Mijn herinneringen aan het Heuvelkwartier

Sylvia de Bruin- de Pauw

Na enkele malen te zijn verkast na hun terug keer uit Indie, kregen mijn ouders met hun 5 kinderen een huis in de Olivier van Noortstraat toegewezen. Eenmaal gesetteld werd ik in mei 1951 geboren. Natuurlijk heb ik maar weinig herinneringen aan de periode dat we daar woonde. In 1953 werd mijn zusje geboren en verhuisde wij naar een ruimere woning in de Roggeveenstraat. Daar werd mijn jongste broertje geboren en heb ik tot 1959 gewoond. Bij het lezen van de Heuvelverhalen borrelde bij mij vele herinneringen binnen.

School

Volgens mij heette mijn juf op de kleuterschool Bea, dat weet ik niet zeker mee. Wel weet ik dat het schooltje achter de Mariagrot stond en dat we met regelmaat daar gingen zingen.
De lagere school was voor die eerste jaren de Jan Lighartschool. Juffrouw de Bont in de eerste klas, juffrouw Nijhuis in de tweede en juffrouw Bouwmeester in de derde. Omdat we verhuisde naar het Brabantpark gingen we daar later naar school.
Als we van school kwamen was het een sport om zo hard mogelijk naar de Oranjeboomstraat te rennen om bij van Gils de melkbussen binnen te zetten. Je beloning was een lekkere brok of soms een schepje salmiak.
Bij de Bernadetteschool zongen we altijd: Seour, Seour Superior zet je piespot voor de deur, zet hem niet te wijd, anders ben je hem morgen kwijt. Dat werd ons natuurlijk niet in dank afgenomen en als je pech had, stond ze je de volgende dag op te wachten en kreeg je een hele preek.
Op weg naar school pikte we bloemen uit tuinen om bij de juf een goede beurt te maken. Soms mocht je dan helpen. Het bord uitvegen, klas vegen of de plantjes water geven. Een keer had ik dikke pech en viel ik mijn knieën open op de verwarming.

Spelen op straat.

Vaak waren we met alle kinderen uit de buurt op straat te vinden. Alle soorten spelletjes werden er gespeeld. Touwtje springen, hinkelen, verstoppertje, hoela hoepen, tikkertje en als er geen klep in de buurt was op het grasveldje voor de deur voetballen. Als je gesnapt werd was je de pisang en je bal was een maatje kleiner en nooit weer geschikt voor een voetbalpartijtje. Natuurlijk werd er ook kattenkwaad uitgehaald. Ik weet nog goed hoe de grote jongens met behulp van een krant vuurtje stookte. Of met karbiet de putten vulde wat tot gevolg had dat de putdeksels omhoog kwamen. Bij mevrouw Biggelaar (door ons oneerbiedig Kuus genoemd) op de stoep tekenen tot ze kwaad naar buiten kwam en de stoep begon te schuren. Opa Groen jennen was ook zoiets, hem na roepen:" Opa Groen poep aan je schoen". Woest werd hij! En al was hij in onze ogen honderd, je moest lopen voor je leven. Ooit had ik samen met een vriendinnetje (Dineke Leeman) een oude portemonnee aan een touwtje, Opa Groen zag hem liggen en oprapen. Helaas wij waren sneller en trokken hem terug. Nou ik vergeet nooit van mijn leven hoe hard ik toen heb gelopen en zo snel de twee trappen op was om me in de veilige haven van thuis te verschansen. Buiten hoorde ik roepen "Opa groen droogt Dieneke af" Dat vond ik vreemd, in mijn gedachte zag ik Opa Groen met zo'n ouderwetse blauw geblokte handdoek bezig.

Film kijken

De jongens van Oomen had een filmprojector en zo af en toe draaide ze in hun kelder een film. Daar mocht je voor een stuiver naar komen kijken. Ook mochten we soms naar het parochiehuis (later de Kleiberg) waar de films van de Dikke en de Dunne gedraaid werden. Ook waren er weleens toneelvoorstellingen van o.a. Sjors en Sjimmie.

Winter

Ook als het koud was en er lag sneeuw. We waren buiten te vinden. Een glijbaan maken, sneeuwballen gooien en natuurlijk sleeën. Het leukst was dat onze overbuurjongen (verloofde van mijn grote zus) alle sleeën achter zijn auto bond en met ons een rondje reed. Als er ijs lag gingen we naar de vijver op het Struyckenplein.
Binnenshuis was er de gloeiende kolenkachel Op maandag altijd het rekje met was er om heen. Een krant met pelpinda's en als het ons gelukt was beukennootjes te vinden werden deze gepoft.
We droegen een "wolletje"een gebreid hemdje voor extra warmte. Prikdingen!

Zomer

Zwemmen in het Ei. We gingen er 's morgens vroeg naar toe met een trommeltje brood en een fles limonade. Ranja en dan lekker dun aangemaakt. Op hoogtijdagen was er weleens een fles prik. En niks geen bekertjes ieder om de beurt uit de fles lurken en goed in de gaten houden dat je, je deel kreeg. De boterhammen, gesmeerd met jam, waren rond twaalf uur doordrenkt, soppig maar o zo lekker!
Verder speelde langs de Mark en struinde de wijk rond.

Snoepen

Soms kregen we een stuiver om snoep te kopen. Bij Vreeke de friteszaak aan de overkant, kon je dan een half roomijsje van Jamin kopen. Of we gingen naar van Gils en kochten er twee brokken en een schepje salmiak. Twee Belgaas. Van die stukken klapkauwgum, waar je dagenlang mee kon doen. Bij het Uiltje kon je ook Klieskoek kopen. In een flesje met water, schudden en dan schuimpje trekken. En net zolang water bij vullen tot het nergens meer naar smaakte. Zat je een keer royaler in je geld (een dubbeltje) dan liepen we naar de Katjang en hadden heel lang werk om uit te zoeken wat je nu eigenlijk wilde hebben. Wat een geduld hebben ze daar met ons gehad. Ieder keer wilde we toch maar iets anders. Muizen, duim of trekdrop. Een koetjesreep of druivensuiker. Soldaatjes of snoeppapier. Het was echt Luilekkerland daar.

Boodschappen

Thuis moest je ook weleens een handje toesteken. Samen met een van de broers of zussen naar Ouwerling, brood halen voor het weekend. Zes witte knipbroden. Op je armen en dan onderweg de puntjes er af knabbelen. Met een schaal naar groetenboer Oomen om zuurkool en daar natuurlijk ook van snoepen. Soms vergeten dingetjes halen bij Albert Heijn of de Gruyter. Dat was leuk om dat daar de grote zussen werkte en je dan altijd wel een snoepje kreeg. De melkboer kwam langs de deur. Ook de groenteboer. Als we niets keertje nodig hadden was zijn antwoord: "Ander keertje tegoed"

Televisie

Bij de verloofde van onze grote zus was er thuis een televisie. Daar mochten we op woensdag- of zaterdagmiddag komen kijken. Coco en de Vliegende Knorrepot, Dappere Dodo of Pipo de Clown.

Auto

Soms hadden we in de zomer een auto. Dan gingen we naar het Cadettenkamp, De Plankenwammes of het bos. Hoe het mogelijk was dat we met die hele meute in de auto zaten is me tot op de dag van vandaag een raadsel.

Al met al is het nog best een heel verhaal geworden.
Maar Simon ik had het beloofd!

Bewerkt door: Simon Noot
Datum: 13-02-2011