Vincent Platenkamp vertelt.

Het Thorbeckeplein in de vijftiger jaren

Als vierde kind van een gezin van acht kinderen heb ik van 1953 tot 1964 in het Heuvelkwartier gewoond, eerst in de Laan van Mertersem en later - toen de nieuwbouwhuizen klaar waren - op het Thorbeckeplein 48.

Straatvoetbal

Het was in de jaren vijftig.
De wijk maakte een bruisend onderdeel uit van het Rijke Roomse Leven. Weinig auto's op de straten, veel kinderen die op de grasveldjes speelden. Dat mocht in die tijd natuurlijk niet en dus was er een voortdurende strijd tussen de parkwachter(s) en de voetballende jongetjes die overal in de wijk ervoor zorgden dat NAC en de Baronie in die tijd kwaliteit aangeleverd kregen. Er stond altijd wel iemand op de uitkijk en als de parkwachter op zijn fiets aangereden kwam klonk er een lange schreeuw: "De paaaaaaaaaarkwaaaaaaaaachter!" Iedereen dook dan de portiekjes in en de parkwachter ging er ook écht achteraan. Meestal in de richting van het jongetje dat de bal had. Kreeg hij hem te pakken, dan ging zijn mes in de bal en daarna werden de ouders van het slachtoffertje bezocht. Meestal vonden die ouders dat maar onzin, maar zo ging dat nu eenmaal in de jaren vijftig. Ondertussen kwamen er uit onze wijk wel fantastische voetballertjes, zoals Nico Rijnders en Gerrie Dijkers. De ouderen onder ons kennen ze nog wel. Die werden door andere jongetjes toen al om hun kunsten bewonderd, bijvoorbeeld tijdens het straatvoetbal aan de Talmastraat. En dat straatvoetbal hield ons allemaal behoorlijk bezig.

De Parochie

Er gebeurde natuurlijk meer in de wijk dan alleen maar het edele voetbalspel. In het "Ledikantje" zaten jonge kapelaans, die het zeer katholieke leven kleur gaven. Huysmans, Kortman, Houtepen, Kalom en Jolink: wie kent ze nog? Later werden ze trouwens niet de minste in die kerk. Houtepen is nu professor, Huysmans heeft als bedrijfsaalmoezenier nog meegeholpen aan de bedrijfsbezetting van de ENKA en is nu rector van het nonnenklooster in Oudenbosch. Kortman was jarenlang pastoor in het Ginneken. Stuk voor stuk mannen die het Heuvelkwartier nog steeds een warm hart toedragen. Ze waren in de jaren vijftig dan ook heel belangrijk in deze parochie.

De lagere school

En dan de Clemensschool, een echte school van het volk waar voortdurend van alles gebeurde in het leven van de jongetjes uit die tijd. Er werd heel wat gevoetbald, gespeeld en ook wel gevochten. Als er dan gevochten werd, dan ging er een grote kring rondom de vechtersbazen staan en werd er hard aangemoedigd tot één van de twee het opgaf. Tragisch was de verdrinkingsdood van meneer Vergouwen in 1957. Hij was onderwijzer (het woord 'leraar' bestond toen nog niet) van de eerste klas, waar ik ook in zat. Van Diest uit de tweede kwam het ons de eerste schooldag na Pasen vertellen. Hij was in een draaikolk terechtgekomen. Volgens van Diest was hij nu in de hemel. Dat zei je nou eenmaal in die tijd. De hele klas was er kapot van. Broeder Paolo was een man met gezag. Hij voerde een strak bewind in de zesde klas, maar was ook vreselijk populair. Met zijn alpinopetje schuin op zijn hoofd. En liep hij over de speelplaats de bel te luiden, dan mocht je soms de bel van hem overnemen. Zijn petje scheef wilde zeggen dat hij een goede bui had, dachten wij tenminste. Er waren meer echte goede onderwijzers in die tijd: de Bont (wel streng), van Steen, die een hele dag niks zei toen een keer de politie langs was gekomen omdat er op het Mgr. Nolensplein snoep was gestolen bij Meurs, waar je op het einde van de week altijd 'breuk kon kopen' 'voor weinig geld. Verder had je nog mevr. Kuniescek (schrijf ik het wel goed?) en niet te vergeten meneer Neefs, die maar even op het einde van de vierde klas lesgaf (waarom ging hij zo snel weer weg?).

Er gebeurde natuurlijk meer

Er gebeurde natuurlijk meer in de wijk dan alleen maar het edele voetbalspel. In het "Ledikantje" zaten jonge kapelaans, die het zeer katholieke leven kleur gaven. Huysmans, Kortman, Houtepen, Kalom en Jolink: wie kent ze nog? Later werden ze trouwens niet de minste in die kerk. Houtepen is nu professor, Huysmans heeft als bedrijfsaalmoezenier nog meegeholpen aan de bedrijfsbezetting van de ENKA en is nu rector van het nonnenklooster in Oudenbosch. Kortman was jarenlang pastoor in het Ginneken. Stuk voor stuk mannen die het Heuvelkwartier nog steeds een warm hart toedragen. Ze waren in de jaren vijftig dan ook heel belangrijk in deze parochie.

Clemensschool

En dan de Clemensschool, een echte school van het volk waar voortdurend van alles gebeurde in het leven van de jongetjes uit die tijd. Er werd heel wat gevoetbald, gespeeld en ook wel gevochten. Als er dan gevochten werd, dan ging er een grote kring rondom de vechtersbazen staan en werd er hard aangemoedigd tot één van de twee het opgaf. Tragisch was de verdrinkingsdood van meneer Vergouwen in 1957. Hij was onderwijzer (het woord 'leraar' bestond toen nog niet) van de eerste klas, waar ik ook in zat. Van Diest uit de tweede kwam het ons de eerste schooldag na Pasen vertellen. Hij was in een draaikolk terechtgekomen. Volgens van Diest was hij nu in de hemel. Dat zei je nou eenmaal in die tijd. De hele klas was er kapot van. Broeder Paolo was een man met gezag. Hij voerde een strak bewind in de zesde klas, maar was ook vreselijk populair. Met zijn alpinopetje schuin op zijn hoofd, en liep hij over de speelplaats de bel te luiden, dan mocht je soms de bel van hem overnemen. Zijn petje scheef wilde zeggen dat hij een goede bui had, dachten wij tenminste. Er waren meer echte goede onderwijzers in die tijd: de Bont (wel streng), van Steen, die een hele dag niks zei toen een keer de politie langs was gekomen omdat er op het Mgr. Nolensplein snoep was gestolen bij Meurs, waar je op het einde van de week altijd 'breuk kon kopen' 'voor weinig geld. Verder had je nog mevr. Kuniescek (schrijf ik het wel goed?) en niet te vergeten meneer Neefs, die maar even op het einde van de vierde klas lesgaf (waarom ging hij zo snel weer weg?).

Tante Betsy


Op het Thorbeckeplein gebeurde ook van alles. Op de hoek met de Flierstraat leefde Tante Betsy, die een tikkeltje vreemd werd gevonden en ook wel gepest werd. Als je onder haar raam ging staan en je zong alleen haar naam kletste er al gauw een emmer water naar beneden. Er schijnen met haar ook wel minder leuke dingen gebeurd te zijn, zoals haar twee katten die met hun staart aan elkaar werden gebonden. Ik denk dat ik het hier maar even bij laat, maar er is nog zoveel meer te vertellen.

Bewerking: Ria Veltman d.d. 4 mei 2004