De familie Mol

Ans, Jacques, Lean, Ingrid, Loes, Ruud en Rob Mol Zij schrijven hun verhaal.

Graag willen wij reageren op het artikel in De Stem van 15 november j.l. over het Heuvelkwartier.
Ook wij bewaren ontzettend leuke herinneringen aan onze tijd in het Heuvelkwartier. Wij woonden in de Laan van Mertersem van september 1953 tot maart 1966. Vier van onze zeven kinderen werden daar geboren. Regelmatig, als wij elkaar weer zien, doen wij een soort spelletje waarbij de rest moet raden wie iemand in de tussentijd tegen het lijf is gelopen. Negen van de tien keer is dat iemand uit het Heuvelkwartier. Wij kennen nog heel veel namen en halen nog vaak herinneringen op.
De verhalen van de andere oud-Heuvelbewoners lezend doet mij beseffen dat ons leventje zich letterlijk op de vierkante meter afspeelde. Je speelde met de kinderen uit de straat en veel verder kwam je eigenlijk niet. In onze straat krioelde het van de kinderen. Je hoefde je hoofd maar buiten te steken of je zat al midden in een spel. Daaraan was geen gebrek. Noem het allemaal maar op, wij deden het. Hinkelen, touwtje springen, landpikkertje, stelten- of blikken lopen, beeldenverkopertje, stiekspringen, allerhande balspelen, hoepelen, knikkeren, spoorzoekertje, tikkertje, verstoppertje, rolschaatsen, schipper mag ik overvaren, bokspringen etc. Er viel altijd wel wat te doen of te beleven. Dat was ook niet moeilijk in een straat waarvan het kleinste gezin ca. vijf kinderen had. Ik kan me niet herinneren dat wij ooit ergens binnen hebben gespeeld. Ja, 's avonds thuis als het donker was. Dan zaten we met ons eigen gezin rond de tafel. Speelden Monopoly, deden wedstrijdjes punniken wie de meeste meters had of we maakten kettingen van de plastic schakeltjes die we visten uit de flessen Loda.

Mijn vroegste herinnering is die van de kleuterschool toen het nog een houten gebouwtje was. Er is een keer een flinke storm geweest die het gebouw heeft doen instorten waarbij een kleuter om het leven kwam. Dat ben ik nooit vergeten. Hierna is het stenen gebouw gekomen waar tot voor kort de Bredase boksring gevestigd was en onlangs helemaal is afgebroken. Wij hebben er allemaal op de kleuterschool gezeten. Wij herinneren ons zowel de kleine als de grote juffrouw Annie, juffrouw Ine, juffrouw Diet en dan nog een juffrouw van wie we de naam vergeten zijn maar die indruk op ons heeft gemaakt omdat ze iedere dag op de scooter naar school kwam en in haar vrije tijd als sport aan schermen deed. Dat was best bijzonder voor die tijd.

Eenmaal naar de lagere school werden de meisjes en de jongens gescheiden. Onze broer Jacques ging naar de Clemensschool en wij meisjes naar de St. Agnesschool. Wie kent ze niet, de leerkrachten van deze school? Juffrouw Bechtold, juffrouw van der Poel, juffrouw Andrik (die zat in een operette gezelschap en zong wel eens voor de klas), juffrouw van Hulten, juffrouw Herber of juffrouw Sprenkels (die kwam recht van de kweekschool, was nog maar 19 jaar en woonde in het Heilaarstraatje). En wat te denken van zuster Praxedis? Die vertelde letterlijk dat ze getrouwd was en vrijde met God!!!

We waren nog best jong toen een buurjongen in de straat, Frans Hufkens, de club K.M.D. (Klein Maar Dapper) oprichtte. De contributie was 1 cent. We hebben er nog steeds een foto van. Iedere woensdagmiddag deden we spelletjes die hij organiseerde.

Op een dag kregen we nieuwe buren, een gezin met maar liefst zestien kinderen. Met alle kinderen die zij hadden brachten ze ook een heuse televisie mee. De eerste in de hele straat. Iedere woensdag- en zaterdagmiddag belden wij daar aan en vroegen beleefd of we tv mochten kijken. En dat mocht. Altijd. Soms waren we wel met tien man. Dan keken we naar Varen is fijner dan je denkt, De Verrekijker, Coco de vliegende knorrepot, Dappere Dodo of Pipo de Clown. In de zomer was dit ook het enige gezin dat met vakantie ging. Zij gingen minstens voor twee weken naar zee. Wij niet. En de rest van de straat ook niet. Wij wisten niet beter. Onze vakantie bestond eerst uit fietstochtjes, meestal naar het Mastbos. We namen dan een picknickmand mee en vertoefden daar dan de hele dag. Of we gingen naar De Efteling of het dierenpark in Tilburg. Later, toen wij een auto kregen, werden dat dagtripjes naar de bollenvelden, Amsterdam, Schiphol, de pier van Scheveningen of de grotten in Limburg. Maar zoals gezegd, dat waren dagtripjes. Tussen de bedrijven door hadden wij vakantie in onze eigen straat en lol voor tien. Eén zomer zijn wij nooit vergeten. Het was alweer Frans Hufkens die allerhande spelen had georganiseerd. Een heel programma had hij opgesteld en iedereen kon zich ergens voor inschrijven. De prijzen die je hierbij kon winnen was afgedankt speelgoed dat wij met z'n allen van onze zolders hadden geplukt en dat op een tafel stond uitgestald.

Uiteraard gingen we als het even kon naar zwembad Het Ei. Wij kregen dan altijd van thuis ieder een dubbeltje mee voor een ijsje. Nooit meer heeft een ijsje zo lekker gesmaakt als toen.
Wij herinneren ons ook nog onze eigen wijkagent en ons eigen politiebureautje in de Heuvelstraat. Daar kregen we het nog wel eens mee aan de stok als we appeltjes hadden gejat bij meneer Manders of over het grasveld bij de Heuvelbrink hadden gelopen. Dat was in die tijd helemaal uit den boze.
Eén keer is hij op school moeten komen. Wij hadden toen alweer een poosje hooglopende ruzie met wat protestantse kinderen die wij iedere dag tegenkwamen op weg naar school. Dat liep op een dag helemaal uit de hand. Er was gevochten en bij één van de kinderen was een kledingstuk gescheurd.....

Naast de groentenboer, de melkboer of de bakker die dagelijks langs de deur kwamen, hadden we nog meer vertrouwde gezichten in de straat. Zo kwam er niet alleen wekelijks een schillenboer of kolenboer maar ook regelmatig een scharensliep, een voddenboer (Pierlala) en uiteraard rond de feestdagen iemand die de hazen- en konijnenvellen kwam ophalen. Hoe de voddenboer destijds aan zijn naam is gekomen weten wij niet maar wij noemden hem Pierlala. Wij kunnen hem nog zó voor de geest halen. Hij had ook maar één oog.

In die tijd zijn wij ook bijna allemaal wel lid geweest van de padvinderij. De meisjes eerst bij de kabouters en later bij de gidsen en onze broer Jacques bij de welpen. Ook hier hebben wij een ontzettend leuke tijd gehad. Wekelijks gingen we in uniform naar het clubhuis en in de zomer met z'n allen op kamp. Kapelaan Huisman was er onze aalmoezenier.

In onze straat woonde iemand die priester wilde worden (een zoon van de familie v.d. Wiel) en uiteindelijk ook in onze kerk op het Mgr. Nolensplein tot priester is gewijd. Nou, dat moest natuurlijk gevierd worden. Weken aan een stuk werd er hard gewerkt aan het maken van allerhande versierselen waarmee uiteindelijk de hele Laan van Mertersem, Scharenburgstraat en Heuvelbrink tot aan de kerk toe werd versierd. Prachtig was het.
Zo weten we ook nog als de dag van gisteren dat pastoor Vos wegging uit onze parochie. Mevrouw Mertens die op de Heuvelbrink woonde (zij was ook Guido bij de gidsen) zat in het feestcomité en had zelf een afscheidslied geschreven wat de hele wijk had ingestudeerd. Wij kennen het nog steeds "Vos laat ons niet los, Vos laat ons niet los.....".

Dat niet iedereen destijds zo'n gelukkige, onbezorgde tijd heeft beleefd als wij, hebben wij ons pas veel later gerealiseerd. De meest schrijnende verhalen zijn ons ter ore gekomen die ons gelukkig destijds bespaard zijn gebleven. Het heeft er in ieder geval toe bijgedragen dat wij als gezin met heel veel plezier terugkijken aan die voor ons zo bijzondere periode in het Heuvelkwartier.

Ans, Jacques, Lean, Ingrid, Loes, Ruud en Rob Mol