Verhaal uit de beginperiode

De homepage

De homepage van Heuvelverhalen trof mij al meteen. Op de achtergrond is 'onze' straat zichtbaar (genoemd naar Mgr. Zwijsen), waarheen we in de zomer van 1952 waren verhuisd vanaf de Teteringsedijk. De zeemeermin (zoals wij 'de baadster' noemden) in de nu drooggelegde vijver was voor ons een wegwijzer ten behoeve van familie en vrienden die onze flat niet konden vinden temidden van de nieuwbouw. Waar het beeld met de billen naar toe wijst, dat is onze straat!

Het Heuvelkwartier

Het Heuvelkwartier was toen nog een gloednieuwe buurt. De Edah, De Gruyter en Jamin aan het Dr. Struyckenplein waren nog maar net geopend. Dat zelfde gold Beekers (groenten en fruit), Arhur Voeten (comestibles), Mia Vennings (parfumurie, bijouterie) en niet te vergeten Segeren (ijzerwaren en huishoudelijke artikelen), die uiteraard goed verkocht aan al die jonge vaders en moeders. Nederland zat nog volop in de wederopbouw.

Een flatgebouw

Een flatgebouw was een nieuw gegeven voor mij, komende van een vooroorlogs huis waar wij inwoonden bij opa en oma. Het duurde even voor ik, zes jaar oud, doorhad dat al die andere deuren op het trappenhuis geen kasten waren die ons toebehoorden, maar voordeuren tot even zovele andere flats. Voor de kolen in de haard moest ik met een kit vijf trappen op en af naar het souterrain (weer zo'n geheimzinnig woord). Speelterrein waren de 'bosjes', een ferm onontgonnen gebied tegenover de St. Jansschool aan de Verbeetenstraat, dat het Heuvelkwartier scheidde van het 'Westeinde'.

Onze Lieve Vrouwe van Lourdesschool

School was voor mij de Onze Lieve Vrouw van Lourdesschool, waar ik zes klassen mocht doorlopen onder de Broeders van Huybergen. De verbinding met de achtergelegen kerk aan de Oranjeboomstraat was hecht. Op schoolrapporten kreeg je niet alleen punten voor 'gedrag, vlijt en wellevendheid', maar onder 'mishoren' stond verder vermeld hoe vaak je in die periode door de week naar de mis was geweest. Sterker nog, als je 's morgens in de kerk zat (jongens rechts, meisjes links) werd je door onderwijzers gesurveilleerd, en van hen kreeg je ook een stukje papier met daarop een groen gestempeld nummer. Als je tien nummers had verzameld, mocht je de woensdagmiddag daarop naar de filmvoorstelling op de zolder van de school. Zwart-wit en geluidloos, maar toch, je wilde het niet missen.

De komst van de televisie

Ik zag er de komst van de televisie, in een tijd dat een Philipstoestel zowat evenveel kostte als een Volkswagen. En niet te vergeten de eerste stereo-uitzending. Daar had je twee radio's voor nodig en de buren regelden dat onderling: Hilversum I zond het linker kanaal uit via de radiodistributie, en Hilversum II het rechterkanaal, dat we ontvingen via een antenne. Wat een luxe!

Geluk was heel gewoon

In die tijd, inderdaad, was geluk nog heel gewoon. Je was met weinig tevreden. Onbezorgde kinderjaren heb ik er doorgebracht. De school is gesloopt, het naastgelegen parochiehuis - dat ik gebouwd heb zien worden en waar ik vaak op het toneel stond - eveneens. Maar de buurt ligt geplaveid met herinneringen.

Toine van Dongen d.d.: 02 februari 2006