ik gelukkig dat ik toch weer in de Heuvel kan blijven wonen, waar het nog steeds gezellig vertoeven is.

Interview door Janet van Heerden
oktober 2007