Mevrouw Maas vertelt

Mijn meisjesnaam is Ria Nooyen en ik ben geboren op 16 december 1938.
Op mijn elfde gingen wij wonen in de Houtmanstraat 58. Wij hebben de wijk zien groeien. De uitgestrekte weilanden werden gevuld met huizen. Wij woonden naast de familie Schouten. Dat was erg gezellig, zij hadden zestien kinderen. Als er iets aan de hand was, dan waren we er voor elkaar. Onze dochter Ria was bevriend met Hanny Schouten.

Wickie

Ons gezin bestond uit Pa, Ma, Ria, Wies, Jan en Wickie. Helaas is Wickie op zijn zevende levensjaar gestorven. Voor de Clemensschool (huidige Boksring) werd hij overreden door een auto. Hij rende een bal achterna. Dit was een groot verlies voor ons gezin.
Toch verliep mijn jeugd vrij ongedwongen. We waren altijd buiten en als het licht van de lantaarnpaal aanging, moesten we naar huis. Dat was eigenlijk een regel voor iedereen. De straten werden stil als de kinderen binnen waren, zodat de duisternis over ons waakte en de maan verscheen.
We vermaakten ons met verstoppertje spelen. Spoorzoekertje, touwtjespringen en bakken vertellen waren ook leuke bezigheden.

Wandelen

We waren lid van een kindervereniging. Er werden uitstapjes met de bus georganiseerd. De Sint kwam thuis bij de families en bracht een aardigheidje mee voor de kinderen.
Toen ik twaalf was, ging ik bij de wandelsport "Steeds Voorwaarts" in de Dijklaan. Het café Huybregts was ons clubhuis. Daar kwamen we altijd bij elkaar. Heel ons gezin was lid van deze wandelsport. Dat was heel gezellig.
Na twee jaar leerde ik Kees Maas kennen op de wandelsport en we werden verliefd. Voordat ik Kees ontmoette, had ik een heimelijke eerste jeugdliefde, Cris Roovers. Dat is nooit iets geworden, want Cris wist het niet. Maar met mijn Kees ben ik getrouwd toen ik negentien jaar werd.

Samenwonen

Na de basisschool en daarna de huishoudschool aan de Dr. Struyckenstraat te hebben doorlopen, ging ik werken. Ik werkte in een gezin met acht kinderen als huishoudelijke hulp. Het was heel normaal dat je zo snel mogelijk ging werken.
Met Kees trouwde ik toen we nog geen woning hadden. We gingen dus inwonen bij mijn ouders. Eerst sliep ik met mijn zus in de voormalige douche. We wasten ons namelijk beneden in de wasteil, één keer per week in de keuken.
Met mijn man kreeg ik een eigen kamer. Toen ons eerste kindje geboren werd, stond naast ons bed het babyledikant en aan het voeteinde stond de commode. We konden maar net lopen om ons bed in te stappen. Ook woonde er bij ons een oom in, veertien jaar lang na zijn scheiding.
Toen we vervolgens een eengezinswoning kregen toegewezen in het Liniekwartier, waren we de koning te rijk. We hebben inmiddels drie kinderen die gelukkig getrouwd zijn. Vier heerlijke kleinzoons en drie achterkleinkinderen. Het gaat goed met ons, we wonen inmiddels in de IJpelaar in een zeer ruim appartement met een heerlijk uitzicht.

Ik groet alle buren en kennissen uit die tijd en hoop dat het goed met ze gaat. Ik denk met weemoed terug aan mijn jeugd in de Heuvel. Het was een gezellige tijd.

Interview: Janet van Heerden, maart 2008