Het oud bredaos versje

Ingezonden door: John Schouten

De meeste mensen vragen wel eens, Waar komde gij vandaon? De een komt van Amsterdam en de andere van de Zaan. Maar wij, wij pra(o)ten van Breda, het stadje van plezier, want iedere Bredanaor houdt van zwieren en vertier. Want praote gij van Hozemans of van den Ouwe Vest, van 't Zwanestraatje of van den Sjam (Sjemfabriek) zoiets verstaon we best.

Of heddet over den schiethei, 't Mastbos of Overa, dan pas praotte oew eigen taal, dan kom de van Breda. De Griebus kende allemaal en ok den Achterom. Daar brachten ze mosselen bij den Kluts, die kwamen van den Krom. Die naomen kende allemaal van klein kind tot papa; want die den Blauwe Doris kon, nou die kwam van Breda.

En kende gij den Mosterdgang, Blauwhand in de Maarse Poort en dan een heel klein straotje nog, dat heette Abrahamsschoot en ook nog den Reet van Mermans of Duitenhuisstraat en kende gij den Duvelshoek, de meiden van de Kwat of de spinners van de Zij. Dan hoef ik niet veel te zeggen want den ben je van Breda net als wij.

Kende gullie Jan Lens spring voor de patersmuur en boom elf in het Valken(berg) en het Sjokkeladekantje en het Verlaat.

En zeg me eens wie is Anna Jensmernis, want wie altijd in Breda heeft gewoond, heeft er dik zat van gedroomd. Maar kende ook Jans Beenomhoog, Jans Plons of soms Mie Mast? De zeven scheuren uit de Akkerstraat da was een .....kast. Kee Nut en 't Appelsientje, den Ijgel volgt nog na. Nou die da allemaal heeft gekend...wel die komt van Breda.

Bewerking: Ria Veltman d.d. 2 februari 2005